'Ik wil weer met afgezakte kousen kunnen spelen'

NRC Handelsblad vroeg de achttien aanvoerders van de eredivisieclubs naar hun mening over de competitie die volgende week afloopt. Wat vinden ze van Ajax, dat morgen officieel kampioen kan worden? Welke spelers vielen het meeste op? Wat is voor hen hét moment van dit seizoen? Ook maakten de captains hun wensen kenbaar wat betreft eventuele wijzigingen in de spelregels.

Een halve pagina voor de stem van de aanvoerders.

ROTTERDAM, 30 APRIL. De eredivisie-aanvoerders zijn zonder uitzondering onder de indruk van het voetbal van Ajax in deze competitie. Ze loven het positiespel, het hoge tempo, de snelheid en individuele klasse van het Amsterdamse elftal. VAN GEEL (Willem II) noemt Ajax “een geoliede machine”. STURING (Vitesse) is geïmponeerd door het feit dat bij Ajax iedereen in dienst van het elftal speelt. “Dat zie je bij geen ander topteam in de wereld. Daar heb je altijd spelers die zich als vedetten gedragen.”

Volgens KOEMAN (PSV) heeft Ajax minder punten verloren dan vorig jaar omdat de ploeg minder laconiek is geweest in zijn spel. “Daar heeft Van Gaal voor gezorgd.” Ook de terugkeer van Rijkaard is belangrijk geweest, aldus de PSV'er. Anderen noemen Litmanen de belangrijkste exponent van de succesformatie. WILSON (FC Groningen) looft met name Pettersson. “Wat die jongen doet is ongelooflijk.” Een kanjer, vindt HOOGMA (FC Twente). Hij noemt Finidi “een attractie”. BLIND (Ajax) stelt dat de Nigeriaanse aanvaller uit zijn eigen elftal over één van de beste voorzetten beschikt die er in het voetbal bestaan. “En verder heeft hij ook alles gedaan wat er van hem werd verwacht. Dat is klasse.”

Blind over de nieuwe kampioen: “We zijn als team beter geworden dan vorig seizoen. We hebben nu veel fouten van toen niet meer gemaakt. Dat komt omdat we er veel over hebben gepraat en omdat we allemaal een jaartje ouder zijn geworden. Dat scheelt. Het was een fantastisch seizoen. Niemand praat dat uit ons hoofd. Wij zien die ene hele slechte week niet als een smet op het kampioenschap.”

Tien van de achttien captains kozen Litmanen als hun 'Speler van het Seizoen'. De Fin had, zo is de algemene mening, de zware taak Bergkamp te vervangen, maar groeide desondanks uit tot de smaakmaker van de competitie. Vier andere Ajacieden, Frank de Boer, Finidi, Overmars en Blind, werden allen één keer als beste speler aangewezen. Opmerkelijk zijn de vier stemmen die NAC-aanvaller Van Hooydonk kreeg. Hij is de enige niet-Ajacied die door de aanvoerders werd genoemd. “Het is knap dat Van Hooydonk zich zo goed staande heeft weten te houden. Hoe vaak zie je niet dat spitsen die het in de eerste divisie goed doen het een jaar later niet redden in de eredivisie”, aldus Sturing.

Veranderingen

De aanvoerders vinden dat aanvallend en positief voetbal beter beloond moet worden. “Ik weet ook niet hoe”, zegt Van Geel. “Maar nu hebben ploegen die negatief spelen te vaak succes. Zoals Volendam onder Rijsbergen voetbalt vind ik een grof schandaal. Ik kan het nog billijken als je zo verdedigend speelt om degradatie te ontlopen, maar daar is nu geen sprake meer van.” ARTS (Go Ahead Eagles): “Als ik twee wedstrijden achter elkaar zo moest spelen leverde ik mijn contract in. Dan zou ik er geen plezier meer in hebben. En dat staat toch voorop.” DE VISSER (Heerenveen): “Misschien moet er een onafhankelijke jury komen die elke wedstrijd een bonuspunt geeft aan de meest aanvallende ploeg.”

