Waar liefde heerst, heerst louter geest; Symposion, opera over de dood van Tsjaikovski

Symposion, de nieuwe opera van Peter Schat op een libretto van Gerrit Komrij, beschrijft de laatste negen dagen van Tsjaikovski: van de première van zijn Zesde symfonie tot aan zijn gedwongen zelfmoord wegens vermeende homoseksualiteit. “Het homoseksuele element daarin is geen toeval. Maar ik preek niet,” zegt Schat. Vanavond gaat Symposion in première bij de Nederlandse Opera.

Symposion door de Nederlandse Opera in het Muziektheater, Amsterdam: t/m 22 mei. Voor alle acht voorstellingen zijn nog kaarten beschikbaar. Tv-uitz.: 19 juni NOS Ned. 3.

Na afloop van de verwaaide wereldpremière van zijn Alarm voor drie beiaarden en luidklokken, vorige week zondag op de Amsterdamse Varkenssluisbrug, nodigde componist Peter Schat de aanwezige verkleumde vrienden en bekenden uit voor een hartversterking bij hem thuis. Het huis van Peter Schat bevindt zich binnen de driehoek die wordt gevormd door de beiaarden van het Paleis op de Dam, de Zuiderkerk en de Oude Kerk, slechts even verderop aan de Oudezijds Voorburgwal.

Daar complimenteerde men de componist met zijn nieuwe stuk, voorzover men de klokken ondanks de harde koude wind toch nog hun bezwerende tonen over de stad had horen kleppen. En men sprak nogmaals schande over de Amsterdamse politie, die zelfs het verkeer door de Damstraat niet één uur had kunnen stil leggen. Een enkeling trok deprimerende conclusies uit het feit dat luisteraars op de brug zó kwaad waren geworden op nietsvermoedend passerende automobilisten dat ze met hun vuisten op de voertuigen hadden gebeukt. En dat terwijl Alarm juist was gericht tégen agressie. Hoe moet het verder met deze wereld?

Op de bel-etage heerste nog vóór theetijd een beschaafde sfeer van hedendaagse bohémiens: zangers, musici, een collega-componist en een gemeenteraadslid. In de keuken stond een ruime hoeveelheid rode wijn en met een glas in de hand kon men desgewenst beginnen aan een klimpartij over vele trapjes naar de zolder. Als men daar helemaal boven het hoofd door het zolderluik stak en de lichte witte ruimte zag, besefte men dat al die trappen samen een oud-testamentische Jakobsladder vormden. Want de zolder van Peter Schat, zijn werkplaats, dat lijkt wel de hemel.

Aan elke zijde staan zeven dakspanten. In het midden van de zes vlakken daartussen zijn er ronde ramen, twaalf in totaal. De glas-in-lood vensters bestaan uit pastelkleurige driehoeken. Tezamen vormen zij de Toonklok - het door Peter Schat ontworpen systeem dat is gebaseerd op alle mogelijke drieklanken van de twaalf tonen van de chromatische toonladder. Die drieklanken heeft hij verdeeld over twaalf uren en uitgebeeld op twaalf wijzerplaten. Met zijn systeem verzoent Schat de oude, tot Wagner gebruikelijke harmonieleer en de twaalftoonstechniek van Schönberg.

Hoog tussen de tegenover elkaar staande spanten bevinden zich gouden bogen, die elk ontspringen en eindigen in de hoorn van een eenhoorn. Het fabeldier staat ook afgebeeld op een schilderij van Peter Schat en zijn vriend, dat aan het eind van de zolder hangt. Vroeger hingen er ook nog twaalf planten in bakjes, maar die zijn nu weer weg. Aan de onderkant van elk spant, waar dat de vloer raakt, bevindt zich een stel gipsen voeten, die op hun tenen staan. Zo lijkt het alsof de spanten dansen en de zolder loskomt van het huis en zweeft.

