Een paradijs van openbaar vervoer

“Tja, ik was van het openbaar vervoer afhankelijk.” Dit excuus dient op meewarige toon te worden gedebiteerd om de geprogrammeerde reactie van medelijden bij wachtenden te ontlokken: och ja, wie daarop moet vertrouwen.....

Het gekanker op onze bussen, trams en treinen heeft in wezen een communicatieve functie en is te vergelijken met het lege gepraat over het weer. Hiermee heeft echt iedereen slechte ervaringen - en er wordt niets aan gedaan. Tegenover eventuele manco's in het openbaar vervoer staan we niet machteloos. De gerede instemming die een klager krijgt, gaat grotendeels niet terug op eigen ervaring. De verstokte automobilist sust zo zijn geweten: zie je wel, het is ook geen doen om de trein te gebruiken.

Dezer dagen heeft de Consumentenbond die hypocrisie gevoed door 'schokkende' cijfers te onthullen over de vertragingen die reizigers met NS oplopen. Om de omvang van de wantoestand te majoreren heeft de redacteur van deze krant op 26 april wel erg creatief zitten cijferen. Als we zijn optelfouten corrigeren en eens positief denken ontstaat een uiterst zonnig beeld: maar liefst 95 procent van de treinreizigers komt op tijd aan of loopt de verwaarloosbare vertraging van maximaal tien minuten op. Noem mij het buitenland dat een zo betrouwbaar railsysteem heeft.

Enigszins potsierlijk doet de vergelijking met Hongarije aan: dat is het enige land waar de treinen zich even stipt aan de dienstregeling houden, zo heeft 'een Engels onderzoek' drie jaar geleden uitgewezen. De enkele trein die daar door de poesta tuft, is natuurlijk op geen enkele wijze te vergelijken met ons nationale fijnmazige, hoogfrequente tramsysteem. Want echte spoorwegen heeft het dorp Nederland natuurlijk niet en moet het ook niet willen hebben. Daarom is het de dwaasheid ten top om een Hoge-Snelheids-Trein door de Hollandse polder te laten flitsen om luttele tien minuten te winnen.

Alleen een verblind kabinet kan voorstellen het eigen Haagse politieke centrum voor de HST links te laten liggen. De hoop is gevestigd op de buurlanden. Gelukkig zijn er nog de Vlamingen die ons door hardnekkig dwarsliggen de bielzenwal van de TGV zullen besparen. Ook de aanpalende Duitsers kunnen het vaderland nog bewaren voor de misgreep van de Betuwelijn: als zij de aansluiting afhouden, zal een nieuwe Maij-Weggen toch niet zo eigenwijs zijn een trein van niets naar R. te laten lopen, wel? (Overigens ben ik uit cynisch-zelfzuchtige overwegingen wel vóór de Betuwelijn: als zij overeenkomstig serieuze prognoses alras een financiële molensteen om de hals van de NS wordt, zal men alles doen om de verliezen te beperken en er passagierstreinen overheen leiden. Dan krijgt mijn woonplaats Nijmegen eindelijk een directe, radiale verbinding met het Westen.)

Geen wonder dat Engelsen hun vingers aflikken bij ons railvervoer. Vertragingen van een uur, zelfs op korte trajecten, zijn voor hen geen uitzondering. Hun bovenlippen komen stijfheid te kort bij alle treinen die zonder opgaaf van reden uitvallen. Zoals alle buitenlanders zijn de Engelse bezoekers diep onder de indruk van ons perfecte vervoerssysteem: overdag brengt een intercity je ieder half uur in het hart van andere steden. Waar ter wereld wordt dat kunststuk vertoond?

Regelmatig vergadert een Europees bestuur te onzent: deelnemers uit Madrid en Denemarken vertrekken 's morgens van hun haardsteden en kunnen de lunch bij ons gebruiken: het kost meer tijd van Heathrow in het centrum van London te komen dan van Schiphol via Duivendrecht naar de stad aan de Duitse grens.

De paar uurtjes die een reis ten hoogste kost, is ook nooit verloren tijd: de principiële gebruiker van het openbaar vervoer heeft altijd lectuur bij zich en neemt aldus een beslissende intellectuele voorsprong op de schelpdieren in auto's.

Natuurlijk moeten de NS wakker worden gehouden door kritiek. Er is zeker wel reden tot vitten. Toen ik onlangs in een stormachtige februarinacht via het Betuwelijntje van Gorcum naar Nijmegen boemelde, was het veelvuldig overstappen niet eens de grootste ergernis. Wel kwalijk was het te ervaren dat de Nederlandse Spoorwegen hun klanten aan de elementen prijsgeven: de stationsgebouwtjes waren dicht en de vunzige wachthokjes boden een Oosteuropees comfort.

Als het echter gaat om de hoofdtaak, het betrouwbaar vervoeren van grote aantallen reizigers, staat het Nederlands openbaar vervoer eenzaam aan de top in de wereld. Niet een nog hogere frequentie, maar een veranderde houding van het publiek moet de doorbraak van het openbaar vervoer bewerken. De Consumentenbond en ook de reizigersvereniging ROVER bewijzen alleen verstokte automobilisten een dienst door hen te bevestigen in het vooroordeel dat reizen per trein een permanente kwelling is.

    • Anton van Hooff