Politiek

Als je een maand weg bent geweest zie je het allemaal beter. We zeggen: je moet eens afstand nemen; maar eigenlijk is het: je moet eens afstand hebben genomen, in de voltooid verleden tijd. Straks, na de vakantie, krijgen de mensen weer de schok die geen cultuurschok is en ook geen 'schok der herkenning' maar de verlammende ontdekking dat hun straat er nog precies zo bij ligt als toen ze vier weken tevoren nog even omkeken. Veel van wat we Nederland noemen, heeft nog altijd die onzegbare rose kaalheid, 's winters onder het grijze wolkendek en 's zomers met modelbomen bemeubeld, en op de televisie mensen die iets zeggen dat ze van niemand hoeven te zeggen.

Maar het wordt anders.

Ik liep iemand tegen het lijf die een maand in Moskou was geweest. “Wat is hier gebeurd?” vroeg hij.

“Hoezo?”

Hij was de vorige dag thuisgekomen, had de stapel kranten doorgelezen en daardoor binnen een paar uur alles moeten verwerken waaraan de thuisblijvers geleidelijk waren gewend: de verkiezingscampagne. Dat had een heel andere ervaring veroorzaakt: niet een van bovengenoemde schokken of die verlammende ontdekking, maar een gevoel dat nieuw voor hem was, alsof bij zijn afwezigheid zijn huis - hij zocht naar een vergelijking - alsof er een XTC-bende bij hem zijn intrek had genomen, maar dat was het ook niet precies.

“Wat dan wel?”

In de ondergaande zon van het voorjaarsdagje slenterden we over de Nieuwezijds Voorburgwal. “Kijk,” zei hij. “Hier heb ik als jonge jongen een vrouw nog eens Vadertje Stalin horen en zien verdedigen. Toen waren er ook verkiezingen op handen en het was net zulk mooi weer als nu. Ze wond zich zo op dat er een regenboogje in haar speekselmist ontstond.”

“Wil je die tijd terug?” vroeg ik.

Hij haalde zijn schouders op. “De dag dat ik uit Moskou vertrok hebben alle ministers en de partijleiders daar een verklaring ondertekend dat ze geen geweld tegen elkaar zullen gebruiken.”

“Vind je dat een voorbeeld voor Nederland?”

Hij haalde zijn schouders op. “Wanneer heb jij je eerste minister gezien?”

“Bewust een minister gezien. Van dichtbij. Dat was Henry Kissinger, precies eenentwintig jaar geleden.”

“En wat was je indruk?”

“Een solide man. En wie was jouw eerste minister?”

“Biesheuvel. Barend Biesheuvel. In z'n soort even solide als Kissinger.”

We waren het eens, en zo kwam ons gesprek vanzelf op het type, het standaardtype van de minister. In de psychologie is onderzoek gedaan naar het standaardtype van de agent. De wetenschappers hadden tweehonderd negatieven van agentenportretten en face op elkaar afgedrukt en daaruit kwam de agent tevoorschijn, niet de gemiddelde maar - paradoxaal - iets wat tegelijkertijd de oeragent en de ideale agent was. Iets dergelijks zou met ministers mogelijk moeten zijn.

“Maar om terug te komen op wat je daarnet zei: waarom dacht je nu eigenlijk dat er een XTC-bende bij je was ingetrokken, of dat misschien niet helemaal, maar dan in ieder geval iets dat erop leek?” vroeg ik.

“Daar gaat het nu juist om. Dat zijn onze ministers.”

Ik keek hem verwonderd aan.

Hij haalde diep adem, alsof hij zich probeerde vol te zuigen met een kalmerend middel. “Je kent me als een gematigd man,” zei hij. “Altijd bereid om de mensen van hun beste kanten te bekijken. Altijd neem ik aan dat ze hun best doen om datgene tot stand te brengen waarvoor ze per slot van rekening op de wereld zijn. Werk, plicht, eenvoud, arbeid adelt. Je kunt dat naïef van me vinden maar het zit in m'n ziel, en al zou ik het willen, daar kan ik geen afscheid van nemen. Daarom zal ik mezelf niet met instemming horen bij wat ik nu ga zeggen. In één avond kranten lezen heb ik onze ministers een maand aan het werk gezien en dat is met geen pen te beschrijven, dat gehannes en gesjoemel, het opzetjes maken, op hun stoel kleven, elkaar de schuld geven, de vermoorde onschuld uithangen, het vrome beentje lichten, glimlachend natrappen, die deftige eerloosheid, die verstikking, dat maak je in Moskou niet mee. Ministers! Pah!”

“En Chasboelatov dan?”

“Hadden we hier maar een Chasboelatov!” riep hij. “Een koninkrijk voor een Chasboelatov!”

Ik heb nog geprobeerd hem uit te leggen dat hij als 'mopperkont' te boek zou worden gesteld als hij op die manier door zou gaan maar hij hield niet op, in bewoordingen die ik in strijd met de nuance van deze krant vind.

Het is niet mijn gewoonte, op deze plaats over politiek te schrijven, maar bij deze heb ik het meest gematigde deel van zijn uitbarsting toch doorgegeven.

    • S. Montag