Amerika en Azië

Ferry Versteeg toont in zijn artikel 'Democratie en groei of de VS contra Aziaten' terecht begrip voor de toestand in Azië (NRC Handelsblad, 21 april).

Als uitdrager van de democratie is het Amerikaanse politiek beleid in het buitenland op zijn zachtst uitgedrukt, opportunistisch. In de strijd tegen het wereldcommunisme heeft een democratisch gekozen regering die voor Uncle Sam aan de verkeerde kant staat, geen enkele kans. Fidel Castro, een integere man die in vergelijking met andere machthebbers eenvoudig is gebleven, wordt aan alle kanten geboycot. Soeharto, die het communisme in Indonesië grondig heeft uitgeroeid, krijgt van westelijke regeringen alle steun, terwijl Soekarno die zich in wezen meer democratisch had opgesteld voor alle levende stromingen in de maatschappij, in de grond werd geboord.

Het democratische Nederland probeert met eindeloos politiek gekrakeel zijn 500.000 werklozen op te lossen. Als ontwikkelingsgebieden met hun enorme werkloosheid en mensonwaardige levensstandaard op dezelfde manier te werk zouden gaan, dan komen ze er nooit uit. Indonesië heeft zich in het begin van de jaren vijftig een parlementaire democratie naar westers model aangemeten, maar het leidde tot niets. Kabinetten stonden en vielen om de haverklap. Toen werd het begrip 'guided democracy' ingevoerd, een systeem dat heden in min of meerdere mate door Indonesia, Singapore, Taiwan en Korea wordt gehanteerd. Het heeft vanwege zijn anti-communistische stand, kapitaalhulp van rijke landen kunnen ontvangen. Onmiskenbaar zijn positieve resultaten geboekt, waarbij orde en stabiliteit conditio-sine-qua-non zijn. Dat bepaalde mensenrechten, demonstraties, stakingen en dergelijke niet volledig uit de verf komen, is een bewuste keuze uit twee kwaden: werkloosheid, armoede en aangrenzende misdaad of slechtbetaalde arbeid tot menselijke uitbuiting toe. Elk politiek systeem kan gemanipuleerd worden, het staat en valt met de integriteit van 'the man behind the gun' bij de uitoefening van zijn macht.