Imploderende soufflé van Blankert

Springdance. Voorstellingen: Volume 2. Choreografie: Beppie Blankert. Muziek: Charles Ives. Orkest: Combustion Chamber o.l.v. Rutger van Leyden. Gezien: 27/4 Utrecht, Central Studios. Nog te zien: 2/5 Winschoten, 3/5 Zwolle. Rough door Remote Control Productions. Regie: Michael Laub; muziek: Larry Steinbachek. Gezien: 27/4 Utrecht, Akademietheater. Tanzlabor Berlin met Solo-Solo. Choreografie, decor, kostuums, licht: Norbert Servos. Gezien: 28/4 Utrecht Ottone.

Choreografe Beppie Blankert presenteert op Springdance haar tweede dansconcert over de Amerikaanse componist Charles Ives (1874-1954). De nieuwe voorstelling mist de inspiratie, spontaniteit en spanning, die Charles/ Ives, de eerste produktie, kenmerkten. Volume 2 is een bedacht misbaksel, een imploderende soufflé.

Volume 2 bestaat uit twee delen: Ives en zijn muziek en Ives en zijn musici. Blankert koos uit diens vitale, grillige composities een aantal minder bekende stukken voor kamerorkest. De choreografie balanceert tussen verhalend en abstract ballet. Tijdens de ouverture voert Blankert de componist op in de persoon van de danser John Taylor. Met een temerig Amerikaans accent richt die zich zo nu en dan tot de musici: “All the wrong notes are right”.

De gevoels- en stemmingsbeelden van de dans zijn overwegend lyrisch en missen de opwindende variaties van de muziek. Soms is de sfeer stoeierig als bij een uitstapje, maar het dansmateriaal zelf bestaat uit matte, lusteloze bewegingsconstructies en een soort vrijblijvende gymnastiek.

Tekst, muziek en dans zijn ook de ingrediënten van Rough, een voorstelling van de Belgische theatermaker Michael Laub en de Zweedse groep Remote Control Productions. Zij presenteerden zich in mei 1991 in Nederland met Fast Forward. Ook die produktie begon sterk om daarna te verzanden door gebrek aan ideeën.

Rough heeft het karakter van een soort soap-opera, waarvan de afleveringen niet op elkaar aansluiten. De zeven acteurs improviseren op het thema macht en manipulatie. Zij dromen van een grote produktie, een musical die er nooit zal komen. In een serie, soms te veel uitgesponnen, scènes worden de teksten beproefd. Zij worden eerst hakkelend, dan weer toonloos of juist heftig uitgesproken in het Engels en daarna in sneltreinvaart herhaald in het Duits. De dansjes worden niet uitgewerkt, maar gemarkeerd. Van de liedjes hoor je alleen een paar maten. De uitstekende performers zijn verschillend in temperament en uiterlijk. De beelden zijn sterk, eenvoudig en humoristisch. Rough is een aardige satire en een afwisseling in het overige aanbod van Springdance.

Nog een opvallend programma brengt Tanzlabor Berlin met Solo-Solo van Norbert Servos. Servos ontwierp ook het lichtontwerp van deze voorstelling bestaande uit verspringende cirkels, banen, rechthoeken en vierkanten. Solo-Solo wordt uitgevoerd door Tatjana Orlob (danseres) en Sabrina Vollrath (mimespeelster). Orlobs lichaam is rood beschilderd om haar psychische verwonding aan te geven. Vollrath (de gele vrouw) is haar ongeschonden alter-ego. Zij is levenloos. De danseres zit aanvankelijk op een kinderstoeltje, later beweegt zij zich vrijer op de dansvloer.

Orlob geeft een indringende en soms ontroerende vertolking van Servos' intrigerende, expressionistische dans. De verwrongen houdingen, gebaren van afweer en klauwende vingers doen nergens geforceerd aan. Zij lijkt op een vlinder die in een jampot zit opgesloten en zich in een spiraal te pletter vliegt tegen het glas.

    • Caroline Willems