PAUL ROSENMÖLLER; Eigenzinnige arbeider

Met de bijna 38-jarige Paul Rosenmoller krijgt GroenLinks een fractieleider die nooit lid is geweest van een van de partijen waaruit deze stroming is voortgekomen: PPR, PSP, CPN en EVP. In 1989 kwam hij in de Tweede Kamer nadat hij als vakbondsbestuurder met acties in de Rotterdamse haven landelijke bekendheid had verworven.

Eerder had hij, op 22-jarige leeftijd, een studie sociologie aan de Universiteit van Amsterdam ingeruild voor een baan in diezelfde Rotterdamse haven. Als aanhanger van de GML (Groep Marxisten-Leninisten) leek het Rosenmöller logisch dat studenten arbeider werden. Daarmee nam zijn loopbaan een wending waarvan zijn vader - commercieel directeur bij V & D, achterneef van Anton Dreesmann - niet echt gecharmeerd was. Ook bij de Koninklijke Haarlemse Football Club (KHFC) en de Haarlemse Lawn Tennis Club (HLTC), waar Paul Rosenmöller een actief sportman was, was het begrip voor diens maoïstische sympathiën beperkt.

Bij acties in de haven viel vakbondsman Rosenmöller op door zijn verbale capaciteiten. Dat bleef bij GroenLinks niet onopgemerkt; een commissie, met daarin de nu afgetreden lijsttrekker Brouwer, peilde zijn belangstelling in 1989 om als 'onafhankelijke kandidaat' op de lijst van GroenLinks te komen. Rosenmöller werd met een vierde plaats de eerste man op de lijst.

Eenmaal in de Tweede Kamer voelde de non-conformische Rosenmöller zich aanvankelijk als een kat in een vreemd pakhuis, maar na een jaar wist hij de weg aardig te vinden. Recent boekte hij een politiek succes door een wetvoorstel van GroenLinks, VVD en D66 dat werkgevers verplicht bij te houden hoeveel allochtonen ze in dienst hebben, door de Tweede en Eerste Kamer te loodsen.