Cholera

Een paar dagen later zie ik Peter Schat terug in het Amsterdamse Muziektheater. Daar wordt gerepeteerd voor zijn opera Symposion, over de gedwongen zelfmoorden van Socrates en Tsjaikovski. Het orkest zit nog niet in de bak, er wordt gerepeteerd met twee piano's. Daardoor is het lastig om een goede indruk van de muziek te krijgen. Rond 1980 werkte Schat aan een opera op basis van Plato's Symposion - de beschrijving van een tafelgesprek met Socrates over de liefde. Toen las Schat in 1981 in de krant over de Russische musicologe Alexandra Orlova. Zij beweerde dat ze voor de Tweede Wereldoorlog een brief heeft gezien van de dokter van Tsjaikovski waaruit bleek dat Tsjaikovski niet, zoals altijd is beweerd, was gestorven als gevolg van het drinken van met cholera besmet water. Hij zou op aandrang van het tsaristische hof in Sint-Petersburg door een Raad van Eer zijn gedwongen tot zelfmoord wegens homoseksueel gedrag.

Schat, die vond dat zijn aanvankelijke plan slechts resulteerde in een statische praatopera, wilde beide verhalen in elkaar laten overvloeien. In het libretto dat hij Gerrit Komrij vroeg te schrijven wordt de gedwongen zelfmoord van Socrates weerspiegeld in het verhaal over de laatste negen dagen van Tsjaikovski - van de première van zijn Zesde symfonie, de 'Pathétique', tot zijn dood. Agathon uit Plato's Symposion valt bij Komrij samen met Tsjaikovski's neef Vladimir, de zoon van zijn broer Modest.

Het Muziektheater is niet ver van het huis van Peter Schat, maar bevindt zich juist buiten de magische driehoek van de Amsterdamse beiaarden. De zaal van het Muziektheater vormt een deel van een cirkel, waarop inbreuk wordt gemaakt door orkestbak en podium. Driehoeken, cirkels en spiegels vormen ook het decor van Symposion. Het toneelbeeld is ontworpen door Floris Guntenaar, die dat ook deed voor Schats opera's Houdini (1977) en Aap Verslaat de Knekelgeest (1980).

Grote driehoeken van aluminium lijken scherpe ijsschotsen en steken vanaf het podium ver over de orkestbak. De tenor Dale Duesing, die Tsjaikovski speelt, staat soms griezelig wankel op die gladde oppervlakken, hoog boven het Nederlands Philharmonisch Orkest. Als hij zou uitglijden valt hij op een paar violisten, vlak voor dirigent Hans Vonk.

Er zijn ook veel cirkels: een draaitoneel met daarbinnen een kleiner draaitoneel, dat ook nog de andere kant op kan draaien. Daarboven hangt een gouden cirkel, dansers bewegen in kringen. En er zijn assen en wielen van treinen, die herinneren aan de film Anna Karenina met Greta Garbo: sissende stoom, een trein die zich moeizaam in beweging zet. Het zijn beelden die inmiddels bijna archetypisch zijn voor Rusland.

Aan het begin van de opera bevindt Tsjaikovski zich op een station, waar wordt gewacht op de binnenkomst van een trein: “Waarom altijd naar stations gedreven?” vraagt hij zich af in het libretto van Gerrit Komrij. En de slotscène vindt ook plaats in het station, maar dan is Tsjaikovski inmiddels dood. Eindelijk, dan pas, vertrekt de trein. De cirkel is rond - de opera met de twaalf scènes heeft de volmaakte tijdloze vorm van een stationsklok.

Wwhopff!

Peter Schat is zelf terughoudend over al die symboliek op zijn zolder en de weerspiegeling daarvan in Symposion. “Die zolder ontstond vanzelf. Ik wilde de Toonklok zien en die paste daar precies. Het is wel een beetje uit hand gelopen, ja. De eenhoorns, dat zijn de wachters bij de wetten. En die planten hang ik er af en toe eens in, maar nu in andere bakjes.

