Zoeken naar noten die er niet zijn; Onrijpe biografie van Neil Young

David Downing: A Dreamer Of Pictures. Neil Young. The Man and His Music. Uitg. Bloomsbury, 248 pp. Prijs ƒ 60,-

De Canadees-Amerikaanse zanger-gitarist Neil Young beschrijft zichzelf graag als een 'dinosaurus', een van de laatste veteranen van de jaren zestig. Zo'n veteraan verdient een biografie, maar vooralsnog ontbreekt het Young aan een gedegen, gezaghebbende biograaf. Twee eerdere pogingen - een overzichtswerkje van Johnny Rogan en een fanclub-boek van Lucien van Diggelen - bleven steken in droge opsommingen en onkritische bewondering. Ook 'A Dreamer Of Pictures' van David Downing, het meest luxueuse uitgevoerde werk over Young totnutoe, voorziet niet in de lacune. Het biedt een helder overzicht van Youngs loopbaan als zanger van akoestische pop en 'grootvader' van de primitieve gitaarrock, maar niet veel meer dan dat.

Downing, ontegenzeggelijk een liefhebber van Youngs werk, is gelukkig nog wel kritisch. Hij heeft een open oog voor de minder sympathieke trekjes van zijn hoofdpersoon, die in weerwil van een hardnekkig hippie-imago zijn eigenbelang maar zelden uit zicht verloor. Een reeks soms lachwekkende conflicten met collega-muzikanten getuigt van zijn berekenende aard. Vooral de competentie-strijd in het legendarische 'peace and love'-ensemble Crosby, Stills, Nash and Young - ze schroomden niet elkaars zangpartijen te doorboren met soli op de elektrische gitaar - werken op de lachspieren. Een gezamenlijke tournee met zijn labiele boezemvriend Stills kwam in 1976 tot een abrupte stilstand toen Young, beu van Stills neiging tot dronken scheldpartijen en vuistgevechten, er de brui aan gaf. “Eet een perzik”, luidde Youngs joviale, eenregelige afscheids-telegram.

Ook windt Downing geen doekjes om Youngs creatieve struikelpartijen in de jaren tachtig, door zijn bewonderaars wel aangemerkt als 'verfrissende vernieuwingen'. Gedreven door privé-ellende - twee van zijn drie kinderen lijden aan een zeldzame geestelijke handicap - en door afkeer van het grote publiek, ging Young zich te buiten aan bizarre stijloefeningen die volstrekt haaks stonden op zijn eerdere, sterk persoonlijk getinte werk. Hij speelde voor postmoderne computerfreak, redneck country-zanger, rockabilly-ster en blues-artiest. Door zijn platenmaatschappij werd hij er in een van de meest hilarische processen uit de popgeschiedenis van beschuldigd 'geen Neil Young-platen' meer te maken. Young won, waarna zijn produktie, zij het voor een andere platenmaatschappij, weer op ouderwets peil kwam, met successen als Freedom (1989), Ragged Glory (1990) en Harvest Moon (1992).

Downings kritische bik weegt helaas niet op tegen de bezwaren die aan zijn boek kleven. Hij baseert zich volledig, maar zonder bronvermelding, op reeds gepubliceerde interviews met Young en mensen uit diens entourage. En hoe onderhoudend citaten van de begaafde causeur Young ook zijn (over zijn eigen gitaarstijl: “Ik zoek vaak noten waarvan ik gewoon weet dat ze er niet zijn”), het is te weinig voor een geslaagde biografie. Anderzijds citeert Downing maar weinig uit contemporaine recensies van Youngs werk en bespreekt hij al diens platen nog eens zelf - waardoor hij geen inzicht geeft in de receptie van Youngs oeuvre. 'A Dreamer of Pictures' is geen rijpe, laat staan onthullende biografie, maar een zoveelste collage uit de knipselmap. Aan elkaar geschreven door een intelligente fan, dat wel.

    • Sjoerd de Jong