Verkiezingen in Z-Afrika, 'een spirituele ervaring'

JOHANNESBURG, 30 APRIL. De verkiezingen zijn voorbij, het tellen is begonnen en Zuid-Afrika knijpt zich in de arm. Is het werkelijk zo goed gegaan? De deprimerende cijfers van geweld en criminaliteit vielen in de verkiezingsweek terug naar nihil. Politieke tegenstanders in de zwarte woongebieden, die elkaar vorige week nog met automatische geweren bestookten, schuifelden samen richting stembus. En veel Zuidafrikanen zullen zich de verkiezingen van 1994 herinneren als de eerste keer dat ze anderskleurige landgenoten als gelijke leerden kennen, in de rij voor het stembureau.

Dit waren niet zomaar verkiezingen, dit was “een spirituele ervaring”, vond de voorzitter van het Nationale Vredessecretariaat, John Hall. Wie je ook sprak, tijdens of zelfs twee dagen na het stemmen, de stelling werd onderschreven. Er was een golf van reacties bij de talkradio-stations van hoogst geëmotioneerde kiezers van alle huidskleuren. Het leek wel of Zuid-Afrika zichzelf pas voor de stembus voor het eerst had gezien.

Huilend belden kiezers op met hun persoonlijke ervaringen uit de rij: hoe blanken zwarten tijdens het urenlange wachten van water en voedsel hadden voorzien, hoe het ijs na een uur gebroken was en men samen lachte, hoe de zwijgende zwarte ober die je al jaren kende uit de bar in het zicht van de stembus een vrolijke prater bleek. “Het was zo prachtig”, snikte een blanke vrouw. “Waarom hebben we dit niet jaren eerder gedaan”? Een Zuidafrikaanse emigrante in Nieuw Zeeland, die alles op de televisie had gevolgd, riep haar landgenoten op vooral niet te emigreren: “Ik kom terug.”

De verkiezingen bleken een moment van katharsis voor mensen die òp waren van het geweld, de verdeeldheid en het jarenlang wachten op hun democratisch recht en daarmee hun waardigheid. Moeiteloos werden muren doorbroken die voorheen onneembaar leken. Mercedessen en BMW's stonden geparkeerd aan de stoffige weg naar het krottenkamp Zevenfontein, ten noorden van Johannesburg. Inwoners van de dure blanke voorstad Sandton hadden gehoord dat voor het stemlokaal in Zevenfontein geen al te lange rijen stonden en besloten daar hun stem uit te brengen. Ze stonden vrolijk te kletsen met de bewoners van de haveloze hutjes. Een man had de videocamera meegebracht om het historische moment vast te leggen.

De stemming van de natie, die door de apartheid nooit een natie kon worden, overheerste al het geklungel in de organisatie van de verkiezingen. Commentatoren van alle gezindten keken verbijsterd toe hoe de bevolking enthousiast de door de politici bedachte transformatie goedkeurde. Hier en daar werd al betoogd dat de verkiezingen de ideale grondslag vormen voor nationale verzoening. Dat is wat voorbarig. Tussen nu en de acceptatie van de verkiezingsuitslag kan nog veel misgaan. En de vraag blijft of de bewoners van Sandton nog steeds zo in het nieuwe Zuid-Afrika geloven wanneer ze voor het eerst belasting op hun tweede huis aan de kust moeten betalen om de levensomstandigheden van hun buren in Zevenfontein te verbeteren. Of was het toch een eendaagse verkiezingssafari in een squattercamp en nu weer over naar de veilige oude verhoudingen?