“Wat daaraan allemaal symbolisch is, weet ik niet. Ik heb de neiging om mijn gevoel voor orde, symmetrie en sturing zichtbaar te maken. Ik wil de Toonklok in één keer zien en daaronder leven. Het zijn de objectieve omstandigheden waarbinnen ik mijn subjectieve werk kan doen. Symposion is de samenvatting van al mijn opera-ervaring, maar ook compositie-technisch een nieuw begin door het complete gebruik van de Toonklok. In Labyrint ging het om een enkele toon, in Houdini om intervallen tussen twee tonen, Symposion gaat over drie tonen. Maar dat is allemaal musicologie, het is net wat Mozart zei: je moet iets schrijven wat mensen mooi vinden, waar muziekliefhebbers van houden en wat tegelijkertijd een boodschap is aan je collega's.”

Tussen de repetities van de verschillende scènes praten we in de lege foyer van het Muziektheater - een al vele jaren door Peter Schat intens gehaat gebouw, waaraan volgens hem alles mis is, zowel architectonisch als functioneel. Tijdens de Golfoorlog begin 1991 schreef hij in deze krant een column Voltreffer. Daarin beschreef Schat in drie lange zinnen hoe een door een Hollands fregat in de Golf afgeschoten kruisraket over Amsterdam zou scheren, langs de Bijenkorf, via het Rokin en rond de Munttoren zou vliegen om dan voor het oog van duizenden juichende toeschouwers de Stopera binnen te dringen en die te laten ontploffen. Wwhopff! Schat is overigens nog steeds uit op de ondergang van het Muziektheater. “Ik hoop dat Symposion zo'n succes wordt dat het publiek de zaal afbreekt. Na de laatste voorstelling, ja.”

Ondertussen wordt de componist wat ongedurig, want in de zaal is regisseur Ian Strasfogel alweer begonnen met de repetities. Schat: “Ik maak ze allemaal mee, dat laat ik me niet ontnemen. Tot in de ateliers ben ik erbij, dan zie je ook met hoeveel precisie en liefde wordt gewerkt aan decors en kostuums. De inzet is fantastisch, dit is een van beste operahuizen. De Nederlandse Opera heeft voorstellingen van Monteverdi en Mozart voor de diatonische opera en Wozzeck van Berg voor de chromatische opera. Ik zit dus wel in het verkeerde gebouw, maar in het goede huis.”

Het heeft vijf jaar geduurd voor Symposion, waarvan de partituur al in 1989 werd voltooid, in produktie werd genomen. Inmiddels is zelfs de herdenking van de honderdste sterfdag van Tsjaikovski (25 oktober 1993) ook alweer een half jaar voorbij. Symposion heeft opusnummer 33, Alarm voor de drie beiaarden is Schats opus 40. Symposion werd gecomponeerd in opdracht van Gerard Mortier voor de internationaal zo prestigieuze Brusselse Opera. Toen Mortier was vertrokken naar Salzburg liet zijn opvolger Bernard Foccroulle de componist naar Brussel komen. Schat verwachtte te vernemen wanneer zijn opera zou worden uitgevoerd, maar kreeg te horen dat Symposion van het programma was afgevoerd en werd vervangen door De Barbier van Sevilla van Rossini.

Daarna bood Pierre Audi, de artistiek directeur van de Nederlandse Opera, Schat aan het stuk uit te voeren in het Muziektheater. Gerardjan Rijnders zou Symposion regisseren. Maar tussen Schat en Rijnders ontstond al snel een niet meer bij te leggen ruzie. Audi onthief Rijnders van zijn regie-opdracht en gaf die een half jaar geleden aan Ian Strasfogel. De Amerikaan had eerder de Amerikaanse produktie van Houdini in Aspen geregisseerd.

