Vlieggewicht wil niet op Merckx lijken

VEENENDAAL, 29 APRIL. Temidden van de vele verweerde koppen fietste woensdag een fris jongensachtig gezicht in het peloton. Frank Vandenbroucke eindigde achter de Russische winnaar Ekimov op een keurige zevende plaats in de semiklassieker Veenendaal-Veenendaal. “Niet slecht voor een training”, merkte het negentienjarige Belgische wielertalent na afloop op.

Hij zat ontspannen in de kleedkamer. Maakte geintjes met zijn veel oudere ploeggenoten van Lotto. Vandenbroucke is 1.79 lang, een vlieggewicht met spillebenen en een blonde kuif. Op Eddy Merckx lijkt hij in de verste verte niet. Hij wil ook niet met de gewezen kampioen worden vergeleken. Dat doen de Belgische media, in de hoop op betere tijden. “Er komt nooit meer een Merckx”, zei hij over de legende die hij alleen kent van het geliefde merk fietsen. “Ik heb hem nooit echt over het wielrennen gesproken.”

Vandenbroucke rijdt pas wedstrijden vanaf zijn vijftiende jaar. Voor die tijd deed hij aan hardlopen “en een beetje op de piste”. Als amateur was hij bijna onverslaanbaar. Het was dan ook geen ondoordachte beslissing om op heel jonge leeftijd een profcontract te tekenen. De prestaties in zijn eerste jaar als beroepsrenner zijn veelbelovend. Hij eindigde als tweede in een bergrit van de Ronde van de Middellandse Zee. Op de top van de lastige klim Mont Faron moest Vandenbroucke na een lekke band alleen zijn vluchtgenoot Berzin voor laten gaan. Een dag later nam hij revanche met een etappezege. In het Criterium International, met onder meer een individuele tijdrit, eindigde hij in de subtop van een sterk deelnemersveld. En afgelopen zondag werd hij derde in een redelijk zware Zwitserse koers.

Vandenbroucke kan alles, menen insiders. Hij heeft koersinzicht, herstelt snel, kan klimmen en dalen, in de groep of tegen de klok. Volgens Jan Raas heeft België een topper in spé. “Ik heb een hele rits Merckxen geboren zien worden maar weer even snel zien afbranden. Maar nog nooit zag iemand debuteren zoals Frank tijdens de ronde van de Middellandse Zee.” Raas roemde in een Belgische krant het karakter van Vandenbroucke. Lovende woorden die in Veenendaal op passende wijze werden aangevuld door Roger de Vlaeminck, de Belgische klassiekerkoning van weleer. “Als Frank geen nieuwe Merckx wordt, krijgen we er nooit meer een.”

Jean-Luc Vandenbroucke werd in de late jaren zeventig als renner tevergeefs de hemel ingeprezen. Hij werd geen tweede Merckx. Nu is hij de ploegbaas van het talentvolle neefje, wiens vader als mecanicien werkzaam is bij Lotto. De ploegen van Once, Carrera en Histor hadden interesse in de succesvolle amateur. Hij koos uiteindelijk voor de meest vertrouwde omgeving. “Geld is niet belangrijk. Ik heb toch nog geen palmares om een vet contract te kunnen tekenen. En nu kan ik zelf mijn programma uitkiezen. Dan is het prettig om familie in je nabijheid te hebben.”

Dat Peter Post als manager van de Histor-ploeg opmerkte 'dat een groot talent verloren zou gaan bij Lotto', wimpelde Frank Vandenbroucke voorzichtig weg. “Post is een wijs man. Hij is misschien een beetje kwaad op me, dat ik niet voor zijn ploeg heb gekozen. Ik hoop maar dat hij over twee jaar nog belangstelling heeft.” Een bedachtzame jongen, die zijn wielerloopbaan heel zorgvuldig uitstippelt. Tijdens de Ronde van Frankrijk gaat hij op vakantie, al gaat de racefiets mee. De Tour komt nog een jaartje te vroeg. Hij moet dan ook voorzichtig worden gebracht, luidt het vakjargon. “Frankie hoeft niks meer te leren, hij moet alleen rustig blijven”, verklaren zijn ploegmakkers in koor.

Veenendaal-Veenendaal was een veredelde trainingsrit. Aanstaande zondag moet hij echt presteren in Frankfurt, waar de zware eendaagse wedstrijd 'Rundum den Henninger Turm' wordt verreden. Dat Vandenbroucke woensdag zo gemakkelijk van voren reed, had hem zelf ook een beetje verbaasd. “Het was een lastige koers, met al die wind en regen. En bij die klimmetjes heeft iedereen een beetje afgezien, denk ik.” Heeft hij het zelf eigenlijk zwaar gehad op de Posbank, de steile helling achter Arnhem? Hij glimlachte ontwijkend. Het ging vanzelf, lijkt hij te willen maar niet te durven zeggen. “Ik heb nog nooit een echte col beklommen. Wel in de training, maar dat telt niet. Op de training gaat alles gemakkelijk.”

Een Waal die even gemakkelijk Vlaams praat. Hij geniet van het vele reizen. Vorig jaar nog zat hij op school. Aan verder leren denkt hij niet. “Het is voorlopig alleen wielrennen. Dat is een keuze die je moet maken.” Als je zo de hemel wordt ingeprezen, ga je er vanzelf in geloven. Een bescheiden karakter met een vastberaden blik. Ogenschijnlijk onvermoeid stapte hij in Veenendaal achter in de ploegleiderswagen. Onderweg naar morgen.