Het songfestival als compleet gezelschapsspel

Willem van Beusekom (Weesp, 1947), directeur NOS-radio en sinds 1987 commentator bij het Eurovisie Songfestival:

“Ik vergader het grootste deel van het jaar en luister nu en dan naar de programma's die we uitzenden - dat hoort óók bij het vak - maar het songfestival is echt een weekje weg. Ik ben er vanaf de eerste repetities. Daar vergaar ik de meeste informatie voor het commentaar. Ik probeer dan zo min mogelijk aan andere Hilversumse zaken te denken.

Ik heb het songfestival altijd leuk gevonden, vanaf de eerste keer dat ik het zag. We hadden nog geen televisie thuis. Ik mocht bij kennissen kijken. Dat was in 1959, het jaar dat Teddy Scholten won. Dat heeft me ongetwijfeld extra gemotiveerd om het daarna bij te houden. Sindsdien heb ik ze allemaal gezien. Die fascinatie van het jongetje van elf werkt nog wel door in de meneer van 46 die er in 1994 mee te maken heeft.

Er speelde maar een klein beetje nationalisme mee. Het was meer iets van: de underdog wint. Teddy Scholten was geen favoriet. Italië, Frankrijk en Engeland waren de grote landen in de Europese muziekwereld. En daar won zij van! Ongetwijfeld zitten er vanavond mensen met chauvinistische gevoelens naar Willeke te kijken. Er zijn ook mensen die op hun lijstje achter Nederland meteen een tien zetten. Dat heb ik dus niet.

Ik heb een haat-liefde-verhouding met het songfestival. Ik vind het ontzettend leuk als verschijnsel. Zeker in de radio- en televisiewereld bestaan dergelijke jaarlijks terugkerende projecten niet of nauwelijks. Het is uniek dat zo'n simpele programmatische formule het bijna veertig jaar uithoudt: een wedstrijd waarbij het zwaartepunt ligt op het kijken naar het scorebord.

Maar ik roep niet elk jaar dat ik weer 25 fantastische liedjes heb gehoord. Soms is me er toch shit te horen, maar dan nog behoudt het voor mij die festivalcharme. Nu en dan kan ik een licht enthousiasme ontwikkelen voor dingen die verder helemaal niet deugen. Iemand heeft mij ooit omschreven als mild, diplomatiek en standvastig. Dat vond ik wel een redelijke beschrijving.

Bij Willeke kies je voor traditie, kwaliteit, ervaring. Bij Ruth Jacott vorig jaar kozen we voor avontuur. Ik vond dat muzikaal heel verfrissend, gekoppeld aan een zeer eigentijdse performance. Ik denk dat het songfestival altijd een paar avontuurlijke nummers moet hebben, wil het niet wegslippen in het geijkte.

Een zekere camp-status heeft het festival altijd al gehad. Begin jaren zeventig had je al mensen die er eigenlijk niet van hielden, maar die het festival gebruikten als ideaal bestanddeel van een avondje met oude vrienden en kennissen. Een songfestival moet je niet in je eentje bekijken, maar het liefst met vijf tot tien mensen. Je moet over elk liedje en elke uitvoerende artiest heftig in discussie gaan. Je moet meteen zelf punten geven en die het liefst meteen aan de muur hangen, zodat je de mening van het aanwezige gezelschap kan toetsen. In zekere mate is het repertoire ondergeschikt aan de andere zaken: de kleding, je verbijstering over een land dat een bepaald nummer heeft durven insturen. Het songfestival is misschien wel het meest complete televisieprogramma, het meest complete gezelschapsspel. Ook ik legde vroeger een straffe discipline aan in het bijhouden van alle zaken. Maar ik behoor niet tot de categorie mensen die alle uitslagen van de afgelopen 38 jaar kunnen opdreunen.

Het songfestival heeft de onwrikbaarheid van een instituut. Niemand zou het willen afschaffen. Want de dag daarna zou het weer worden uitgevonden door een combinatie van de Berlusconi's en RTL's. Het valt niet zo makkelijk te beconcurreren. Met de formule kun je niet zoveel kanten op. Je kunt hem wel kopiëren maar je kan er niet zo makkelijk een andere naast zetten. MTV probeert dat nu op dezelfde avond met een clip-wedstrijd, maar de belangstelling daarvoor is nog vrijwel nul.

De zuigkracht voor het grote kijkerspubliek is ook een vrij standvastig gegeven. Schattingen lopen uiteen van de 300 miljoen tot 1 miljard kijkers. Ik hou het zelf op 500 miljoen kijkers. In Nederland zal het zo rond de drie, drieëneenhalf miljoen zitten.

De beste inzending heeft niet altijd het songfestival gewonnen, maar er zijn echte winnaars geweest: Vicky Leandros, ABBA met Waterloo, Sandie Shaw met Puppet on a String. Daar staat zo'n jaar tegenover dat de Joegoslaven wonnen, dat sloeg nergens op.

De muzikale invloed van het songfestival is absoluut klein. Het festival is een conservatieve spiegel, hobbelt altijd achter de grote trends in de muziekwereld aan. Eigenlijk is ABBA de enige trendmakende bijdrage geweest. ABBA zat nog net in de slip stream van de tijd dat de meeste landen één televisienet hadden en het festival nog het meest geschikte middel was om een zo groot mogelijk publiek in één klap te bereiken. Tegenwoordig zijn er talloze andere manieren om platen te lanceren.

Vroeger werden sommige festivalnummers nog million sellers over de hele wereld: Making Your Mind Up van Bucks Fizz, Hallelujah van Milk and Honey, Save Your Kisses for Me van The Brotherhood of Man en Après toi van Vicky Leandros. Dat waren wereldhits. Zo'n nummer sec had zonder het songfestival nooit die wereldwijde uitstraling gekregen.

Vanaf begin jaren tachtig is de aandacht van platenmaatschappijen aanzienlijk teruggelopen. Vroeger werden fanatiek alle festivalnummers overal in Europa uitgebracht. Maar met de Ierse winnaar van vorig jaar hebben ze in Europa lang moeten leuren. Ein bisschen Frieden van Nicole was nog een echte grote. Dan praten we over 1982. Daarna is het commerciële succes van de winnaar steeds minder geworden.

Het is nogal een ballad-festival dit keer, er is veel gecomponeerd in de sfeer van verloren gegane liefdes en wat al niet meer. Er zijn wat minder up tempo-nummers. Wat voor die liedjes gunstig kan uitpakken, want ze vallen meer op. Als ballad is Waar is de zon? een echt songfestivalnummer. Een geijkt goede inzending die voldoet aan een aantal hoofdcriteria van een songfestivallied. Het bouwt volgens het klassieke festivalschema zeer uitbundig op naar een climax. Het moet het ook zeer sterk hebben van de persoonlijke uitstraling van Willeke Alberti. Edwin Schimscheimer en Coot van Doesburgh hebben het echt op haar geschreven. Mijn inschatting is dat ze vierde wordt; dat is altijd zo rond de honderd punten. Één is natuurlijk nog veel mooier, maar vier vind ik een prachtige prestatie.''

    • Alex de Ronde