Overheid is het aan de burger verplicht de criminaliteit met kracht te bestrijden

Op de Opiniepagina van 16 april betoogde criminoloog Herman Franke dat we de lasten van de misdaad niet moeten overdrijven. Hij stak een beschuldigende vinger uit naar de minister van justitie, die volgens hem met 'indianenverhalen' de burgers de stuipen op het lijf jaagt. Minister Hirsch Ballin reageert.

Het heeft lang geduurd voor de toenemende onveiligheid in ons land niet alleen door de burger, maar ook door de politiek en de wetenschap als probleem werd erkend. Te lang is de criminaliteit gebagatelliseerd. Mensen die zich zorgen maakten over de toenemende criminaliteit werd geadviseerd een ander ochtendblad te gaan lezen. Blijkens zijn artikel in deze krant van 16 april, staat de criminoloog Franke nog steeds in deze traditie van 'het valt wel mee' en 'we moeten niet overdrijven'.

Met nadruk wil ik erop wijzen dat het helemaal niet meevalt en dat van overdrijving geen sprake is. Uit politiecijfers en de gegevens van slachtoffer-enquêtes blijkt dat de criminaliteit de laatste decennia voortdurend in omvang is toegenomen. Vanaf het midden van de jaren tachtig treedt een zekere stabilisering op. Dit betekent niet dat het aantal delicten niet meer toeneemt. Het neemt alleen minder sterk toe.

Niet alleen de omvang, maar ook de ernst van de criminaliteit is groter geworden. Ook in het laatste decennium is de misdaad harder en gewelddadiger geworden. Ik noem drie trends:

- Er is sprake van een sterke stijging van de geweldsmisdrijven. Binnen die categorie zijn in het bijzonder bedreiging, diefstal met geweld en afpersing sterk toegenomen.

- Onder de vermogensmisdrijven is de sterke groei van diefstal door middel van braak opvallend.

- Ook bij de jeugdcriminaliteit, die vanaf 1990 weer is toegenomen, doet de sterkste stijging zich voor bij de geweldsdelicten.

Ten slotte is de omvang en de macht van de georganiseerde misdaad gegroeid. Ik weet dat er mensen zijn die vinden dat ik dit probleem overschat. Sommigen zijn van mening dat de beschikbare beleidsinformatie, zoals de CRI-schatting van honderd grote misdaadorganisaties, niet deugdelijk is. Blijkbaar willen zij een meer verfijnde statistiek. Het zal duidelijk zijn dat deze eis volstrekt irreëel is. In een vitale democratische rechtsstaat is het aantal criminele organisaties per definitie slechts bij benadering bekend. Zo gauw de volledige onderwereld in kaart kan worden gebracht, is het te laat. De georganiseerde misdaad is dan dermate gevestigd en onkwetsbaar geworden dat de strijd ertegen reddeloos verloren is.

Franke meent dat de grote omvang van het criminaliteitsprobleem nu eenmaal de last is die men moet dragen als men wil leven in een moderne, democratische, multiculturele welvaartssamenleving. Het criminaliteitsprobleem moet maar op de koop toe worden genomen. Dit fatalisme is op termijn bijzonder gevaarlijk. Als men zelfgenoegzaam achterover leunend de strijd tegen de criminaliteit opgeeft en Nederland blijft zien als 'een justitiële en politionele modelnatie', dan is het met de democratische welvaartssamenleving gauw afgelopen.

Een hoge criminaliteit vormt een ernstige bedreiging van het democratische gehalte van een samenleving. Ten eerste doordat zij gevoelens van angst en onveiligheid wekt. Angst maakt onvrij, beperkt mensen in het bijzonder in hun bewegingsvrijheid. Anders dan Franke beweert, zijn die onveiligheidsgevoelens niet 'meer en meer los komen te staan van de werkelijke criminele bedreigingen'. Het onveiligheidsgevoel is de laatste tien jaar veel minder sterk toegenomen dan de criminaliteit (vergelijk de CBS-gegevens hierover).

Ten tweede vormt de georganiseerde misdaad, op haar beloop gelaten, een tijdbom onder de democratische rechtsstaat. Zeer recent is gebleken dat Napels jarenlang is geregeerd door de mafia die politie, justitie, politiek en bedrijfsleven tot haar medeplichtigen had gemaakt. Ik vind dat wij er in Nederland voor moeten zorgen dat het niet zover komt.

Mede door de laissez passer-mentaliteit die nog steeds lijkt te bestaan, is de bewustwording van de ernst van het criminaliteitsprobleem in het beleid, de politiek, de media en de wetenschap betrekkelijk laat en in een betrekkelijk korte periode tot stand gekomen. Daardoor zijn achterstanden ontstaan bij de bestrijding van de criminaliteit. De afgelopen vier jaar heeft het criminaliteitsbeleid in het teken gestaan van het inlopen van die achterstanden. Daarbij is gewerkt aan alle aspecten van de criminaliteitsbestrijding.

