Indië

De openingsbijdrage van uw boekenbijlage van 9-4-94 van geschiedkundige Elsbeth Locher-Scholten: 'Indië en het collectieve geheugen' behoeft een enkele rechtzetting.

Locher herinnert er aan, dat de afgelopen 25 jaar verschillende groeperingen het koloniale leven in herinnering roepen. We komen uit op 1969. Maar waarom toen ineens, 20 jaar nadat Nederland zich moest terugtrekken uit Indonesië? Locher schrijft dat sinds 1950 de noden van onder anderen oud-militairen in de doofpot waren geraakt. Pas sinds het einde van de jaren zestig kwamen ze voor hun belangen op. Merkwaardig, sinds 1969. Vanaf 1970 - één jaar later - verschijnen er opnieuw memoires. Wat bedoelt Locher met 'opnieuw'? Waarom stuurden de oud-Indiëgangers ineens weer hun manuscripten op, en wilden uitgevers die toen uitgeven?

Vanaf 1970 verschijnen ook de boeken van wat Locher de beroepsherinneraars noemt: historici en sociologen onder wie J.A.A. van Doorn en W.A. Hendrix met 'Ontsporing van geweld'. Zij stelt dat dat boek aan het begin staat van het zich rekenschap geven van Nederlandse daden, c.q. oorlogsmisdaden. Daar gebruikt Locher een begrip dat voor veel Nederlanders op alle volkeren der aarde van toepassing mag zijn, behalve voor het Nederlandse. Hoe durft ze. Maar interessanter is de vraag: hoe kwam ze eraan?

Waarom omzeilt Locher het kerngegeven van haar beschouwing? Iets dat kennelijk omstreeks 1969 plaatsvond, en in één klap die verschillende activiteiten op gang bracht? Al die gebeurtenissen die Locher noemde - en er zijn er veel meer te noemen - verschenen als reacties op het vraaggesprek dat ondergetekende had met Hans Jacobs van VARA's Achter het Nieuws, uitgezonden op 17 januari 1969.

Dat vraaggesprek, 'dat de bom deed barsten', zoals prof. E.H. Dommering in het Nederlands Juristenblad van 4 maart j.l. schreef, blijkt nog steeds het denken en handelen van veel mensen te beroeren. Want Dommering schreef zijn beschouwing 'De Nederlandse publieke discussie en de politionele acties in Indonesië' naar aanleiding van een klacht van een zogeheten Indië-veteraan wegens smaad van de schrijver Graa Boomsma. Het gerechtshof te Leeuwarden gelastte een strafvervolging, en binnenkort zal de zaak voorkomen.

In zijn boek 'De laatste tyfoon' volgt Boomsma het spoor van zijn vader, die in Indonesië diende als militair en hij citeert zijn moeder: “Ongeveer tien jaar geleden zag ik op televisie een uitzending van Achter het Nieuws over hoe erg de Nederlandse militairen op Java hadden huisgehouden. Dat had ik nooit geweten!” Haar echtgenoot, Boomsma's vader, had daar kennelijk nooit iets over verteld.

Voor velen betekende dat vraaggesprek een grote opluchting. Maar daarnaast zijn er vaderlanders wie het nog geweldig hoog zit. Hoe het zij, mensen van de tweede, of langzamerhand de derde generatie hebben dat vraaggesprek met onderzoek, films en romans aangegrepen om het patroon te ontdekken van wat er zich in de periode '45-'50 in Indonesië heeft afgespeeld, en wat hun (groot)vaders nog altijd 'niet kunnen verwerken'. Onder die derde generatie bijvoorbeeld Lochers jonge collega Mirjam Prenger. In de samenvatting van haar voordracht tijdens het congres 'Revealing and Veiling' in 1991 van de vereniging 'Geschiedenis, Beeld & Geluid' schreef Prenger: “J. Hueting, exposing Dutch war crimes in Indonesia, in the TV current affairs programme Achter het nieuws in 1969 developed into the television event of the year (if not of the decade), leading to questions in Parliament and an Official Memorandum.” Prenger doelt op de Excessen-nota die de regering-De Jong samenstelde op verzoek van de Tweede Kamer. De nota verscheen vijf maanden na dat vraaggesprek. Locher maakte geen melding van dat sleuteldocument.