Bange politici

Telecampagne, zo noemde Van Mierlo de verkiezingsstrijd van dit jaar. Zijn vondst werd vooral donderdagavond bewaarheid. Toen konden de tv-kijkers van Nederland voor het eerst het wonderlijke verschijnsel waarnemen van lijsttrekkers die niet alleen elkaar, maar ook zichzelf op de televisie beconcurreerden.

Op RTL 4 hoorden we Van Mierlo druk in de weer met een standpunt over de prenatale diagnostiek, terwijl hij tegelijkertijd op Nederland 3 een vraag moest beantwoorden over Kurt Cobain. Toen pas bleek ook dat de RTL-debatten niet rechtstreeks werden uitgezonden, iets wat tegenover de kijkers verzwegen was. (Het debat met de jongeren werd wel rechtstreeks vanuit Hilversum uitgezonden.)

Is het zo'n schande te moeten bekennen dat een uitzending niet rechtstreeks is? Kennelijk wel. Voor de zuiverheid was het beter geweest als RTL daar vanaf het begin voor uitgekomen was. Nu ontstond de raadselachtige situatie dat bepaalde uitspraken op het moment van de uitzending al achterhaald waren. De ontwikkelingen in de Nederlandse politiek gaan tegenwoordig ook zó snel. Tijdens de opnamen bij RTL had Van Mierlo nog over Hirsch Ballin gezegd dat hij 'nog niet het begin van verontschuldigingen' had aangeboden. De lezers van de avondbladen wisten inmiddels wel beter, zoals ze ook wisten dat Van Thijn inmiddels een veto over Hirsch Ballin had uitgesproken - iets wat evenmin bij RTL aan bod kon komen.

Laat ik er meteen aan toevoegen dat dit alles klein bier is, gelet op de prestatie die presentator Ton Elias bij de RTL-debatten leverde. Ik heb me de afgelopen weken door allerlei saaie, voorspelbare verkiezingsuitzendingen moeten heenworstelen. Het begon bijna ondraaglijk te worden. Wéér Bolkestein in het Journaal, wéér Kok in Nova, wéér Brinkman bij De Poel, nou ja, bijna bij De Poel.

De vraag was wat Elias daaraan nog kon toevoegen met zijn debatten. Het viel reuze mee. Voor het eerst in deze verkiezingsstrijd sprong er een vonk over. Er werd met passie gediscussieerd, wat ongetwijfeld de verdienste was van Elias die de heren fel op de huid zat. Ischa Meijer heeft zich er weinig populair mee gemaakt, maar het blijft op de televisie een vereiste dat je de gesprekspartners voortdurend dwingt zo direct mogelijk vragen te beantwoorden.

De interviewer die zijn gasten laat uitpraten, willen we allemaal als schoonzoon, maar zodra hij zich op de buis vertoont, zappen we naar AC Milan - AS Monaco - wat overigens minstens zo vervelend is. Veel programma's, ook op de radio, lijden onder de beleefdheid van de makers. Als kijker of luisteraar haak je onherroepelijk af als geïnterviewden zo lang mogelijk kunnen talmen met het geven van een antwoord.

Een voorbeeld. Op de radio was deze week een debat te beluisteren over ethiek en politiek tussen Hirsch Ballin en Pronk. Voorwaar, toch een interessant koppel met een veelbelovend thema. Vergeet het maar.

Aan Pronk werd de relevante vraag gesteld of hij zou zijn afgetreden als hij in de schoenen van Hirsch Ballin had gestaan. Dit was zijn antwoord dat ik juist integraal móet afdrukken om de lezer geen schoonheidservaring te onthouden. Pronk: “Misschien een onethische vraag - om het eens terug te spelen. Ik wil aansluiten bij professor Maneschijn: ethiek in de politiek. Dit valt onder de derde categorie van de vragen die hij aan de orde stelde: de kwaliteit van de politieke besluitvorming. Dan gaat het bij voorbeeld om: houden politici mensen voor de gek, stellen ze dingen mooier voor of niet, dekken politici elkaar, denken ze alleen maar aan hun eigen belang? Dat kun je niet zwart-wit beantwoorden. Je moet het beantwoorden vanuit het huidige politieke systeem.

“Vind je de kwaliteit van het huidige politieke systeem voldoende? En wanneer eenmaal iets in het openbaar aan de orde is geweest, van alle kanten beroken en besproken, en geleid heeft tot een parlementaire uitspraak, dan is dat vind ik een maatschappelijke consensus. Dan vind ik dat je je bij die uitspraak van het parlement hebt neer te leggen en dan moet je niet doorgaan met iedere keer weer de vraag naar de ethiek te stellen met betrekking tot het punt zoals dit.”

Is dit niet adembenemend? We zien Pronk hier een geweldige aanloop nemen om een reuzesprong te maken over een richel van twee centimeter, na welke sprong hij zich omdraait naar de interviewer met de vraag: waarom laat je me dit telkens doen? Op zo'n moment horen we een politicus die luisteraars voor de gek houdt, die de dingen mooier voorstelt dan ze zijn, die een andere politicus dekt, en die vooral ook aan zijn eigen belang denkt.

Hirsch Ballin deed overigens niet voor hem onder. Jaap Hoeksma, de vice-voorzitter van Vluchtelingenwerk Nederland, vroeg Hirsch Ballin waarom hij steeds met overdreven, onjuiste getallen kwam van het aantal asielzoekers. “Het getal van 6000 over maart vind ik onverantwoord”, zei hij.

De minister sprak daarna ongeveer vijf minuten, zonder ook maar één woord aan de genoemde cijfers vuil te maken. En geen interviewer in de buurt die durfde ingrijpen.

Ton Elias liet zien hoe je dat moet doen. Brinkman: “Schei toch uit over die poppetjes, dat is niet aan de orde.” Elias: “Onzin. In Nederland is de kiezer geïnteresseerd in wie premier wordt.”

In Van Mierlo's 'telecampagne' zijn de politici zó voorzichtig geworden, zó dodelijk beangst voor eventuele fouten, dat ze zich gedragen als jonge meisjes die in het holst van de nacht een muis onder hun bed weten, en een spin erboven. De krampachtigheid van de Nederlandse politici heeft de afgelopen weken legendarische vormen aangenomen.

Bolkestein is te gast bij Fons de Poel. Hem wordt gevraagd naar zijn fascinerende gewoonte om in de trein de gelezen bladzijden van een boek onmiddellijk eruit te scheuren en weg te gooien. Ooit heeft hij dat eens in een interview verteld. Je ziet Bolkestein schrikken. Nee, zegt hij, dat doet hij alleen met stuiverromannetjes die hij op de markt heeft gekocht. Mijn god, hoor je hem denken (hij wordt steeds christelijker), de kijkertjes zullen toch niet denken dat ik een verkwister ben?

Maar als het om angst voor sponaniteit gaat, is Wim Kok natuurlijk niet meer te overtreffen. In het Journaal zagen we hoe een leidster in een kinderdagverblijf hem een peuter in zijn schoot wilde leggen. “Mag dit?” riep Kok geschrokken naar zijn voorlichter. Nee, het mocht niet. En dus werd de peuter náást Kok neergevleid.

Wie van de vier lijsttrekkers zou dat kind wèl hebben aangenomen? Wie denkt u? Precies, dat denk ik ook. Laten we hopen dat hij premier wordt.