Van Randwijck en Vrakking mogen blijven

DEN HAAG, 30 APRIL. De Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck en hoofdofficier van justitie Vrakking hoeven van minister Hirsch Ballin (justitie) niet op te stappen.

Na twee gesprekken over hun functioneren in de IRT-affaire heeft de minister gisteren verklaard dat hij het vertrouwen in het tweetal heeft “herwonnen”. Tijdens het debat over de zaak in de Tweede Kamer, op 8 april, zei Hirsch Ballin dat het rapport van de commissie-Wierenga “zo ernstig” was dat het consequenties zou moeten hebben voor de Amsterdamse functionarissen die door de commissie als hoofdverantwoordelijken werden gezien. De bewindsman liet gisteren via een woordvoerder weten geen toelichting te willen geven op de uitkomst van de gesprekken met Van Randwijck en Vrakking.

Afgelopen maandag sprak minister Van Thijn (binnenlandse zaken) reeds zijn vertrouwen uit in de top van de Amsterdamse en Utrechtse politie, onder wie de hoofdcommissarissen Nordholt en Wiarda.

De commissie-Wierenga kwam vorige maand tot het oordeel dat de Amsterdamse betrokkenen overhaast en ten onrechte het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland / Utrecht (IRT) hadden opgeheven. Een 'omstreden werkmethode' werd door Amsterdam als reden voor de opheffing van het gezamenlijke rechercheteam genoemd, maar de commissie concludeerde dat de werkelijke oorzaak een competentiestrijd was tussen de politiekorpsen, maar ook binnen het openbaar ministerie.

Volgens een communiqué van het departement van justitie hebben Van Randwijck en Vrakking erkend fouten te hebben gemaakt. Minister Hirsch Ballin heeft hun gezegd ervoor te waken dat de politiekorpsen onder hun gezag blijven werken. Van Randwijck en Vrakking zouden inmiddels maatregelen hebben genomen om de “scheefgegroeide verhoudingen” binnen het ressort Amsterdam recht te trekken. Over de inhoud daarvan zijn geen mededelingen gedaan.

Het Kamerlid Dijkstal (VVD) noemt de uitkomst van de gesprekken “zeer teleurstellend, maar niet verrassend”. Dijkstal vindt “de schandalige uitkomst dat er na de hele zaak niets is veranderd”. Zijn collega Kohnstamm (D66) zei over de bewindslieden dat er “tenminste systeem in hun gekte” zit. “Het is een aanfluiting voor de wijze waarop de politiek met justitie en politie omgaat. De ministers hebben het rapport-Wierenga geaccepteerd, maar niemand blijkt verantwoordelijk.”