Ook Sultan van Brunei kan goed squashen

ZOETERMEER, 30 APRIL. De voorzitter van de Wereld Squash Federatie is van koninklijken bloede. Tunku Tan Sri Imran Ibni Tuanku Jaafar oftewel Prins Imran. Zijn vader, de sultan van de deelstaat Negeri Sembilan, werd dinsdag in Kuala Lumpur tot koning van Maleisïe gekroond. Drie dagen later is Imran eregast bij het Europees kampioenschap voor landenteams in Zoetermeer. Een paar uur na zijn aankomst in Nederland bestelt hij in de vip-kamer van het sportcomplex zwarte koffie.

Prins Imran was in 1973 de eerste squashkampioen van Maleisië. Hij maakte met de sport kennis tijdens zijn studie in Engeland. Bij terugkeer in eigen land was hij mede-oprichter van de nationale squashbond. Nee, stelt hij resoluut, hij kreeg de titel niet cadeau in '73. Er deden 64 spelers mee en niemand toonde speciaal respect omdat hij een prins was. “Op de baan bestaat er geen protocol.”

Hij bediende zich, zo vertelt de nu 45-jarige Imran, als squasher veel van drop-shots en lobs. Tegenwoordig speelt hij niet meer. Hij zegt er niet voor in conditie te zijn. “En wij als federatie waarschuwen onze spelers er juist voor om niet te spelen als ze niet fit zijn. Dan kan squash gevaarlijk zijn.” Hij vertelt lachend dat hij zijn squashtitel niet alleen 21 jaar geleden, maar ook “zestig pond geleden” behaalde. “Ik was vroeger een magere man.”

Toch wil de prins wel weer gaan squashen. Hij denkt dan vooral aan dubbelen. Met z'n vieren op de baan kost minder inspanningen. De wereldbond probeert het dubbelspel in het squash nieuw leven in te blazen. Imran vindt het zelf good fun.

Hij stamt uit een sportieve familie. Zijn vader speelde badminton en cricket in de nationale ploeg en heeft een golfhandicap van negen. Zelf kwam Prins Imran ook voor het Maleisische cricketteam uit. Nu is hij voorzitter van de nationale bond. Hij deed op zijn kostschool in Canterbury aan vele takken van sport, maar cricket en squash hebben altijd zijn voorkeur gehad. Tussen die twee kan hij geen keuze maken. “Squash is makkelijker om te spelen. Je hoeft maar één iemand te bellen en je kan de baan op.”

De Nederlandse kroonprins Willem Alexander is ook sportief. Daarom had de voorzitter van de Nederlandse squashbond, Philip van der Ven, het wel een stunt gevonden om beide prinsen op één baan samen te brengen. Er werd een uitnodiging naar het Koninklijk Huis gestuurd, maar men kreeg nul op het rekwest. “30 april, hè.” Van der Ven, tevens vice-voorzitter van de WSF, vindt het jammer. Hij schaamt zich eigenlijk een beetje dat hij voor Imran geen ontmoeting met een lid van het Huis van Oranje heeft geregeld. “Ik had er zelf achteraan moeten gaan. Dom!”

“Dit is een privébezoek”, reageert de prins. Hij vindt het duidelijk geen plezierig onderwerp en grijpt in. “Weet u wie er ook goed kan squashen? De rijkste man ter wereld, de Sultan van Brunei.” Die speelde ooit eens tegen de broer van Imran. Wie won er? “Mijn broer.”

Van der Ven zegt te hopen dat Imran nog jaren de squashfederatie zal aanvoeren. Hij spreekt de prins met 'Peter' aan. “Hij heeft geen voornaam, maar in Engeland hebben ze hem op school Peter genoemd.” Gisteravond gaf Van der Ven ter ere van de hoge gast uit Maleisië bij hem thuis in Zoeterwoude een galadiner voor honderd personen die alle aan één grote tafel zaten. “Om de verbroedering in het squash aan te geven.”

Het grootste doel van Imran als WSF-voorzitter is om van squash een olympische sport te maken. Hij denkt een goede kans te hebben. De prins voerde al gesprekken met IOC-voorzitter Samaranch. Hij richt zich op de Spelen van 2000 in Sydney. “Dat is een ideale plek. Squash is heel populair in Australië.” Hij tovert een brochure uit zijn tas. What can squash bring to the Olympic Games 2000? Vermeld wordt dat er vijftien miljoen mensen op de wereld squashen in 122 landen. Dat moet toch ruim voldoende zijn om een olympische sport te kunnen worden.

Imran noemt squash “een echte sport”. “Je hebt er zowel je verstand als je lichaam voor nodig. Het is een echt gevecht. De winnaar is puur, onbetwist. De punten tellen.”

Een probleem is dat squash als kijksport - en dan met name op tv - niet zo geschikt is. Het balletje is moeilijk te volgen. De WSF doet er van alles aan om zo gunstig mogelijke omstandigheden te creëren. Zo wordt er voortdurend geëxperimenteerd met verschillende kleuren van bal en ondergrond. “Maar de bal blijft klein”, weet Prins Imran. “Maar hoe zit dat dan met zeilen op de Olympische Spelen?”, reageert Philip van der Ven. “Daar kan je helemaal niet zien wie er eerste, tweede en derde ligt.”

Prins Imran schatert het uit. “En bij het schieten dan? Daar kan je de kogels toch ook niet volgen?”

    • Hans Klippus