HANS DIJKSTAL (VVD) OVER De dixieland voorbij

“Dat dixieland-imago van de VVD zit me een beetje dwars. Dat wil zeggen: ik vind het prima, al die orkestjes op onze partij-avonden, maar ik hoor daar dus niet bij. Wat wij spelen is 'mainstream', swingmuziek. Geen dixieland dus, maar stukken uit de periode daarna, vanaf eind jaren '30. Bye bye Blackbird, Makin' Whoopee, dat soort repertoire.”

Hans F. Dijkstal (51), in de Tweede-Kamerfractie van de VVD onder andere woordvoerder over cultuur en morgen derde op de kieslijst, speelt tenorsaxofoon in The Liberal Swing Formation, een swingband die eind jaren zeventig werd opgericht voor een verkiezingscampagne. Behalve op hoogtijdagen van de partij treedt de band ook op voor het goede doel - Rode Kruis, Bootvluchtelingen - en natuurlijk in de 'kringen' van Wassenaar, waar het allemaal begon.

“Rond mijn zestiende jaar heb ik op de muziekschool gezeten en ook een tijd in een schoolorkestje. Daarna raakte het in het slop, tot Wim Schouwenaars me overhaalde mijn saxofoon weer te voorschijn te halen. We zijn begonnen als kwartet en inmiddels met zijn achten: twee saxofoons, trompet, trombone, piano, gitaar, bas en drums.

“We spelen vooral à l'improviste. Er is een thema aan het begin en het eind, daar maken we afspraken over, daartussen wordt er gesoleerd met af en toe een riffje erachter. Het heeft geen pretenties, maar het swingt wel. Want dat is essentieel voor jazzmuziek: er mag iets mis gaan maar het moet wel swingen. Het allerleukste is dat je merkt dat er binnen het orkest echt wordt gecommuniceerd. Als dat gebeurt dan slaat het ook over op de luisteraars. Dat geeft je een fantastisch gevoel.

“Natuurlijk heeft zo'n hobby therapeutische waarde. Als het goed gaat, dan vergeet je de rest van de wereld. Ik hou er daarom ook krampachtig aan vast. Het is bij een drukke werkkring als de mijne heel verleidelijk om alle leuke dingen maar op te geven. Ik doe dat heel bewust niet. Als ik een afspraak met het orkest heb dan kunnen ze hoog of laag springen, maar dan ga ik die niet verzetten.

“We vragen geen geld. Er zitten een paar mensen in de band die onder een andere naam wel eens schnabbelen, maar daar doe ik niet aan mee. Waar wij staan daar speelt weliswaar geen andere band, maar wij zitten zó aan de onderkant van het circuit dat ik niet het gevoel heb dat ik de arbeidsmarkt verstoor.

“Er zitten in de Kamer nog wel meer mensen die zich bezighouden met jazzmuziek. Fractie-genote Annemarie Jorritsma zingt soms met ons mee en met Jaap de Hoop Scheffer van het CDA heb ik wel eens gespeeld op een feestje van de Kamer. Als ze me zouden vragen om een partijcongres van de PvdA op te luisteren, zei ik onmiddellijk ja. Dan zou ik wel Maarten van Traa op trombone erbij vragen, want met hem heb ik een paar keer heel prettig gespeeld.

“Ik wou dat ik mijn instrument beter beheerste, want wat ik nu doe is niet mijn grootste ideaal. Mijn hart ligt bij de bebopmuziek uit de jaren '40 tot '60: Charlie Parker, John Coltrane, Miles Davis, dat soort mensen. Maar bebop is een stuk moeilijker dan wat wij nu doen, je moet er veel meer voor oefenen en daarvoor ontbreekt me momenteel de tijd. Al sinds mijn jeugd ben ik een groot bewonderaar van Gerry Mulligan met zijn prachtige toon. Vooral door hem droom ik van een baritonsax. Ik ben daar nu nog niet rijp voor, maar ooit komt de dag.”