Gehandicapten

De auteur van 'Kind van de berekening' kan of wil niet lezen. Zij schrijft dat ik actieve levensbeëindiging bepleit voor meervoudig gehandicapten.

Niets is minder waar. In 'Kind, ziekte en ethiek' (de Beaufort en Hilhorst red.), Ambo Baarn 1993, bespreek ik twee aanvankelijk gezonde kinderen die door respectievelijk verdrinking en hartstilstand ernstige hersenschade oplopen, op het laatste nippertje gereanimeerd worden en in blijvende coma, verder leven. In deze door medisch handelen ontstane volstrekt hopeloze situatie vind ik levensbeëindiging te overwegen. Over zwakzinnigen praat ik in het geheel niet in het door Braams genoemde boek. Dus ook niet over 'actieve levensbeëindiging' bij deze groep.

In een andere publikatie, die wèl over zwakzinnige patiëntjes gaat, wijs ik elke vorm van actieve levensbeëindiging bij deze groep expliciet af: zie 'Rondom het sterven van demente en zwakzinnige patiënten', in: De dood in beheer, Ambo Baarn 1991.

Naschrift

M. T. Hilhorst (Z 23 april) en H. Dupuis beweren mijns inziens ten onrechte dat ik hen verkeerd citeer. In 'Kind, ziekte en ethiek' zegt Hilhorst dat ouders die geen prenatale diagnostiek wensen op hun keuze mogen worden aangesproken. Ik heb mensen aan het woord gelaten die dat niet met hem eens zijn. Met de reportage wilde ik laten zien dat ernstig meervoudig gehandicapten over het algemeen niet lijden en dat met iedereen communicatie mogelijk is. Ik vind het dus niet juist dat Dupuis dat leven omschrijft als 'uitzichtloos voortbestaan op zeer laag niveau, zonder communicatiemogelijkheden'.

Renée Braams, Amsterdam