Tolerantie smoort onderling begrip

Ik bgrijp niet waarom de socioloog C.J.M. Schuyt in zijn cursus 'kunst van het samenleven' (NRC Handelsblad, 21 april) het begrip 'tolerantie' als sleutelbegrip opvoert. Aan de ene kant groeit tolerantie in zijn betoog uit tot het centrale instrument om multi-culturele problemen op te lossen. Aan de andere kant zegt hij zelf dat voor een discussie over de multi-culturele samenleving tolerantie niet de beste ingang is, omdat 'ruimte laten en scheppen voor andere godsdienstige opvattingen niet hetzelfde is als het verdragen van een andere etnische groepering'.

Pleidooien voor tolerantie tegenover minderheden zijn misplaatst omdat in het vocabulaire van tolerantie ondanks alle goede bedoelingen toch arrogantie en intolerantie doorklinkt. Het is de taal van de dominante meerderheid die zichzelf oproept om vreemdelingen in godsnaam te verdragen. Schuyt gaat impliciet uit van zo'n dominante meerderheid, zo'n onproblematisch 'wij', bijvoorbeeld waar hij oproept tot het onderdrukken van 'onze' neiging om anderen te onderdrukken, wanneer die zich in 'onze' ogen verkeerd, afwijkend, slecht gedragen.

Schuyt beschrijft de Nederlandse democratie als 'een pluraliteit van minderheden'. Maar als dat zo was, was er geen Bolkestein geweest die had geschreven dat 'zij' zich aan 'ons' moeten aanpassen. En dan zou een ander probleem ook opgelost zijn. Ik doel op de historisch gegroeide 'geciviliseerde onverschilligheid' jegens anderen die niet tot onze 'zuil' of groep behoren. Deze onverschilligheid maakt dat intellectueel debat met lieden uit andere culturen vrijwel altijd gesmoord wordt onder diezelfde klamme deken van de tolerantie waar Schuyt een cursus voor wil geven. In Nederland, waar al sinds lang sprake is van 'verzuild relativisme', wordt mensen uit andere groepen niet de hersens ingeslagen. Maar de schaduwkant is dat de anderen ook nooit echt serieus worden genomen als discussiepartner. Uit Schuyts cursus 'kunst van het samenleven' zou ik het begrip tolerantie bannen, en in plaats daarvan materiaal aandragen om duidelijk te maken dat 'wij', net zo min als 'zij', een homogene groep vormen. Pas dan ontstaat er op termijn in Nederland misschien een 'pluraliteit van minderheden'.

    • Sjaak Koenis