Nederlands gedoogbeleid softdrugs wint terrein

Kleine gebruikers van hasj worden in Duitsland alleen in bijzondere gevallen nog vervolgd, zo oordeelde donderdag het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Duitsland lijkt de kant op te gaan van het Nederlands gedoogbeleid.

ROTTERDAM / BONN, 30 APRIL. “Een stap op weg naar verdere harmonisering van de Europese wetgeving.” Zo betitelt een woordvoerder van het Nederlandse minsterie van justitie het arrest van het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Want het Nederlandse softdrugs-beleid, dat minster Hirsch Ballin (justitie) vorig jaar nog leek te willen aanscherpen, wint in de rest van Europa terrein.

Het Duitse hof bevestigde donderdag een de afgelopen jaren gegroeide gedoogpraktijk voor softdrugs in veel Duitse deelstaten. In het algemeen zijn dat de Westduitse deelstaten waar de SPD (mee)regeert. Lagere rechters in Lübeck, Stuttgart, Hildesheim en Frankfurt hadden met een reeks vonnissen al duidelijk gemaakt dat zij de strafbaarheid van hasjroken strijdig achten met de grondwet en dat zij een overeenkomstig arrest van de hoogste rechterlijke macht wilden zien. Dat zou zo goed als zeker tot wetswijziging leiden.

Zo ver is het hof in Karlsruhe niet gegaan, al deelde het wel mee dat het legalisering van gebruik en 'klein bezit' van hennep-produkten in de toekomst niet uitsluit. Daarmee hield het hof zich buiten de politiek, maar gaf wel aan dat het einde van de Wet op de verdovende middelen in zicht komt.

Van belang voor het arrest van het Hof zal zijn geweest dat de Duitse vereniging van rechters en officieren van justitie die zich veel met het jeugdstrafrecht bezighouden, eind vorig jaar het officiële drugsbeleid als mislukt bestempelden. Een strenge vervolging van hasjgebruik zou de overgang naar hard drugs bevorderen en crimineel gedrag uitlokken.

Het is een constatering die het Nederlands justitieel apparaat al in de jaren zeventig deed. Het Duitse arrest is daarom te beschouwen als een nieuwe stap in de 'harmonisering' van het drugsbeleid in de richting van het Nederlands gedoogbeleid. Ook in landen als Italië, Spanje en Engeland is sprake van een voortschrijdende decriminalisering van gebruik van soft drugs.

Het Duitse arrest toont aan dat er grote veranderingen hebben plaatsgehad sinds de jaren tachtig, toen de media en de politiek zich uitputten in tirades tegen het Nederlandse drugsmekka. Maar de volgende stap - gedogen van de (detail)handel in hasj en marihuana - wordt niet overwogen. Daar wringt dan ook de schoen, meent A. Orie, advocaat van de Arnhemmer Harm Dost die in 1987 in Duitsland na een jarenlange procedure tot 21 maanden werd veroordeeld wegens de verkoop van hasj aan Duitsers. “Als de verkoop strafbaar blijft, blijft de Duitse gebruiker zijn heil zoeken in Nederland.”

De voortschrijdende liberalisering wil niet zeggen dat het gedoogbeleid geen tegenstanders heeft. Burgemeesters uit 23 Europese steden in de Zweedse hoofdstad Stockholm lieten donderdag een krachtig 'nee' horen tegen elke legalisering van softdrugs. Daarbij werd kritiek geuit aan het adres van Amsterdam. De burgemeesters ondertekenden een resolutie waarin zij zich keren tegen het liberale beleid van sommige steden inzake softdrugs, dat jonge mensen zou hebben “geruïneerd”. Onder de ondertekenaars bevonden zich Berlijn en Parijs.

Het manifest van de 23 steden vertoont echter trekken van een achterhoedegevecht. Zelfs in de landen van de Europese Gemeenschap die naar buiten toe een harde lijn voorstaan, staat de vervolging van soft drugs op een laag pitje. Frankrijk is sinds het aantreden van de regering-Balladur verbaal de duidelijkste vertegenwoordiger van de harde lijn. Nederland is al verschillende malen onder druk gezet om zijn liberale drugsbeleid aan te scherpen. Vorige week nog maakte premier Balladur een verwijzing naar het drugsgevaar dat dreigt “uit het Noorden”. Daarmee bedoelde hij niet België. Bezit, gebruik en verkoop van hasj is verboden in Frankrijk. De wet maakt geen onderscheid tussen soft en de hardste hard drugs: twintig jaar gevangenisstraf is het maximum dat er op staat. Maar de aanpak van hasj omschreven als 'de grijze zone' van het justitieel beleid.

In Nederland is men blijkens de reacties op het Duitse arrest ingenomen over de voortrekkersrol. De volgende stap - legalisering van softdrugs - staat echter niet op de politieke agenda. In januari bepleitten de korpschefs van de grote steden en vertegenwoordigers van het zakenleven voor stappen in die richting. Justitie lijkt onder leiding van Hirsch Ballin eerder uit op het tegendeel. Zo bepleitte de minister vorig jaar oktober in de Tweede Kamer een aanscherping van het gedoogbeleid. Dat wekte grote weerstand in de Kamer.

Hoewel er landelijke richtlijnen zijn voor het gedoogbeleid, blijft het in Nederland in hoge mate een lokale zaak. In de steden is sinds 1992 een sluipend offensief gaande tegen de verkooppunten van softdrugs: de koffieshop. De overlast die ze zouden veroorzaken, vormt het voornaamste argument. Amsterdam opende in december 1992 het offensief met een massale actie waarbij 21 koffieshop werden gesloten. Ook grenssteden als Venlo en Winterswijk, die last hebben van drugstoerisme, proberen het aantal koffieshops in te perken.

De rechters werken echter niet altijd mee aan repressie van koffieshops. De gealarmeerde koffieshophouders verenigen zich intussen in belangenverenigingen, zoals de onlangs opgerichte 'bond van cannabis detaillisten' en pleiten voor legalisering. In de Tweede Kamer lijkt men op dit moment vooral tevreden met de bestaande praktijk. Alleen D66 werpt nu en dan eens een balletje op voor legalisering.