Werkfeest

Schat kijkt tevreden terug op de regisseurswisseling. “Ja, anders was het een ramp geworden. Twee wereldpremières tegelijk is te veel: de wereldpremière van mijn Symposion en de wereldpremière van Gerardjan Rijnders als operaregisseur. Dat bleek ook, want er kwam absoluut niets uit. En bij het eerste conflict, over de kostuums, riep hij: 'Jij mag terugkomen bij de première.' Ik zei: 'Moet je horen, probeer jij het eerst eens met een dooie componist, dat is al moeilijk genoeg om die op de première te krijgen. Maar ik ben er nog!' Dat was het dan wel.”

Het lijkt erop dat Schat vaak problemen heeft met regisseurs. De twee Nederlandse series van Houdini hadden elk een eigen regisseur: Donya Feuer en Anne Marie Prins. Maar Schat zegt juist graag ruimte te laten aan de regisseur. “Natuurlijk mag hij zijn eigen verhaal en zijn eigen boodschap uitdragen. Er is ruimte voor interpretatie, anders wordt het niks. Gerrit Komrij schreef het libretto zonder te weten wat voor muziek erbij zou komen. Ik ontdekte de personages door voor hen de juiste noten te vinden. En ik wist weer niet hoe het eruit zou zien. Het is de regisseur die het bij elkaar brengt. Dat is heerlijk om mee te maken. Het is een werkfeest.”

Schat lijkt in het Muziektheater zelfs een toonbeeld van meegaandheid. Op aandrang van Strasfogel zijn de scènes 9 en 10 omgewisseld. De dood van Tsjaikovski komt nu later, wat dramatisch beter werkt. Ook heeft Schat zo'n twintig minuten geschrapt om de muziek binnen de drie uur te houden. Dat is voor de Nederlandse Opera voordeliger wegens de CAO-bepalingen van de musici. “Ik ben zolderkamerkunstenaar, die wijzigingen konden heel goed. Dat ontdek je pas in de praktijk. Mij hoor je niet klagen.”

Wat opvalt bij lezing van het libretto is het gebrek aan tegenstand dat Tsjaikovski toont tegen het vonnis van de Raad van Eer. “Waar liefde heerst, heerst louter geest”, zegt hij. Maar even later lijkt Tsjaikovski zelfs al overtuigd van zijn schuld. “De zonde op mijn hoofd heeft mij van mijn verstand beroofd. (-) Verdien ik dood te zijn? Misschien, misschien. O pijn. Misschien is er wel reden.”

In Houdini portretteerde Peter Schat op een Engelstalige tekst van Adrian Mitchell juist een heel ander personage. De legendarische boeienkoning was daarin een vrijheidsstrijder, een man die zijn ketenen altijd wist te verbreken, die nimmer genoegen nam met de situatie waarin hij kwam te verkeren en die zijn lot altijd in eigen hand hield. De Tsjaikovski in Symposion is het tegendeel van zo'n held, hij is een bijna willoos slachtoffer, hij buigt voor de macht.

Schat: “Tsjaikovski zwicht voor de overmacht, waarvan twee jaar later in Engeland ook Oscar Wilde het slachtoffer werd. Tsjaikovski's verzet komt pas in zijn laatste scène, als het te laat is. Pas dan is hij helemaal zichzelf en hervindt hij zijn waardigheid. Die druk op hem, juist ook die van zijn vrienden, was niet uit te houden. 'Er is voor minder macht gezwicht,' zegt Tsjaikovski. Dát is het voedsel voor dit drama.

“Ook dokter Bertenson, Tsjaikovski's vriend, gaat voor de bijl en werkt mee aan zijn dood en de cover up van de ware doodsoorzaak. Ja, dat is de strekking van het verhaal: zó gevaarlijk is het als de leugen in handen valt van de macht. Nog steeds worden de gegevens over Tsjaikovski's dood verborgen gehouden. De BBC maakte er nog pas een documentaire over. Maar de brief van Dr. Bertenson aan Modest, die Orlova vlak voor de oorlog zegt te hebben gezien, die krijgt niemand onder ogen.”