De meeste collega's zijn het met Van Geel eens. Toch blijken slechts vijf van de achttien aanvoerders voor het, zoals onder meer in Engeland, invoeren van het systeem met drie in plaats van twee punten voor een gewonnen wedstrijd. De tegenstanders van dat voorstel denken dat het weinig tot niets zal uitmaken in de strijd tegen negatief spel.

Arts en Sturing zien meer in het toepassen van zuivere speeltijd. “Dan heeft het weinig zin meer om tijd te rekken. Ballen die de tribune ingaan leveren de verdedigende partij niets meer op”, aldus Sturing. Arts: “Nu is er geen scheidsrechter die precies de tijd erbij telt die verloren is gegaan.” Blind vraagt zich af, of een verbod om terug te spelen op de doelman - zelfs niet als hij de bal alleen met de voet aanraakt - een positieve uitwerking zou hebben.

Blind stelt dat eigenlijk alleen de trainers er voor kunnen zorgen dat er positiever zal worden gespeeld. Hij noemt dat “de intentie om te willen voetballen”. “Je kan met de mooiste veranderingen komen, maar wie kwaad wil kan zo een tegenzet verzinnen.” Van Geel: “Ik hoop dat op het WK de aanvallend ingestelde ploegen resultaat zullen boeken. Dat heeft dan meestal effect op de clubtrainers.”

Alleen HANSSEN (VVV) en TROST (Roda JC) zijn voorstander van shoot-outs. Dat betekent dat er in geval van een gelijkspel, al dan niet na verlenging, een beslissing wordt geforceerd door middel van strafschoppen. Of door spelers die, zoals in het ijshockey, vanaf de middenlijn alleen op de keeper mogen afgaan. Hanssen maakte dat in Japan mee. “Dat is sensatie, schitterend.” Koeman noemt shoot-outs “wel geinig om te zien en te doen.” Maar zijn collega's vinden het “te circus-achtig” en stellen dat een gelijke stand bij het voetbal hoort.

Trost zou het invoeren van monitors toejuichen waarop tijdens de wedstrijd kan worden gekeken of een beslissing van de arbitrage juist of onjuist was. “Helaas is dat moeilijk te verwezenlijken, denk ik.”

VAN DEN BERG (Sparta) en Hoogma storen zich aan het verschil in gespeelde wedstrijden tussen de clubs. BRANDS (RKC) vindt dat er in de beginfase van de competitie twee keer per week moet worden gespeeld. “Ik denk dat geen voetballer daar bezwaar tegen zal hebben. Dan is het lang licht en mooi weer.” Koeman: “Er worden in Nederland te snel wedstrijden afgekeurd. Kijk eens waar ze in België op spelen. Dat gebeurt bij de jeugd al. Ik denk dat je daar mentaal ook sterker van wordt.”

DELAHAYE (MVV) heeft tot slot een totaal ander soort wens. “Ik wil weer met afgezakte kousen kunnen spelen. Scheenbeschermers zijn sinds kort verplicht en ik vind die dingen afschuwelijk.”

Scheidsrechters

De aanvoerders vinden vooral dat er niet consequent wordt gefloten in de Nederlandse competitie. Wat is geel? Wat is rood? Te vaak, zeggen de spelers, was er dit seizoen sprake van verschillende strafnormen. Dat zorgde voor onduidelijkheid en irritatie. Niemand weet waar hij aan toe is, luidt de algemene klacht. Bijna alle aanvoerders komen met voorbeelden uit deze competitie aanzetten. Ze gaan meestal over doorgebroken spelers. Delahaye: “Laatst maakte Thal bij ons helemaal aan de zijkant een overtreding. Hij kreeg geel. En dan zie je later op TV Rijkaard tegen RKC recht voor het doel een tegenstander neerleggen en hij krijgt niets. Dat klopt toch niet?” Van den Berg: “Bij elke overtreding hoort een straf. Geel. Rood. Geen kaart. Dat lijkt me toch niet zo moeilijk om te onthouden.”

