Waigel voorziet tweede 'Wirtschaftswunder'

BONN, 29 APRIL. Een tweede “Wirtschaftswunder” behoort straks tot de mogelijkheden. Dit heeft de Duitse minister van financiën, Theo Waigel (CSU), gisteren gezegd in een debat in de Bondsdag over de voorjaarsprognose die de grote economische instituten eerder deze week uitbrachten. Zij verwachten voor 1994, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, een groei van 1,5 procent: één procent in West- en 7,5 procent in Oost-Duitsland.

Waigel, die met zijn uitspraak varieerde op een citaat van de vroegere SPD-'superminister' Karl Schiller, aanvaardt de conclusies die de instituten voor dit verkiezingsjaar geven. Hij is echter niet bereid hun aanbevelingen ook allemaal op te volgen. Dat geldt vooral voor hun adviezen op fiscaal gebied.

De minister zei er bijvoorbeeld niet voor te voelen snel over te gaan tot verlaging van vennootschapsbelasting. “Vóórfinanciering op de lat” van een conjuncturele opbloei zou hij wegens de tekorten en schulden die de Duitse overheden toch al hebben verkeerd vinden. De instituten hadden erop gewezen dat het groeiherstel in West-Duitsland vooral te danken is aan de verbeterde conjunctuur in het buitenland (vooral in de VS) en dat de Duitse economie via fiscale verlichting een eigen impuls moet krijgen.

Ook wilde Waigel zich niet vastleggen op de termijn die zal gelden voor de Solidariteitsopslag met 7,5 procent op alle belastingsommen die volgend jaar ingaat. De instituten hadden gepleit voor zo snel mogelijk afschaffing van die opslag, liefst al in 1996 of anders in dat jaar voor een deel. Binnen de Duitse regeringscoalitie bestaan daarover hevige meningsverschillen tussen de FDP, die de Solidariteitsopslag (net als banken en ondernemersorganisaties) ook liefst tot één jaar beperkt zou zien, en de CDU/CSU die de extra baten ervan onmisbaar achten voor de financiering van opbouw van Oost-Duitsland.

Voor de christen-democraten van kanselier Helmut Kohl speelt daarbij mede een rol dat zij in 1990 zeiden dat voor die financiering de belastingen in West-Duitsland niet omhoog hoefden, wat nauwelijks een jaar later toch nodig bleek. De oppositionele SPD verwijt Kohl en de regeringspartijen sindsdien geregeld een “grote belastingleugen”.

Gisteren vroegen Waigel en woordvoerders van de CDU/CSU om de discussie over de Solidariteitsheffing, die volgend jaar vergezeld gaat van andere, nieuwe collectieve lasten (zoals de volksverzekering voor de bejaardenverpleging en hogere AOW-premies), snel te beëindigen omdat zij “slechts tot verwarring” leidt.

Fractievoorzitter Hans-Ulrich Klose van de SPD verweet Waigel dat hij door zijn uitbundige omhelzing van voorzichtige conclusies van de economische instituten te veel eer naar zich toehaalt. Volgens Klose, wiens partij een inkomenspolitiek opgezette 'Ergänzungsabgabe' van 10 procent plant als zij zou gaan regeren na de Bondsdagverkiezingen van 16 oktober, heeft iemand als Waigel, “die de collectieve lastendruk tot boven 50 procent heeft laten oplopen”, geen reden zichzelf te prijzen.