Venetië gedenkt 400ste sterfdag van oude meester; Jacopo Tintoretto haatte het schilderen van portretten

Tentoonstelling: Jacopo Tintoretto: Ritratti. In de Gallerie dell'Accademia, tot 10 juli. Tintoretto nelle incisione. In het Palazzo Ducale, tot 10 juli.

Het is niet gemakkelijk om een tentoonstelling te maken over de Venetiaanse schilder Tintoretto. In zekere zin is het zelfs overbodig. Een goed geplande wandeling door Venetië langs de kerken en paleizen waar zijn werk hangt, vaak nog op de oorspronkelijke plaatsen, en een bezoek aan de Accademia, die veel van zijn schilderijen bezit, levert al een rijk overzicht op van zijn oeuvre. Het moet de stad Venetië dan ook enige hoofdbrekens hebben gekost hoe de sterfdag van Tintoretto, 400 jaar geleden, te herdenken.

Men is tot een drieledige oplossing gekomen. In de Accademia wordt een onbekende kant van deze schilder getoond: een tentoonstelling van 44 van zijn portretten. Het Palazzo Ducale heeft een tentoonstelling over de grafiek naar Tintoretto's werk, waar men kan volgen hoe zijn werk in reproduktie bekend is geworden. En tenslotte is er een gidsje verkrijgbaar met een wandeling langs alle plekken in de stad waar schilderijen van de meester hangen. Daar wapperen ook de banieren met daarop een van zijn meest beroemde portretten: dat van Jacopo Soranzo.

Tintoretto (1518-1594), wiens echte naam Jacopo Robusti luidde, werd geboren in Venetië en ontwikkelde zich evenals Veronese tot een alom gerespecteerde meester in de schaduw van een van de grootste schilders van zijn tijd: Titiaan. Hij zou daar ook enige tijd in de leer zijn geweest. Al vroeg kreeg hij vererende opdrachten, niet alleen in zijn geboortestad, maar ook in Mantua, waar het mecenatengeslacht der Gonzaga's heerste. Hij leidde een groot atelier en zijn opdrachten golden vooral grootschalige bijbelse en mythologische taferelen voor kerken en paleizen.

Tintoretto ontwikkelde zich tot een schilder van uiterst dynamische, overvolle composities, die met een grote verbeeldingskracht tot stand zijn gekomen. Hij was een orthodoxe schilder, wiens composities niet altijd even overzichtelijk zijn. De dynamiek in zijn werk wordt niet alleen gesuggereerd door de bewegelijkheid van de voorstelling, maar ook door de wijze van schilderen. Hoewel Tintoretto in een maniëristisch tijd werkte, is zijn stijl niet verfijnd of geraffineerd, eerder snel en expressionistisch. Dat moet aangeslagen zijn, anders beschikte hij niet over zo'n gevulde orderportefeuille. Een van zijn belangrijkste werken is een dramatische monumentale kruisiging in de Scuola di San Rocco in Venetië.

Tintoretto's portretten zijn nooit zo bekend geworden en dat moet met de kwaliteit te maken hebben. In de Accademia hangen er 44, voor het grootste deel portretten van individuen, die allen leden van het Venetiaanse patriciaat voorstellen: doges, bankiers, legercommandanten en drie zelfportretten.

Zijn portretten staan in de Venetiaanse zestiende-eeuwse traditie waarvan Giorgione en Titiaan de aartsvaders zijn. Dat wil zeggen: schilderijen op grof linnen, wat een zekere rulheid in het oppervlak veroorzaakt, gedempte kleuren en donkere achtergronden, waaruit de voorgestelde en in eerste instantie diens gelaat oplicht. Hij legde een voorliefde aan de dag voor paars-violette stoffen.

Tintoretto mocht dan een veelgevraagde schilder zijn, in zijn portretten legt hij het volledig af tegen zijn dertig jaar oudere stadsgenoot Titiaan. Hij mist het psychologisch inzicht, het gevoel voor compositie en de subtiliteit van de weergave van huid en stoffen die bij Titiaan zo moeiteloos samenvallen. Waar Titiaan de kijker ogenblikkelijk naar het gelaat weet te trekken en dan vooral naar de ogen, wordt men bij Tintoretto afgeleid. Hier een harnas, daar een vergezicht, daar een leuning van een stoel. Zijn manier van schilderen is gehaaster, wat soms, vooral in de weergave van stoffen en materialen, goed werkt, maar bij gezichten toch minder. Misschien is dat te wijten aan Tintoretto's eigenlijke métier: het schilderen op groot formaat van werken die men op een afstand moet zien en waarbij individuele trekken van de personages er minder toe doen dan de expressieve uitdrukking van een bepaalde emotie.

Vaak vormen in Tintoretto's portretten hoofd en romp van de voorgestelde geen organische eenheid; bij groepsportretten zien we een rij starre individuen die op geen enkele wijze iets met elkaar van doen hebben. Van een afstand lijken een paar portretten wel indrukwekkend, van enkele eerbiedwaardige grijsaards bijvoorbeeld. Maar van dichtbij zijn het wezenloze figuren met een ongezonde huidskleur en ingevallen wangen.

Dat kan natuurlijk een realistische wijze van weergeven zijn en dan heeft Tintoretto een stel deerniswekkende lieden neergezet, zoals Goya later de leden van het Spaanse hof onbarmhartig zou neerzetten. Ik denk niet dat dat zijn bedoeling is geweest. Tintoretto was volgens mij gewoon niet subtiel genoeg, of had te veel haast, of, waar het nog het meest op lijkt: hij haatte het portretschilderen.

Waar Titiaans portretten het resultaat zijn van bedachtzame en indringende observatie, toont Tintoretto slechts ongeduld. Zijn zwakte blijkt, behalve uit de matige compositie, vooral uit de weergave van de ogen. Te grote oogkassen, altijd dezelfde te zwaar overhangende oogleden en uitdrukkingsloze pupillen. Een goed portret heeft iets raadselachtigs, bij Tintoretto zie ik alleen maar wezenloosheid. In zijn Venetiaanse koppen gaat geheel niets om.

    • Roelof van Gelder