Komrij en Schat wijten in Symposion de dood van Tsjaikovski vooral aan de tsarina. De tsaar zegt in zijn Winterpaleis dat hij Tsjaikovski alleen had willen waarschuwen en probeert het vonnis ongedaan te maken. Maar daarvoor is het dan te laat. Tsjaikovski sterft en krijgt een staatsbegrafenis om het schandaal te verhullen.

De liefde tussen Tsjaikovski en zijn neef Vladimir blijft in Symposion dubbelzinnig. Aan zijn doodsbed zegt Vladimir: “Leef als u me liefhebt, leef.” Tsjaikovski antwoordt: “Heilige Franciscus!” en sterft. Vlak voor het slot zegt Vladimir: “Voordat hij brak was ik zijn spiegel. 'Liefde.' 'Jeugd.' 'En onze vriend de dood.' Hem dreef niet liefde in de zwarte nacht, maar een te botte aardse macht.”

Schat: “Liefde is altijd mysterieus. Het heeft niets te maken met homo of hetero. Dit is geen homo-opera zoals er ook geen hetero-opera's zijn. Het gaat alleen over een tragische liefdesgeschiedenis. Het homoseksuele element daarin is wat mij betreft geen toeval. Het is waarschijnlijk ook niet eerder zó in een opera op het toneel gebracht. Dat hoort ook thuis in Amsterdam, meer dan in Brussel. Maar ik preek niet. Ik wil een monument voor de homoseksuele liefde oprichten, zodat die niet meer weg te denken is. Op de avond van de première legt een vriend van mij ook een bloem op het graf van Tsjaikovksi.”

Ik vraag aan Schat of hij ooit Strawinsky heeft gezien. “Ja, één keer, als student in Zagreb. Ik heb hem een hand gegeven, maar durfde niets te zeggen.” Ik vertel Schat dat Strawinsky ooit als kind Tsjaikovski zag in de foyer van het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg. “Dan heb ik de man gezien die Tsjaikovski heeft gezien.” Peter Schat straalt.

EERSTE BEDRIJF

Eerste scène - De Trein

Een spoorwegstation. Tsjaikovski op, gevolgd door Modest.

PETER ILJITSJ

Waarom toch altijd naar stations gedreven? Waarom vind ik mij hier steeds terug? Onrust greep me, als ik was gebleven Elke zoetheid vervliedt vliegensvlug. Waarom steeds weer naar dit oord waar wielen Hevig pogen elkaar in te halen Dampend, stuivend op elkanders hielen Waarom steeds weer naar het wespennest Van de toekomst? Zeg me dat, Modest.

MODEST

Peter Iljitsj, denk aan je orkest. Hedenavond zal een symfonie Heel Sint-Petersburg van je genie Overtuigen. Allen staan verstomd. Bitter is het niet, waar je straks komt.

TWEEDE BEDRIJF

Twaalfde scène - slot

MODEST

(tot dokter Bertenson)

Als broer behoed ik hem. Wees sterk Te machtig was het raderwerk. Vaarwel mijn dokter Bertenson. Ik weet, je deed al wat je kon.

DR. BERTENSON

Wacht nog!

(Hij haalt een brief tevoorschijn en geeft die aan Modest)

Een brief. Voor als men jou Nu - eens voor eeuwig - vragen zou Naar medische details. Wat klinkt In Peter Iljitsj tonen is Nu kunst zonder geschiedenis En 't waar verleden - louter inkt.

(De trein zet zich in beweging.)

Ik ben verlaten door de tsaar. Ik joeg een vriend de dood in, maar Mij rest één troost: als leugenaar Blijf ik de trouwste staatsdienaar.

(De trein verlaat het station.)

Einde

    • Kasper Jansen