VN-man: vooruitgang in zaak-Irak

NEW YORK, 29 APRIL. Een hoge functionaris van de Verenigde Naties heeft gisteren gesproken van “aanzienlijke vooruitgang” ten aanzien van de ontwapening van Irak. De voorzitter van de speciale VN-commissie die zich bezighoudt met de ontmanteling van Iraks massa-vernietigingswapens, de Zweed Rolf Ekeus, zei dat gisteren in New York na een bezoek aan Irak.

Ekeus zei met name verheugd te zijn dat Irak, dat eerder nog informatie over buitenlandse leveranciers van zijn chemische-wapenprogramma had achtergehouden, onlangs “een schat aan nieuwe documenten” heeft vrijgegeven: “het was een doorbraak”. Maar Ekeus sprak van “positieve ontwikelingen op alle gebieden” en toonde zich “zeer optimistisch na mijn besprekingen in Irak”. Dit in tegenstelling tot de “zeer harde en relatief negatieve” besprekingen die hij vorige maand met Iraakse functionarissen in New York had gevoerd.

Ekeus zei te hopen dat zijn commissie het resterende werk binnen een paar maanden zal hebben voltooid, waarna de Veiligheidsraad moet gaan praten over een proefperiode, om te verzekeren dat het controlesysteem naar behoren functioneert. Hij wees erop dat de leden van de raad er daarover “verschillende filosofieën” op nahouden.

Volgens de bestandsresolutie na de oorlog in het Golfgebied van 1991 mag Irak weer olie gaan verkopen zodra het heeft voldaan aan een reeks voorwaarden inzake de ontmanteling van massa-vernietigingswapens en de instelling van een controleregime op nieuwe bewapeningsprogramma's. Van de permanente leden van de Veiligheidsraad van de VN, die over vetorecht beschikken, zijn Frankrijk, de Sovjet-Unie en China ervoor de bepalingen van de resolutie naar de letter te volgen. De VS, en in mindere mate Groot-Brittannië, hebben aangegeven Irak nieuwe voorwaarden te willen opleggen, met name op het gebied van de mensenrechten. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher heeft deze week tijdens een bezoek aan de Golfregio steun voor dit standpunt gezocht en gekregen. Deze landen beschouwen Irak niet alleen als een bedreiging voor hun veiligheid maar vooral ook voor de olieprijzen en daarmee voor hun inkomsten. (Reuter, AP)