Tunnel in Japan is geen succes

Tussen de Japanse hoofdeilanden Honshu en Hokkaido ligt sinds eind jaren tachtig een spoortunnel die nog steeds de langste ter wereld is. Een groot succes is de Seikan-tunnel nooit geworden.

Het plan voor de Japanse tunnel dateert al uit 1941. Maar de oorlog kwam er tussen en Honshu, het centrale eiland van Japan met de hoofdstad Tokio, en het noordelijk gelegen Hokkaido met de stad Sapporo, bleven nog bijna vijftig jaar alleen verbonden door veerboten. Pas op 13 maart 1988, na vele instortingen en reparaties, kwam tussen de eilanden een treinverbinding tot stand. De tunnel - 53,85 kilometer lang, 240 meter onder de zeespiegel en 100 meter onder de zeebodem - was drie jaar daarvoor voltooid, met de eerste twee stations ter wereld onder zee. Deze stations, met expositieruimtes, aquaria, de in Japan onvermijdelijke drankautomaten en mogelijkheden tot een wandeling van een tot anderhalf uur door de tunnel, dienen ook voor noodgevallen. Passagiers kunnen er in speciale ruimtes in veiligheid worden gesteld. Een preventiesysteem met sensoren doet de trein in geval van brand of aardbeving stoppen bij het dichtstbijzijnde station.

De hoofdtunnel, de Seikan, begint al 13,55 kilometer voor de kust van Honshu, gaat dan 23,3 kilometer onder de zeebodem door en vervolgt op Hokkaido nog eens 17 kilometer. Op het laagste punt van de tunnel wordt het grondwater verzameld, dat vervolgens naar het land wordt gepompt. Het treinverkeer wordt op monitors gevolgd in een centraal computercentrum op Hokkaido. Bij ongelukken of rampen kan vanuit dit centrum speciale apparatuur in werking worden gezet, zoals brandblussers en noodverlichting, en ook de glasvezelkabel waarlangs de informatie binnenkomt kan in geval van nood onmiddellijk worden vervangen door een communicatiesysteem via microgolven.

De mooiste trein die door de Seikan rijdt is de Hokuteisei, een luxueuze slaapexpres met het Franse-keuken-restaurant Grand Chariot, die Tokio en Sapporo in zestien uur overbrugd. Behalve de lengte brak de tunnel nog een wereldrecord: voor de aanleg werd een boormachine gebruikt die 2,14 kilometer horizontaal kon boren.

Dat de supersnelle trein, de shinkansen, er niet doorheen rijdt - en dat in het land waar 35 procent van al het personenverkeer met de trein gebeurt (in Frankrijk is dat nog geen tien procent en in Engeland nog geen zeven procent) - heeft een typisch Japanse oorzaak. De bureaucraten in Tokio vinden dat niet nodig. De shinkansen zou Tokio en Sapporo niet in zestien, maar in zes uur kunnen overbruggen. Op deze route is daarom het vliegverkeer het drukste van heel Japan.