Hirsch Ballin wil beperking hoger beroep

DEN HAAG, 30 APRIL. De mogelijkheid in hoger beroep te gaan tegen een gerechtelijke uitspraak moet worden afgeschaft als het belang van de zaak dat niet rechtvaardigt.

Dat schrijft minister Hirsch Ballin (justitie) in een nota over de herziening van de rechterlijke organisatie, die hij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bewindsman wil onder meer afzien van de mogelijkheid tot hoger beroep bij de administratieve afhandeling van verkeersboetes onder de 500 gulden. Ook zou in de toekomst een appèlgrens van 5.000 gulden kunnen worden gesteld in belastingzaken.

Hirsch Ballin vindt dat een stelsel van rechtspraak in twee instanties alleen kan functioneren als van het recht van hoger beroep beheerst gebruik wordt gemaakt. Bij veelvuldig doorprocederen duren procedures te lang en wordt een onverantwoorde aanslag gepleegd op bestuurlijke en particuliere daadkracht, bijvoorbeeld bij bepaalde bouwvergunningen of milieuvergunningen, aldus de minister. Bovendien wordt een te groot beslag gelegd op de capaciteit van de hoger-beroepinstanties, waardoor de kwaliteit van de rechtspraak zou afnemen.

Hirsch Ballin laat het aan de nieuwe Tweede Kamer over een oordeel te vellen over de vraag wanneer de aard, het gewicht of belang van de zaak onvoldoende zijn om hoger beroep te kunnen instellen. In de meeste zaken kan niet, zoals bij geldboetes, een kwantitatieve grens worden getrokken.

De minister reikt wel enkele middelen aan die er voor kunnen zorgen dat mensen een serieuze afweging maken voordat zij in hoger beroep gaan. Hij noemt een hoog griffierecht in appèl en het invoeren van verplichte vertegenwoordiging door een advocaat. Ook de invoering van een zogenoemd grievenstelsel zou een remmende werking kunnen hebben op het aantal beroepszaken. Daarin moet degene die hoger beroep instelt precies aangeven op welke gronden hij de uitspraak van de rechter aanvecht.

De plannen van Hirsch Ballin maken deel uit van de derde fase van de herziening van de rechterlijke organisatie, die twee jaar geleden is ingezet. Bij de inwerkingtreding van de herziene Vreemdelingenwet begin dit jaar werd het hoger beroep voor afgewezen asielzoekers afgeschaft. Hirsch Ballin wil dat aan de hand van een evaluatie van de werking van die wet wordt bekeken of “een zekere aanpassing” wenselijk is. Uit juridische kringen is veel kritiek geuit op de beperking van de mogelijkheden in hoger beroep te gaan.

Volgens de minister zijn in vreemdelingenzaken bij uitstek tegenstrijdige belangen in het geding. Enerzijds is een snelle uitspraak wegens de opvangproblematiek geboden, anderzijds zijn de belangen van de vreemdeling groot. Aannemelijk is dat de vreemdeling alle voorzieningen van rechtsbescherming zal uitputten, met de daaraan verbonden verlenging van de duur van de procedure, schrijft de minister.