Qat

Ondergetekenden hebben zich de afgelopen weken verbaasd over de aandacht die Nederlandse kranten aan Somalische qat-kauwers besteden (NRC Handelsblad, 16 april).

Wij verkopen het twijgje aan Somaliërs en Nederlanders in een theehuis in Wageningen, en publiceren boeken en artikelen over drugs en hun werking. Dat de aandacht van de pers is gericht op een groep Afrikaanse vluchtelingen en het gebruik van een exotisch middel, past goed in de sfeer in Nederland op dit moment. Angst voor buitenlanders en een buitensporige belangstelling voor drugs beheersen het publieke debat.

In de dagelijkse realiteit van het theehuis heeft qat allang een vaste plaats ingenomen, zonder dat dat ooit problemen oplevert. Het versterkt de band tussen de Somalische bezoekers onderling en met de Nederlandse cliëntèle. Na sateh, tjap tjoy, pizza's en shoarma is er qat dat de Nederlandse cultuur kan verrijken. De licht stimulerende werking van de qat-twijgjes is te vergelijken met het effect van twee koppen koffie. Angst voor misbruik hoeft er niet te zijn omdat het kauwen van de twijgjes een omslachtige bezigheid is. De steun die de qat voor de meerderheid van de Somaliërs in Nederland betekent, weegt niet op tegen de problemen die het voor een enkeling kan veroorzaken. Een eventueel verbod van qat is onzinnig. De handel verdwijnt dan uit het zicht, de prijzen zullen stijgen en slechte alternatieven zullen gevonden worden in alcohol en andere drugs.

    • Martin Petiet
    • Arno Adelaars