Twee miljard extra nodig voor natuur

DEN HAAG, 29 APRIL. Als Nederland de komende twintig jaar twee miljard gulden extra uittrekt voor natuurontwikkeling, kunnen op 34 locaties in en rond de grote wateren nieuwe natuurgebieden ontstaan. Ook zou van dat geld op 43 plaatsen de versnippering van de natuur kunnen worden tegengegaan, door de aanleg van bijvoorbeeld ecoducten en onderdoorgangen.

Dat schrijft minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) in het rapport 'Natuur aan het werk', dat zij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het rapport is opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer, waar in het najaar van 1991 het PvdA-Kamerlid Feenstra erop wees dat met het gereedkomen van de grote waterbouwkundige werken in Nederland, veel kennis op dit gebied verloren zou kunnen gaan. Door om te schakelen op natuurontwikkeling, zou die kennis behouden kunnen blijven, en er bovendien nieuwe werkgelegenheid kunnen ontstaan.

De plannen in 'Natuur aan het werk' zullen, zo becijfert het ministerie van verkeer en waterstaat, jaarlijks voor ongeveer 400 mensen werk opleveren. Ook zullen de plannen werkgelegenheid scheppen voor adviesbureaus op dit terrein, waarbij het waarschijnlijk om zo'n 100 mensen zal gaan. Het kabinet heeft echter geweigerd geld uit te trekken voor 'Natuur aan het werk', zodat het nu als 'verkennende studie' aan de Tweede Kamer is gepresenteerd.

Bij de ontwikkeling van de natuurgebieden gaat het om internationaal bezien schaarse gebieden, zoals de laaglandrivieren, de getijdengebieden, de laagveenmoerassen en de duinen en stuifzanden langs de kust. In deze gebieden zou zoveel mogelijk ruimte moeten worden gegeven aan natuurlijke processen als getij en stroming, erosie, bezinking en verstuiving. De verspreiding van planten en dieren zou niet moeten worden gehinderd door barrières als wegen en kanalen. Het gaat onder meer om de Grensmaas, een binnendelta bij Swalmen/Roermond, de nevengeulen in de Bergsche Maas, de IJsselwaarden rond Doesburg, de Lek en de eilandenarchipel van het Enkhuizerzand.