Slechts één van die aspecten wordt door Franke bepleit: meer preventie en beveiliging. Graag wil ik erop wijzen dat in de afgelopen kabinetsperiode de basis is gelegd voor een veiligheidsbeleid, bestaande uit een optimale afstemming van preventieve maatregelen en nieuwe vormen van toezicht. Hierin werken alle betrokken instanties op lokaal en regionaal gebied intenstief samen: politie, justitie, bestuur, buurtorganisaties en bedrijfsleven. Hoewel daarmee al belangrijke resultaten zijn geboekt, ben ik het niet met Franke eens dat binnen afzienbare tijd 'het plafond van preventiemaatregelen' zal zijn bereikt. Het preventiebeleid wordt nog te incidenteel gevoerd en alleen wanneer lokaal of regionaal de problemen zeer groot zijn geworden.

Afgezien daarvan is het bijzonder kortzichtig om het criminaliteitsbeleid te beperken tot meer preventie, beveiliging en slachtofferhulp. Burgers die zich houden aan de regels en hun best doen te voorkomen dat zij slachtoffer worden van criminaliteit, moeten ervan op aan kunnen dat ook de overheid er alles aan doet om de criminaliteit krachtig te bestrijden. Daarom is ook een ingrijpende herziening van de criminaliteitswetgeving en een aanzienlijke versterking van de organisatie van politie en justitie tot stand gekomen.

De wettelijke bescherming van de verdachte was in sommige opzichten te ver doorgeschoten en werd al te vaak misbruikt om de waarheidsvinding te bemoeilijken en een gerechtvaardigde veroordeling en straf te ontlopen. Het evenwicht tussen de rechtsbescherming van de verdachte en een adequate bestrijding van, vooral de zware, misdaad is hersteld. Zo zijn de opsporingsmogelijkheden van de politie aanzienlijk verruimd en zijn voorbereidingshandelingen voor ernstige misdrijven strafbaar gesteld. Financiële instellingen hebben de plicht gekregen ongebruikelijke transacties te melden, de koppeling van gegevens van overheidsinstellingen is verbeterd en er is een beperkte identificatieplicht ingevoerd. Verder kan gemakkelijker beslag worden gelegd op uit misdrijven verkregen vermogens en zijn de mogelijkheden voor slachtoffers om hun schade te verhalen op de dader sterk verbeterd. Aan de onbevredigende praktijk dat kleine technische fouten in de telastelegging vaak leiden tot het vrijuit gaan van verdachten van soms zeer ernstige delicten, wordt een einde gemaakt met een wetsvoorstel dat deze week naar de Tweede Kamer gaat.

Ten slotte is gewerkt aan de verbetering van de strafrechtelijke keten. Dit was noodzakelijk, omdat politie, Openbaar Ministerie, rechterlijke macht en gevangeniswezen onvoldoende waren berekend op de omvang en de ernst van de criminaliteit. In een zeer kort tijdsbestek is de politie gereorganiseerd. De verbetering van de kwaliteit van de politiezorg zal pas op langere termijn zichtbaar kunnen worden. Een aanwijzing dat het de goede kant opgaat is dat de ophelderingscijfers voor geweldsmisdrijven in 1993 zijn gestegen: van 48,6 procent naar 51,4 procent.

Bij het OM is hard gewerkt aan een verbetering van de effectiviteit en efficiëntie. De eerste resultaten zijn al zichtbaar. De beleidssepots zijn afgenomen, de transacties zijn toegenomen en de doorlooptijden zijn verkort. Ook is gepoogd de werkdruk van de rechter te verminderen, zodat verdachten beter en sneller kunnen worden berecht. De voorgestelde verkorting van de procedure voor de bekennende verdachte zal de rechterlijke macht verder ontlasten.

Ten slotte is het gevangeniswezen in de afgelopen periode sterk verbeterd. De celcapaciteit is vergroot van 6.800 in 1990 tot 9.800 eind dit jaar. Daar komen tot 1996 nog eens ruim 2.000 cellen bij. Hiermee komt de detentiecapaciteit op een gemiddeld Europees peil te liggen, iets wat Franke om onnaspeurlijke redenen verkeerd schijnt te vinden.

De criminaliteit vormt een ernstig probleem. Het zou naïef zijn op korte termijn van het beleid grote successen te verwachten. Daarvoor is het probleem te groot en daarvoor is het nieuwe beleid ook nog te jong. Maar dit beleid is wel de enige echte garantie voor resultaten.

    • Mr. E.M.H. Hirsch Ballin