'Autonomie kost scholen energie'; Ritzen over ergernis door bureaucratie

Het ongenoegen over de 'regeldrift' van het ministerie van onderwijs groeit. Er was toch deregulering beloofd? Volgens minister Ritzen (onderwijs) is het aantal regels wel degelijk afgenomen. Er is slechts sprake van “een overgangssituatie”.

ROTTERDAM, 30 APRIL. De minister van onderwijs heeft het druk. Maar tussen ministerraad en PvdA-campagneverplichtingen in wil J. Ritzen wel even uitleggen dat hij geen reden tot bezorgdheid ziet in de recente klachten over de stortvloed aan regels die het onderwijs zou teisteren.

Eerder deze week merkte de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst op dat de overheidsvoorschriften elkaar zo snel opvolgen in het onderwijs dat er onrust ontstaat en het personeelsbeleid inconsistent wordt. Kort daarvoor hadden de vereniging van gemeentelijke onderwijsambtenaren en de vereniging van schoolleiders onafhankelijk van elkaar laten weten dat er sprake was van een 'stortvloed' van personeelsregels die tot 'onwerkbare situaties' leidt. En zelf zei ook Ritzen afgelopen woensdag op een symposium dat de klachten van onderwijzers over het overladen lesprogramma op de basisschool niet veroorzaakt worden door het overvolle lesprogramma, maar door de grote hoeveelheid administratieve handelingen die de onderwijzers moeten verrichten.

Het lijkt wel alsof zich iedere dag nieuwe geërgerde uitvoerders van het onderwijsbeleid melden. Is uw beleid van deregulering mislukt?

“Nee, uit interne onderzoeken blijkt dat de regelgeving wel degelijk is afgenomen, niet alleen in aantal, maar vooral in de werklast voor de scholen. Wat er aan de hand is is dat we in een overgangssituatie zitten. Er zijn de laatste jaren op de scholen een aantal nieuwe systemen geïntroduceerd voor het personeelsbeleid waaraan het schoolmanagement moet wennen. Dat vraagt inderdaad veel van hen, maar daar staat tegenover dat ze er wel meer mogelijkheden en vrijheden mee krijgen.”

Kennelijk werken die systemen dan nog niet naar wens?

“Dat moet ik nadrukkelijk tegenspreken. Het verwerven van autonomie is een geleidelijk proces dat in groei moet ontstaan en dat kost veel energie. Dat geef ik toe. Voor mij is het hoofdpunt dat die nieuwe systemen niet eenzijdig zijn afgekondigd, maar in overleg met de vakbonden en de organisaties van schoolbesturen. Uitdrukkelijk niet alleen in overleg met de vakbonden. Ik ga ervan uit dat de besturenorganisaties contact met de individuele besturen hebben en dat die besturen goed weten wat er in de scholen zelf leeft. Telkens wordt met hen ook de uitvoerbaarheid van maatregelen besproken. Dus als er in het onderwijsveld wordt geklaagd moet men zich realiseren dat men zelf mede verantwoordelijk is.”

Zo wordt het niet beleefd, getuige de recente klachten van de rectoren.

“Die recente irritatie gaat uitsluitend over een paar regelingen uit de nieuwe CAO. De extra lesuren, die vrijkomen door de nieuwe arbeidsduurverkorting en de nieuwe seniorenregeling, moeten worden bezet door wachtgelders. Scholen zijn nu eenmaal niet geneigd om wachtgelders aan te nemen. Terwijl er meer dan een miljard gulden per jaar opgaat aan de uitkeringen en die mensen voor de klas kunnen staan. Meer dan de helft van de wachtgelders is jonger dan veertig jaar en staat te popelen om weer aan de slag te gaan. En let wel, het gaat hierbij niet om bezuinigingen. Integendeel: de regelingen creëren juist meer mogelijkheden om mensen aan te nemen. Er komen in totaal vijfduizend arbeidsplaatsen bij. Als we geen maatregelen nemen om het aantal wachtgelders terug te dringen, zijn we ieder jaar weer honderd miljoen gulden extra kwijt. Dat zal veel sterker ten koste gaan van de autonomie van de scholen dan de huidige tijdelijke regels over het aannemen van wachtgelders.”

Maar bent u niet bang dat deze maatregelen de autonomie verhinderen? De klachten komen er op neer dat u vooral uw eigen problemen decentraliseert.

“Nee. Het probleem van de wachtgelders is echt ook een probleem van de scholen. De scholen moeten hun eigen professionaliteit ontwikkelen om dat soort problemen op zich te nemen. Het lijkt er nog altijd op dat het onderwijs alles wat het dwars zit als een Haags probleem beschouwt, maar zo is het niet. De wachtgelden zijn ook een probleem van de scholen zelf en die moeten daarvoor de volle verantwoordelijkheid dragen. Je kunt niet blazen en meel in de mond houden. Die verantwoordelijkheid hoort erbij.”

    • Hendrik Spiering