Warrig duw- en trekwerk op het Koreaase schiereiland

Het is een jojo-spel - dat staat vast. De vraag is alleen wie er aan het touwtje trekt, wie met wie speelt op het Koreaanse schiereiland. Al meer dan een jaar heeft een warrig duw-en trekwerk plaats tussen het communistische noorden en het kapitalistische zuiden, gesecondeerd door hun respectieve bondgenoten: China aan de kant van de noorderlingen en de rest van de internationale gemeenschap, de Amerikanen voorop, aan de zijde van de zuiderlingen. Inzet vormt het Noordkoreaanse kernenergieprogramma, volgens eigen zeggen vreedzaam, volgens 'de wereld' gericht op het maken van kernwapens.

In Noord-Korea zetelt sinds 1945 een communistisch bewind, onafgebroken geleid door Kim Il Sung. Zijn leer, de 'juche', is een combinatie van stalinistisch bestuur en een autarkische economie. Regime en voorman doorstonden alle internationale turbulentie die de meeste communistische staten de afgelopen zes jaar transformeerde tot democratieën.

Kim, inmiddels 82, zou gedurende zijn leven nog graag één grote wens in vervulling zien gaan: hereniging van de twee Korea's onder communistische noemer. Dat streven, met fanatisme beleden, vormt de ultieme reden voor alle onrust van dit moment.

Noord-Korea weet zich geïsoleerd van de buitenwereld en is kansloos bij een nieuwe oorlog met conventionele middelen. Anders dan in 1950, toen Kim Il Sung zijn troepen op het zuiden afstuurde, bestaan er geen Stalin en Mao meer die hem een belangrijk handje zullen helpen.

Peking steunt Pyongyang weliswaar nog steeds in naam, maar is meer mèt dan òm Kim en zijn volgens Chinese begrippen ouderwetse ideeën verlegen. Het Chinese leiderschap redeneert pragmatisch: aan Noord-Korea heeft het niets, Kim kost alleen maar geld. Noord-Korea stelt niets tegenover de grote import van Chinese goederen.

Sinds begin jaren tachtig had een geleidelijke toenadering plaats tussen Zuid-Korea en China, die in 1991 in een stroomversnelling kwam en leidde tot diplomatieke betrekkingen. Met Zuid-Korea kreeg China wel een krachtige handelspartner. De import uit en de export naar Zuid-Korea nam in enkele jaren tijd een grote vlucht.

Politiek en economisch mag Peking geen enkele boodschap meer hebben aan Noord-Korea, vanuit een soort ideologische trots - China noemt zich niet voor niks (communistische) Volksrepubliek - laat men Kim Il Sung niet vallen. De Chinezen omhelzen het Westers industriekapitalisme, maar het zonder slag of stoot uitleveren van communistisch Noord-Korea zou weer te veel eer voor het Westen zijn.

Kim dagdroomt intussen over het ideaal van elke dictator: het hebben van een wapen dat in een klap de vijand kan vernietigen. De herhaalde verzekering uit Pyongyang dat er geen kernwapenplannen bestaan en alleen onderzoek wordt verricht naar de vreedzame toepassing van kernenergie wordt ontkracht door het eigen gedrag. Kim Il Sung liet zich in een zeldzaam direct commentaar enige dagen geleden ontvallen dat zijn land kernwapens heeft noch zal gebruiken. Als dat zo is, kan Noord-Korea onmogelijk bezwaar hebben tegen routine-inspecties van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), een neutrale instelling die ressorteert onder de Verenigde Naties. Juist de inspecties zijn de inzet van het nu lopende conflict tussen Noord-Korea en het IAEA.

In januari 1993 begon het jojo-spel, toen Noord-Korea IAEA-inspecteurs de toegang weigerde tot zijn belangrijkste nucleaire installatie in Yongbyon. Pyongyang dreigde twee maanden later het Non-Proliferatie Verdrag (NPV), dat de verdere verspreiding van kernwapens moet tegengaan, te zullen opzeggen. Ondertekenaars van het NPV - en dat zijn de meeste landen - zijn gehouden aan de IAEA-inspecties.

De Verenigde Staten wisten in bilaterale onderhandelingen met Noord-Korea deze laatste stap - voorlopig - te voorkomen, maar het dreigement uit het NPV te treden werd sindsdien nog een aantal malen herhaald. In december kwam een eerste schijndoorbraak in de onderhandelingen: Noord-Korea zou weer volledige inspectie van zijn nucleaire installaties toestaan. Er volgde een tergend langzaam overleg over de precisering. De inspectie had begin maart inderdaad plaats, dat wil zeggen: gedeeltelijk, want de Noordkoreanen hielden de toegangsdeuren tot Yongbyon potdicht en hinderden de IAEA-inspecteurs bij hun werk in andere installaties.

