Boycot stopt Noorse walvisvangst niet

Greenpeace riep onlangs op tot een toeristische boycot van Noorwegen, omdat dit land dwergvinvissen vangt. Beelden van bloedige walvissen verkopen goed, en de walviszaak lijkt een zekere inkomstenbron voor de milieu-organisaties. Minder interessant zijn de droge feiten. Zo wordt alleen de dwergvinvis gevangen, en daar zijn er naar schatting 87.000 van in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Noorwegen wil er hiervan ongeveer 400 vangen, nauwelijks een bedreiging voor de populatie. Ook de Noorse autoriteiten zijn geïnteresseerd in een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, in overeenstemming met de principes van de VN-conferentie voor milieu en ontwikkeling in Brazilië.

Industriële walvisvangst op grote schaal speelt geen rol meer; vandaag de dag wordt de walvisvangst bedreven met kleine vissersboten met een bemanning van vijf tot zes personen.

Een boycot van Noorwegen zal geen invloed hebben op de Noorse visie op de walvisvangst. De meeste Noren steunen die, en dat geldt ook voor de Noorse milieu-organisaties. Het klinkt misschien vreemd voor mensen in een ander land, maar om het Noorse standpunt te begrijpen wil ik alle Nederlanders aanbevelen naar Noorwegen op vakantie te gaan en daar over de walvisvangst te discussiëren. Bovendien mag men doen wat veel andere toeristen elke zomer doen, namelijk meegaan op walvissafari met walvisvaarders. Eerst dan heeft men recht om een standpunt in te nemen.

    • Erik Stewart