Hirsch Ballin wil niet voor de radio

“Zand erover.” Dat was gisteren de wens van minister Van Thijn (binnenlandse zaken, PvdA) nadat hij eerder deze week stevig in aanvaring was gekomen met zijn collega van justitie, Hirsch Ballin (CDA).

Van Thijn ging in het Parool “uit zijn bol” (om het in de woorden van premier Lubbers uit te drukken) door te zeggen dat hij het “heel moeilijk” zou vinden samen met Hirsch Ballin in een volgend kabinet zitting te nemen. Aanleiding: Hirsch Ballins uitlatingen over ouders van een mongools kind en zijn optreden in het Kamerdebat over de IRT-affaire.

Nadat de afgelopen dagen de politieke kopstukken Lubbers, Kok, Van Mierlo, Bolkestein, Hirsch Ballin en Van Thijn allemaal een gelegenheid hadden gevonden boos te zijn op iemand, en er hier en daar ook al weer wederzijdse excuses waren aangeboden, dacht Van Thijn gisteren de strijdbijl te begraven, ook al nam hij geen woord terug van wat hij over zijn collega-minister had opgemerkt.

Dat nu bleek een vergissing van Van Thijn. Hirsch Ballin toonde zich gisteren nog zó gekwetst over de uitlatingen van Van Thijn, dat hij zich bij de TROS-radio afmeldde voor een debat waaraan hij vanochtend zou meedoen. Hij had daarvoor maar één reden, liet hij de redactie van het politieke programma Kamerbreed weten: het feit dat Van Thijn ook tot de deelnemers aan het debat behoorde. Tegen de personen van de andere discussianten, te weten de Kamerleden Wolffensperger (D66) en Dijkstal (VVD), had de bewindsman van justitie geen bezwaar, zo stelde hij met nadruk. Het ging hem echt alleen om Van Thijn.

Dat Hirsch Ballin, nummer drie op de kandidatenlijst van het CDA, zo een kans liet lopen de verkiezingscampagne nu eens niet over personen te laten gaan, maar over de inhoud - het thema van het radioprogramma was de criminaliteit - bleek CDA-lijsttrekker Brinkman gisteren niet te deren. Brinkman, die zelf heeft geweigerd morgenavond in het tv-programma Brandpunt te verschijnen omdat presentator Fons de Poel hem niet aanstaat, was gisteren vol begrip voor de weigering van Hirsch Ballin: “Ik kan me voorstellen dat hij geen zin heeft in debat te gaan met een collega die hem eerst in de beklaagdenbank heeft gezet en dan weer zoete broodjes wil bakken.”

Maar Hirsch Ballin wordt niet alleen gedreven door woede over de uitlatingen die Van Thijn in het Parool heeft gedaan. Dat de voormalige burgemeester van Amsterdam al deze week heeft laten weten ondanks de IRT-affaire zijn vertrouwen in de hoofdstedelijke politietop te handhaven, steekt hem evenzeer. Hirsch Ballin zei gisteren in een aantal regionale dagbladen “hoogst ongelukkig” te zijn dat Van Thijn zijn oordeel over de rol van de politietop in de IRT-kwestie al had gegeven, terwijl de minister van justitie nog gesprekken met procureur-generaal Van Randwijck en hoofdofficier van justitie Vrakking op het programma had staan. Hirsch Ballin wilde aanvankelijk zijn ergernis over dit optreden van Van Thijn voor zich houden. “Maar nu ik lees wat de heer Van Thijn over mij zegt, kan ik niet langer zwijgen.” Behalve dan vanochtend, toen het Tweede-Kamerlid Van der Heijden Hirsch Ballin bij de Tros-radio verving. (JK)