Voor lastige vragen over solidariteit en herverdeling van welvaart was deze week geen tijd. Rechter Johan Kriegler, de voorzitter van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie, kreeg zijn zin. Het mochten geen verkiezingen van “zandzakken en prikkeldraad” worden, het moest “een feest” zijn. In Yeoville, het artistieke wijkje van jongere Zuidafrikanen dat als het meest geïntegreerde van Johannesburg bekend staat, was dat gelukt. De sfeer was volstrekt ontspannen. Een orthodox-joodse inwoner in zwart pak stond een boek te lezen in de rij in het park, tussen blanke moeders met kinderen en hippe zwarte jongeren, terwijl kinderen van alle kleuren samen poedelnaakt in een zwembadje speelden.

In het zwarte township Alexandra bij Johannesburg was de sfeer al even gemakkelijk, maar het gezelschap veel minder gemengd. Eén blanke man had zich in de rij geposteerd en wachtte uren op zijn beurt, hoewel hij in zijn blanke buurt veel sneller had kunnen stemmen. Het vond het “passender op dit moment in de geschiedenis” om hier te stemmen - in de school waar hij vorig jaar in de avonduren gratis bijlessen gaf aan slecht opgeleide leraren natuurkunde. Intussen vroegen vrouwen babies te leen, want moeders kregen voorrang. Uit alle monden kwam hetzelfde zorgeloze commentaar: “Ik heb al zo lang gewacht, deze uren kunnen er nog wel bij”.

Al waren zij de slachtoffers van de blunderende verkiezingsbureaucratie, de kiezers leken zich er veel meer over op te winden dan de politici. De Onafhankelijke Verkiezingscommissie (OVC) werd de zondebok voor alles wat misging. Stembiljetten kwamen niet aan in veel delen van het land, medewerkers in de stembureaus waren slecht opgeleid en het raadsel van de miljoenen “verdwenen” stempapieren werd niet opgelost. Zelfs binnen de OVC gaf men toe dat de taak misschien wat te zwaar was geweest voor een organisatie zonder verkiezingservaring die binnen drie maanden voor het eerst deze enorme operatie moest opzetten en uitvoeren. Met veel lapwerk en improvisatie en een dag verlenging leek het gisteren in de meeste delen van het land toch goed af te lopen.

Het conservatieve dagblad The Citizen schreef gisteren in een hoofdartikel: “Nog nooit is een land zo vreselijk in de steek gelaten tijdens zo'n cruciale verkiezing”. Andere commentaren waren heel wat coulanter voor de OVC. Het dagblad Business Day herinnerde eraan dat de politici de onervaren commissie met de taak hadden opgezadeld. De deskundigen van het ministerie van binnenlandse zaken mochten de verkiezingen niet organiseren omdat het “objectief” moest gebeuren. Daarbij kreeg de OVC er tot het laatst onmogelijke taken bij. In februari pas namen de politici het besluit twee stembiljetten te gebruiken: een voor het nationale parlement en een voor de negen provinciale parlementen. Pas vorige week sloot Inkatha zich aan en dwong de politiek de organisatie tot de noodoplossing van een sticker onderaan het stembiljet. Dat moest wel misgaan.

Na de telling, die mogelijk maandag is afgerond, moet de OVC besluiten of de verkiezingen “grotendeels vrij en eerlijk” zijn geweest. Dat is meer een zaak van politieke wil dan van een technisch oordeel. De partijen moeten beslissen of de onvolkomenheden, en hun eigen beweringen over frauduleuze handelingen, zo zwaar wegen dat ze het land willen terugwerpen in politieke onzekerheid. Nelson Mandela nam gisteren reeds een voorschot: voor hem zijn de verkiezingen nu al rechtvaardig verlopen. Zuid-Afrika kijkt eerder naar Ulundi, waar chief Buthelezi als hij zou willen, het rommelige verloop van de verkiezingen in KwaZulu zou kunnen aangrijpen om het resultaat te verwerpen. Tot nu toe zijn alle partijen voorzichtig - alsof ze beseffen dat deze verkiezingen simpelweg niet kùnnen mislukken. Al is het alleen maar omdat het enthousiasme van miljoenen kiezers voor een nieuw land moet worden beloond.

    • Peter ter Horst