“Ze mogen”, zegt De Visser over de arbiters, “best heel slecht fluiten. Ik speel ook weleens heel slecht. Alleen moeten ze dat dan ook gewoon toegeven.” Van Geel stoort zich er aan dat met sommige scheidsrechters niet valt te praten in het veld. “Die doen zo autoritair. Staan bij het minste geringste op hun achterste benen en kijken je niet eens aan. Die kijken dwars door je heen.” Arts: “Je krijgt af en toe de grootste scheldwoorden naar je hoofd van de scheidsrechter.”

Volgens LOKHOFF (NAC) zijn de vele kaarten die worden uitgedeeld en de daarbij horende schorsingen storend voor het niveau van het voetbal. Clubs moeten vaak drie à vier spelers per week missen. “Als je als verdediger op vier gele kaarten staat ben je elke wedstrijd vogelvrij. Elke nieuwe kaart betekent dan weer een schorsing.” Brands (RKC): “Tegenwoordig kunnen de schorsingen niet eens allemaal meer op één pagina Teletext.” Hij is er voor om de strafmaat te herzien en, bijvoorbeeld, niet na drie, maar pas na vier of vijf gele kaarten een speler te straffen.

DE WOLF (Feyenoord) pleit voor het invoeren van een puntensysteem waarbij het ene vergrijp minder zwaar telt dan het andere. “Nu kan je al voor drie relatief lichte overtredingen worden geschorst.” Bij Feyenoord heeft men een eigen puntensysteem ingevoerd. Aanvoerder De Wolf vormt met manager Hagelstein de jury. Wie van de spelers een onnodige gele of rode kaart heeft opgelopen krijgt de hoogste score, drie punten. In andere gevallen zal het één of twee punten zijn. Bereikt een speler een bepaald aantal punten dan kost hem dat een deel van zijn premie.

Sturing stelt voor om de grensrechters meer bevoegdheden te geven. Koeman vindt het een overweging waard om voor twee scheidsrechters per wedstrijd te kiezen. “Voor één man is het bijna niet meer te doen om 22 spelers in de gaten te houden.” Arts en Wilson zouden het terecht vinden als arbiters ook in de gelegenheid worden gesteld prof te worden.

Hoogma van FC Twente wijst naar het Engelse voetbal. “Daar wordt veel meer van elkaar geaccepteerd dan hier. Spelers onderling, spelers en scheidsrechters. Daar spelen voetballers geen komedie en rollen ook niet door na een overtreding. Dat scheelt heel veel gele kaarten.”

Hét moment

Voor Sturing is de afscheidswedstrijd van zijn door de spierziekte multiple sclerose getroffen ex-ploeggenoot Eijer hét moment van het seizoen. “En dan vooral toen René het woord had en niet meer verder kon praten. Dat was triest, een dieptepunt.”

De Visser denkt terug aan zijn doelpunt tegen Go Ahead Eagles. “Ik ben links, maar ik maakte 'm met rechts.”

Spartaan Van den Berg herinnert zich vooral het zuivere doelpunt dat zijn ploeg in het bekertoernooi tegen PSV maakte, maar dat werd afgekeurd. “In plaats van 3-0 werd het later nog 2-2 en gingen we eruit.”

“Ik heb alleen maar narigheid meegemaakt”, zegt Groningen-speler Wilson.

Bij Hanssen maakte de wedstrijd in Kerkrade tegen Roda JC veel indruk. “Ineens stond ik tegenover de ploeg waarbij ik zestien jaar heb gespeeld. Dat is raar, niet zo leuk eigenlijk.”

“Mijn moment moet nog komen”, weet Feyenoorder De Wolf. “Dat zal de bekerfinale zijn. Als we die winnen mag ik als aanvoerder als eerste het schavot op om de beker in ontvangst te nemen en niet als derde of vierde. Dat lijkt me schitterend!” Ook collega Blind zegt dat het hoogtepunt van het seizoen nog in het verschiet ligt. “Morgen, als Ajax kampioen wordt.”