Vorstelijke bedragen; begroting 1994

Grafiek: Op de Rijksbegroting is dit jaar bijna 37 miljoen gulden gereserveerd voor het Koninklijk Huis. Ongeveer een derde daarvan, 12,4 miljoen gulden, gaat rechtstreeks naar koningin Beatrix, prinses Juliana en de prinsen Bernhard, Claus en Willem-Alexander. Zij gebruiken het geld voor de uitoefening van hun functie en als persoonlijk inkomen.

De rest van het bedrag, ruim 24 miljoen, dekt de 'declarabele kosten'. Zo bekostigt het ministerie van verkeer & waterstaat allerlei vormen van transport - inclusief paarden en rijtuigen - en het ministerie van VROM het onderhoud aan paleizen en parken.

De overige leden van de koninklijke familie hebben geen inkomen van rijkswege, maar bij voorkomende gelegenheden kunnen ze hun onkosten declareren bij de koningin.

De werkelijke kosten van de monarchie liggen waarschijnlijk beduidend hoger dan 37 miljoen gulden. De permanente bewaking van de gehele familie is bijvoorbeeld verscholen in het budget van de Rijkspolitie. Het weekblad Elsevier maakte in 1992 een schatting van alle verborgen kosten en kwam uit op ongeveer 45 miljoen gulden.

Maar als speekseleiwitten al in grote mate op de tandoppervlakte aanwezig is kan die kolonisatie daar juist worden bevorderd en kunnen bacterien er hun schadelijke werking direct uitoefenen. Nu blijkt echter dat de eerste binding van bacterien in speeksel plaatsvindt en naarmate de concentratie van speekseleiwitten in de mondvloeistof hoger is, vindt er minder kolonisatie op het gebit plaats. Preventie van tandbederf kan dus via het speeksel plaatsvinden.