Louise Hollandine, non en schilderes

Koningin Beatrix houdt zich in haar vrije tijd bezig met de beeldhouwkunst. Onder de vele nazaten van Willem van Oranje zijn meer prinsen en prinsessen die de beeldendde kunst beoefenden. Een talentvolle achterkleindochter van de Zwijger werd als mens en schilderes vergeten.

In het jaar 1709 luidden de klokken van het klooster der cisterciënzers te Maubuisson in de Val d'Oise bij de begrafenis van de 87-jarige abdis. De nonnen herinnerden zich haar als een bijzondere vrouw; vroom, sober en kunstzinnig. Tot na haar tachtigste had ze in haar cel zitten schilderen. Haar werken sierden niet alleen de altaren van de kloosterkerk maar ook de paleizen van haar vorstelijke familieleden in Frankrijk, Engeland en Duitsland. Want de non die op sobere wijze ter aarde werd besteld, was verwant aan de Europese koningshuizen. Haar ouders waren koning en koningin van Bohemen, tot ze door roomse troepen van de troon werden verdreven. Haar vader was een kleinzoon van prins Willem de Zwijger die op last van zijn roomse vijanden werd vermoord. Wat deed een prinses van protestantse afkomst als non in zo'n streng Frans klooster?

Op 7 april 1622 werd in het Hof van Wassenaer op de Kneuterdijk het zesde kind geboren van Frederik V en Elizabeth Stuart, de Winterkoning en Winterkoningin van Bohemen. Het vorstenpaar had asiel gezocht bij zijn Oranjefamilie in Den Haag. Voor de moeder vormden de bevallingen nooit een probleem; ze bracht bijna moeiteloos dertien kinderen ter wereld. Maar de onkosten die verbonden waren aan de geboorte en doop van een koningskind baarden haar zorgen. Ze was gewend in weelde te leven en nu ze als vluchtelinge krap bij kas zat, stonden er bijna altijd schuldeisers op haar stoep. De ouders kwamen op het charmante en praktische idee hun dochter te vernoemen naar het land dat hen gastvrijheid verleende: Hollandine. De Staten van Holland waren min of meer gedwongen deze eer te belonen en schonken hun petekind een pensioen van 200 pond per jaar.

Louise Hollandine gaf als kind al blijk van teken- en schildertalent. Daarom nodigde haar moeder de befaamde in Italië geschoolde hofschilder Gerard van Honthorst uit les te komen geven op de Kneuterdijk. Zijn leerlinge werkte geheel in zijn trant. Haar portretten worden gekenmerkt door een uitgesproken bevalligheid. De hofmode gaf Louise Hollandine de kans zich uit te leven op het schilderen van diepe decolletés en gefriseerde haarlokken, die als kurketrekkers langs de slapen van haar modellen neervallen.

Flirten was een belangrijk tijdverdrijf van de prinsessen maar van trouwen kwam het nooit. Een bruidsschat was er nauwelijks en bovendien bestond er bij de twee oudste dochters van de Winterkoningin weinig belangstelling voor een huwelijk. Louise Hollandine, vrij lang, slank en knap, was altijd met olieverf en penselen in de weer. Haar oudere zuster Elizabeth had belangstelling voor intellectuele zaken. Ze raakte bevriend met de Franse filosoof Descartes, die zijn 'Principia philosophiae' aan haar opdroeg. Op een van Louise Hollandines amusantste schilderijen in het museumslot Herrenhausen zien we drie prinsessen die bij een kaptafel het haar van hun moeder opmaken. Ze zetten geverfde struisvogelveertjes en bloemen met haarspelden op haar achterhoofd vast. De spullen die op de toilettafel liggen uitgestald kunnen een symbolische betekenis hebben. Misschien moeten we er ook maar niets achter zoeken en het brilletje, het boek, de schminkpotjes, de schaar, het klosje garen en de naald nemen voor wat het zijn. Verrassend is het gebit, dat op een zilveren schaaltje ligt en voor de 17de eeuw een luxe betekende.

Na het overlijden van hun vader verlieten de kinderen een voor een het Hof van Wassenaer. Elizabeth vertrok na de dood van Descartes in 1646 naar Westfalen om abdis te worden van een klooster, dat na de reformatie was geprotestantiseerd.

Louise Hollandine bleef als enige bij haar moeder achter. Ze gold als een oude vrijster toen de brutale Franse kolonel Jacques de l'Epinay het huis op de Kneuterdijk binnenstapte. Hij viel ondanks zijn slechte reputatie in de smaak. Tot verontwaardiging van Louise Hollandines broer waagde de kolonel het met zijn hoed op het hoofd en de Winterkoningin aan zijn arm over het Lange Voorhout te wandelen. In een herberg verspreidde hij het praatje dat hij zowel met de vorstelijke weduwe als met haar dochter het bed deelde. Dat werd de onstuimige jongste broer te veel; om de geschonden eer van zijn familie te wreken wachtte hij l'Epinay op en stak hem dood. De Winterkoningin sloot zich op in haar vertrekken. Tot ver over de grenzen werd er geroddeld over een verhouding tussen de prinses en de vermoorde Fransman. In deze tijd vond Louise Hollandine slechts steun bij haar schilderijen en enkele katholieke vrienden die contacten hadden aan het roomse Franse hof. Zo rijpte bij haar een avontuurlijk plan dat ze heel zorgvuldig opzette en uitvoerde.

Op een decembermorgen van het jaar 1657 verscheen de prinses niet aan het ontbijt. Toen haar moeder naar haar kamer ging, vond ze daar een afscheidsbriefje. Louise Hollandine was in het holst van de nacht zonder bediende en zonder geld naar het buitenland gevlucht. In Antwerpen werd ze door een équipage van de koningin-moeder van Frankrijk opgehaald en naar Parijs gebracht. De Winterkoningin had inmiddels een opsporingsbevel doen uitgaan om haar dochter te arresteren en 'met eerbied terug te voeren' naar Den Haag. Maar Louise Hollandine zou nooit terugkeren. Ze werd katholiek en gaf het verlangen te kennen afstand te doen van de wereld. Tot ontzetting van haar familie nam ze de witte sluier aan der cisterciënzers. Onthechting, armoede en gehoorzaamheid vormden de belangrijkste regels waaraan de prinses zich onderwierp. Ze schilderde alleen nog religieuze tafrelen zoals 'H. Maagd met Kind', 'Vlucht naar Egypte' en 'De Verrijzenis'. Dat er in het land waaraan ze haar vreemde naam dankte het gerucht werd verspreid dat Louise Hollandine naar een klooster was gevlucht om haar zwangerschap te verbergen, deerde haar niet. Ze voelde zich in haar stille cel eindelijk vrij. In 1664 verruilde ze, bij haar wijding tot abdis van het klooster te Maubuisson, de witte sluier voor een zwarte. Dat ambt zou ze nog vijfenveertig jaar bekleden. Louise Hollandine was de enige van de dertien kinderen, die niet in het testament van haar moeder werd genoemd.

    • Thera Coppens