Teheran ontkent met klem; Londen: Iran moet contacten met IRA staken

LONDEN, 29 APRIL. De Britse regering heeft Iran gisteren beschuldigd van geheime contacten met het Ierse Republikeinse Leger (IRA).

De Iraanse zaakgelastigde in Londen werd op het matje geroepen en meegedeeld dat contacten van Iraanse veiligheidsagenten met het IRA moeten ophouden. In regeringskring in Londen werd gisteravond gezegd dat uitwijzing van diplomaten en sancties worden overwogen, indien Iran geen gehoor geeft aan de oekaze.

De Britse zaakgelastigde in Teheran is op zijn beurt op het Iraanse ministerie van buitenlandse zaken ontboden om een “scherp protest” tegen de Britse handelwijze en “ongefundeerde beschuldigingen” in ontvangst te nemen. De BBC ving vannacht anderzijds een bericht op van radio Teheran waarin de Britse regering er door Iran van wordt beschuldigd “destabiliserend” op te treden in Noord-Ierland. De Iraanse regering vindt dat Londen niet van het IRA mag eisen dat dat een eind maakt aan geweld, alvorens het tot de onderhandelingstafel wordt toegelaten.

Welke steun het IRA precies van Iran heeft gekregen is niet duidelijk. Een Britse veiligheidsanalist, gevraagd of het in de Iers-Iraanse contacten om morele steun, geld of wapens is gegaan, antwoordde gisteren: “Vermoedelijk een mengeling van alle drie.” Aangenomen wordt dat financiële steun al is verleend, dat afspraken voor wapenleveranties in de pijpleiding zaten en dat er mogelijk ook plannen waren voor opleidingsfaciliteiten in Iran.

De contacten van Iran met het IRA zijn niet nieuw, maar hebben aan betekenis gewonnen sinds de warme betrekkingen tussen de Ierse extremisten en kolonel Gaddafi van Libië enigszins lijken te zijn bekoeld. Sinn Féin-leider Gerry Adams bracht in 1987 een bezoek aan Teheran, Iraanse vertegenwoordigers zijn op hun beurt aanwezig geweest bij IRA-begrafenissen in Belfast en de weg voor de Britse ambassade in Irans hoofdstad is al jaren geleden herbenoemd. Naamgever Winston Churchill moest daarbij wijken voor de gestorven IRA-hongerstaker Bobby Sands.

Aanleiding voor het ontbieden van de Iraanse zaakgelastigde in Londen, Gholamreza Ansari, op het Britse Foreign Office was de ontdekking door de Britse veiligheidsdienst MI6 dat Iraanse veiligheidsagenten op reizen naar Europa rechtstreekse contacten hadden met het IRA. De belangrijkste contactman zou Amir Hussein Taghavi zijn, hoofd van de sectie West-Europa van het Iraanse ministerie voor de inlichtingendiensten. Londen besloot zijn kennis in deze kwestie wereldkundig te maken nadat er in de afgelopen week in een Griekse krant een bericht was verschenen waarin de contacten werden beschreven. Het Foreign Office wilde verdere onthullingen in de Westerse pers vóór zijn en door het ontbieden van Ansari het initiatief aan zich houden.

Ansari ontkende het bestaan van de contacten gisteren met klem. “Natuurlijk begrijpen wij dat een dergelijk contact gevoelens van afkeer in het Verenigd Koninkrijk zou wekken, maar aangezien het niet bestaat is er geen noodzaak voor onrust of kritiek.” Ansari gaf de schuld voor de controverse aan niet nader genoemde “elementen” die erop uit zouden zijn de Brits-Iraanse betrekkingen schade toe te brengen. Die zijn toch al moeizaam, met name sinds de terdoodveroordeling door wijlen imam Khomeiny van de Britse schrijver Salman Rushdie. Tot zover onze correspondent. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, reageerde op de berichten uit Engeland met de uitspraak dat Iran zijn isolement verdient en niet mag profiteren van Amerikaanse economische hulp. Hij drukte tevens zijn “diepe toorn” uit over de Iraanse betrokkenheid bij terrorisme. Iran staat al jaren op de Amerikaanse lijst van staten die internationaal terrorisme steunen.

    • Hieke Jippes