In het Kremlin

Het moet voor schakers met historisch besef een bijzondere ervaring zijn geweest om te spelen in de grote vergaderzaal van het Kremlin. Generaties van communistische partijfunctionarissen hebben hier hun handen kapot geapplaudisseerd, soms vrezend voor hun eigen leven, en de sprekers naar wie zij luisterden bepaalden het lot van de wereld. Het was werkelijk een toplocatie waar de PCA beslag op had weten te leggen voor haar eerste rapidtoernooi. Nu was het een en al kapitalistische glitter en glim zoals sponsor Intel het grote podium had ingericht, met een indrukwekkend decor van reusachtige schaakstukken en dynamisch flitsende laserstralen, en elektronische demonstratieborden waardoor de partijen rechtstreeks op de Russische televisie vertoond konden worden. Duizenden toeschouwers, televisieploegen uit vele landen.

Anand, die tenslotte won, wees op het verschil met het toernooi in Linares, waar hij een paar maanden geleden aan meedeed. Dat was een klassiek toernooi met gewone bedenktijd. Onbetwist het belangrijkste toernooi van het jaar. Gemiddeld waren er twintig toeschouwers per dag en de televisie kwam alleen even kijken toen er een klein schandaaltje was geweest rond de partij tussen Judit Polgar en Kasparov. Nu had Anand zich een paar dagen geamuseerd met een frivool snelschaaktoernooi, hij had 30.000 dollar gewonnen en hij werd door een geestdriftige menigte gevierd als een groot kampioen. “Ik denk dat ik voortaan de gewone toernooien maar als een training voor de vluggertjes ga beschouwen,“ zei Anand. Het was een grapje met een ernstige achtergrond. Een aantal jaren geleden zei Kasparov dat hij zich met hand en tand zou verzetten tegen het opzetten van een circuit van rapidtoernooien. Hij was bang dat deze televisiegenieke spektakels de serieuze toernooien zouden verdringen. Nu organiseert hij ze zelf.

Veel plezier zal Kasparov niet aan dit toernooi beleefd hebben. In de eerste ronde schakelde hij Jan Timman uit, die in de beslissende partij een in de opening geofferde pion in het eindspel tekort kwam. Maar in de volgende ronde verloor Kasparov een fraaie en spectaculaire partij van Kramnik, die hem ook al in Linares verslagen had.

Wit Kramnik-zwart Kasparov

1. Pg1-f3 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. Pb1-c3 Lf8-g7 4. e2-e4 d7-d6 5. d2-d4 0-0 6. Lf1-e2 e7-e5 7. d4-d5 Pb8-d7 Tot zover hetzelfde als in Linares, waar Kramnik 8. Lg5 speelde. 8. Lc1-e3 Pf6-g4 9. Le3-g5 f7-f6 10. Lg5-h4 h7-h5 11. Pf3-d2 Pg4-h6 12. f2-f3 Ph6-f7 13. Dd1-c2 Lg7-h6 14. 0-0-0 c7-c5 15. d5xc6 b7xc6 16. Kc1-b1 a7-a5 17. Pc3-a4 c6-c5 Hij geeft het veld d5 weg om zelf d4 vast in handen te krijgen, maar dat blijkt toch ten gunste van wit uit te vallen. 18. Pa4-c3 Lh6-e3 19. Pc3-d5 Le3-d4 20. Pd2-b3 Lc8-b7 21. Pb3xd4 c5xd4 22. f3-f4 Ta8-b8 23. Th1-f1 Pf7-h6 24. c4-c5 Mooi. Dit komt op een stukoffer neer. 24...Lb7xd5 Als hij meteen op c5 slaat is 25. fxe5 sterk. 25. e4xd5 Nu staat g6 in. 25...Ph6-f5 26. f4xe5 Pf5xh4 27. e5xd6 Pd7-e5 28. Td1xd4 Ph4-f5