En weer volgde een eindeloos dreigen over en weer. De Amerikanen trokken fel van leer, dreigden met sancties en - in zeer bedekte - termen zelfs met geweld, maar van beide zaken kwam iets terecht. De VS verscheepten wel Patriot-anti-raketraketten naar bondgenoot Zuid-Korea, voor het geval Noord-Korea onverwacht ver zou zijn met de ontwikkeling van zijn kernwapens. De VS hoopten tevergeefs dat de Veiligheidsraad van de VN een resolutie tegen Noord-Korea zou aannemen; China verijdelde dit. Ook Peking vindt dat Pyongyang zijn verplichtingen in het kader van het NPV moet nakomen en ziet niet graag een nieuwe kernmacht in zijn achtertuin, maar Peking wil de situatie in eigen hand houden. “Laat Kim Il Sung maar aan ons over”, redeneren de Chinese leiders. De V-raad nam op 31 maart een niet-bindende verklaring aan over Noord-Korea waarin op nieuwe inspectie werd aangedrongen.

Pyongyang weigerde aanvankelijk, tot vorige week, toen zich weer een 'doorbraak' voordeed. Noord-Korea zegde toe dat het IAEA terug mocht komen en niet zo maar, inspecteurs mochten in Yongbyon getuige zijn van de meest cruciale fase van het kernenergieprogramma, namelijk de vervanging van uitgewerkte uraniumstaven. (Uit de oude staven kan plutonium worden gewonnen dat kan worden aangewend voor het maken van kernwapens.) Het IAEA toonde zich verheugd over het aanbod.

Deze week kwam de voorspelbare contra-beweging.

Op woensdag bleek Noord-Korea niet bereid IAEA-inspecteurs monsters te laten nemen van de afgewerkte uranium wanneer ze in Yongbyon zouden zijn. Een dergelijke proef zou kunnen uitwijzen of in 1989, toen 'Yongbyon' - gebouwd in 1986 - om onbekende redenen honderd dagen was gesloten, de uraniumstaven ook al een keer zijn vervangen. Indien dat laatste namelijk wel het geval is, treedt het worst case scenario in werking: dat Noord-Korea inderdaad al over kernwapens beschikt. De meeste nucleaire deskundigen gaan er overigens van uit dat het land zo ver nog niet is, maar met zijn onderzoek en ontwikkeling goed op weg is. Het IAEA meldde Pyongyang in een reactie niet akkoord te kunnen gaan met het achterwege laten van de proefnemingen.

Op donderdag gooide Noord-Korea, kennelijk om de aandacht af te leiden, het ineens over een totaal andere boeg. Pyongyang vroeg de VS om de wapenstilstand uit 1953, die een einde maakte aan de Koreaanse oorlog, te vervangen door een vredesovereenkomst. Over het atoomprogramma en de IAEA-inspectie geen woord meer.

En gisteren ten slotte meldde het IAEA dat Noord-Korea helemaal niet meer bereid is op de gestelde voorwaarden in te gaan - het inspectieteam, dat vandaag of morgen zou vertrekken, blijft nog even thuis. Waarschijnlijk gaat Pyongyang binnenkort alsnog door de bocht en zullen de inspecteurs wèl afreizen, waarna vrijwel zeker in Yongbyon zelf nieuwe obstakels zullen verrijzen en het spel weer van voren af aan begint.

De conclusie dat Noord-Korea in het nu zestien maanden durende conflict tot nu toe aan het langste eind heeft getrokken, is gerechtvaardigd. Het nucleaire recept van Yongbyon - wel of niet vreedzaam - is nog steeds geheim.

Maar vers twee is: wat levert deze halsstarrigheid en geheimhouding Pyongyang nu werkelijk op? Het autoritaire bewind zal door zijn vrijwel volledige isolement onherroepelijk de strijd tegen de tijd en de elementen verliezen. Hoe Noord-Korea ten onder zal gaan is moeilijk te voorzien, daarvoor is de politieke structuur van het land te ondoorzichtig. Mogelijk dat de dood van Kim het signaal voor een omwenteling zal betekenen, al zijn er geen betrouwbare berichten over onvrede in het land.

Gevaar voor een nieuwe Korea-oorlog bestaat er niet, ook al zòu Noord-Korea een kernmacht zijn. Het eventuele bezit van een klein aantal kernwapens kan wel leiden tot een wanhoopsdaad van Kim Il Sung: een raketaanval op bij voorbeeld Seoul. Dat dreigement heeft het noorden ook al gedaan. Vorige maand zei een hoge Noordkoreaaan dat Seoul 'door het vuur zou worden verteerd'.

Met een aanval roept Noord-Korea per definitie de ondergang over zich af, zo heeft de Amerikaanse president Clinton al in december 'beloofd'. Daarvóór kan er in Zuid-Korea wel al een aanzienlijk aantal slachtoffers zijn gevallen.

    • Lolke van der Heide