Moord

John Berendt: Midnight in the Garden of Good and Evil

392 blz., Random House 1994, ƒ 35,55

'Een broeikas', noemt Esquire-columnist John Berendt de Amerikaanse stad Savannah (aan de oostkust, in de staat Georgia) in zijn boek Midnight in the Garden of Good and Evil, een geslaagde mengeling van reisboek en misdaadreportage. Grotendeels afgesloten van de buitenwereld, geheel en al op zichzelf betrokken, vormt deze warme zuidelijke stad de ideale voedingsgrond voor allerlei buitenissige persoonlijkheden: “Het gewone werd buitengewoon. Excentriekelingen floreerden. Iedere persoonlijke nuance en eigenaardigheid kreeg in die weelderige afgesloten ruimte een fellere glans dan waar ook ter wereld mogelijk zou zijn geweest.” Berendt woonde acht jaar met tussenpozen in Savannah en Midnight is een lichtvoetige, bij vlagen erg grappige hommage aan een stad die zich aan alle kanten lijkt te onttrekken aan de rest van Amerika.

Berendt is van oorsprong een Newyorker en in het eerste deel van zijn boek geeft hij ruim baan aan de zeer noordelijke verwondering over het losse leven in Savannah. Een stoet Amerikaanse originals trekt voorbij, de een nog hilarischer dan de ander: de aristocratische kunstverzamelaar en restaurateur die een nazi-vlag uithangt wanneer er voor zijn huis opnamen worden gemaakt voor een historische spektakelfilm over de Burgeroorlog, zijn gewelddadige, kansarme vriendje, de zwarte travestiet The Lady Chablis ('My mama got the name Chablis off a wine bottle.') die zich gillend en bitsend door het leven slaat, de vier keer getrouwde levensgenieter die telkens weer deurwaarders en gerechtsdienaars te slim af is, een stokoude zwarte man die al vijfenwtintig jaar een onzichtbare hond uitlaat, en de in zichzelf gekeerde kluizenaar van wie heel Savannah vermoedt dat hij het flesje dodelijk gif dat hij altijd op zak heeft zal lozen in de watervoorraad van de stad. Die met veel smaak beschreven menselijke grotesken deden me denken aan verhalen van Truman Capote; liefdevol, niet vrij van effectbejag, maar met voldoende ironie om gemakkelijke nostalgie en sentiment te vermijden.

Maar na verloop van tijd komt Berendt er achter dat Savannah ook een donkere kant heeft. In de broeikas blijken ook onderlinge rivaliteiten, stokoude vetes, racisme en vooroordelen welig te tieren. Wanneer de kunstverzamelaar Jim Williams - die van de nazi-vlag - op een avond in 1981, in Mercer House, zijn herenhuis vol kunstschatten, het onhandelbare vriendje doodschiet, blijken achter die daad verhalen schuil te gaan die schril afsteken bij de gemoedelijke folklore die Berendt tot dan toe is tegengekomen. Het proces van de ongenaakbare Williams, die een superieure sociale positie in de hoogste kringen van de stad innam, beheerst de tweede helft van Midnight in the Garden of Good and Evil.

Williams beweert uit zelfverdediging geschoten te hebben. Hoewel Berendt zijn processen op de voet volgt en voortdurend als een stille getuige op de achtergrond aanwezig is, blijft tot het einde aan toe onduidelijk wat er precies is gebeurd, en waarom. De doodgeschoten jongen blijkt een schandknaap geweest te zijn, die zijn halve leven al het liefst dood wilde, maar de toedracht van zijn dood blijkt steeds weer te veranderen.

De toon van Berendts relaas blijft onbekommerd en onaangedaan, maar zijn verhaal krijgt gaandeweg de diepte van een tragi-komische roman, met de fascinerende, ongrijpbare Williams als hoofdpersoon. Diens geharnaste bestaan wordt door de processen en het verblijf in de gevangenis ontmanteld, maar hij blijft tot het einde toe ongenaakbaar. Berendt is een te goede schrijver om de komische kanten van de zaak niet uit het oog te verliezen: Williams' geloof in de magische krachten van een oude zwarte voodoo-koningin, Minerva geheten, geeft hem stof voor een paar krankzinnige middernachtelijke kerkhofscènes. Vanuit de gevangenis blijft hij onaangedaan per telefoon handelen in Fabergé-juwelen.

Midnight in the Garden of Good and Evil is een bevlogen boek, knap geconstrueerd, trefzeker van toon. Berendt heeft een formidabel gevoel voor dialoog en doseert zijn verrassingen zorgvuldig. In zijn nawoord geeft hij toe dat, hoewel alles in zijn boek waar gebeurd is, hij niet geschroomd heeft hier en daar wat gebeurtenissen naar zijn hand te zetten. Dat is te merken, want niet alles wat Berendt beschrijft doet even geloofwaardig aan.