DIAGRAM 1

Drie sterke pionnen heeft wit voor zijn stuk, maar ze lopen nog niet hard en zwart heeft ook zijn kansen, bijvoorbeeld Tf8-f7-b7. Daarom niet geaarzeld en nog een kwaliteit er tegenaan gegooid. 29. Tf1xf5 g6xf5 30. Dc2xf5 Kg8-g7 Achteraf vond men dat 30...Dc8 de beste verdediging was geweest. Wit zou eeuwig schaak kunnen houden met 31. Dxh5 Dxc5 32. Tg4+, maar als hij hier met 32. Th4 mat zou proberen te geven, wordt hij zelf mat gezet door 32...Txb2+. 31. Le2xh5 Wit heeft vijf pionnen voor zijn toren, maar nog geen acute dreigingen en 31...Dc8 kwam hier weer in aanmerking. In plaats daarvan doet zwart een zet die wit de gelegenheid geeft om meteen toe te slaan. 31...Tf8-h8 32. Td4-g4+ Met de toren nog op f8 had zwart nu kunnen nemen. 32...Kg7-f8 33. Df5-e6 Tb8-b7 34. c5-c6 Tb7xb2+ De laatste kans, hij speelt op eeuwig schaak. Na 34...Pxg4 35. cxb7 zou wit een nieuwe dame halen. 35. Kb1xb2 Dd8-b6+ 36. Kb2-a3 Db6-c5+ 37. Ka3-a4 Dc5-c2+ 38. Ka4-b5 Dc2-b2+ 39. Kb5-a6 Db2-e2+ 40. Ka6-b7 Th8-h7+ 41. d6-d7 Aan de overkant van het bord is wit in veiligheid gekomen. Zwart gaf op.

In de volgende ronde, de halve finales, won Anand keurig van Ivantsjoek, maar in de andere wedstrijd, tussen Kramnik en Vizmanavin gebeurde iets bijzonder vreemds. Na twee partijen met 25 minuten bedenktijd per persoon stond het 1-1. Toen moest de beslissing komen door een vluggertje, waarvoor de regels golden die bekend zijn van het Parijse Immopartoernooi: wit krijgt zes minuten, zwart vijf minuten, maar dat wordt gecompenseerd doordat zwart bij remise doorgaat naar de volgende ronde. Voor wit is remise dus evenveel waard als verlies: niets. Vizmanavin had wit geloot. Het ging hem goed, heel goed.

DIAGRAM 2

Wit Vizmanavin-zwart Kramnik, na de 53ste zet van wit. Met twee pionnen voor staat wit duidelijk gewonnen. Hij kan bijvoorbeeld aansturen op de opstelling pionnen g4, h5, loper e4 en als zwart dit verhindert door zijn g-pion een keer op te spelen, wint wit met 1. Kd4 Kd6 2. c7 Kxc7 3. Ke5 gevolgd door Kf6. Vizmanavin had nog meer dan een minuut. Hij had vrijwel zeker het mat gehaald. Sommige jongelui spelen een hele partij met een minuut bedenktijd. Maar ook als Vizmanavin zou twijfelen aan zijn vingervlugheid, was het onbegrijpelijk wat hij nu deed: hij bood remise aan. Dat werd door Kramnik natuurlijk snel aangenomen, want nog afgezien van het feit dat hij glad verloren stond, voor hem was remise hetzelfde als winst. Kramnik was dankbaar, maar verbaasd. “Waarom remise?“ Het antwoord van Vizmanavin zal klassiek worden: “Oohh! Ik dacht dat ik zwart had!“

De Russische mens is door bittere ervaringen geneigd tot wantrouwigheid en in het publiek waren er velen die hier een complot vermoedden. Zouden Vizmanavin en Kramnik soms een gemeenschappelijke kas voeren en in onderling overleg de sterkste van hen naar de finale tegen Anand laten gaan? Zeer onwaarschijnlijk. Een complot, op zo'n opzichtige manier, voor het oog van vele televisieploegen, en dan met Kramnik, een wereldkampioenskandidaat met een onbevlekte reputatie? Nee, dat kan niet. De verklaring die Vizmanavin gaf is zo bizar dat ze waar moet zijn. Een schaker die in gewonnen stelling remise aanbiedt en daarmee zichzelf uitschakelt voor een finale waarin 50.000 dollar te verdelen zijn. Nog gezeten achter de witte stukken waarmee hij net 53 zetten heeft gedaan, zegt hij: ik dacht dat ik zwart had. Dat zal de schaakgeschiedenis ingaan.

    • Hans Ree