Salade van Oranje

Vroeger heette een sinaasappel officieel China-appel omdat hij in dat land geboren is. Op de lange reis naar Nederland kwam hij eerst in India terecht. Ze waren daar zo verrukt van de lekkere lucht die eruit opsteeg als je de schil eraf haalde, dat ze hem 'de geur die binnenin zit' noemden, narajam. Via Arabië, waar ze er narange tegen zeiden, kwam hij in Frankrijk terecht. Daar veranderde de naam weer een beetje en spraken ze dat uit als orange en zo is ons woord voor de kleur oranje ontstaan.

Een kleur die één dag per jaar heel erg in de mode is. Als je daaraan wilt meedoen heb je zeven oranje worteltjes nodig. Eerst wassen, kop en staart eraf snijden en dan fijnraspen. Het sap van een citroen erbij, een theelepel honing, een mespunt kaneel en een snufje (dat is precies zoveel als je vast kunt houden tussen duim en wijsvinger) zout. Met een vork mix je alles door elkaar, het citroensap en de rest trekt vanzelf in de wortelrasp.

Nu het moeilijkste onderdeel van deze echt Marokkaanse salade: van twee grote navelsinaasappelen snij je, of je laat het doen door een volwassen hulp, eerst het dakje af. Dan rondom, van boven naar beneden, de rest van de schil tot je een complete blote sinaasappel zonder witte velletjes overhoudt. Die snij je in plakken en daarop leg je het geraspte wortelmengsel.

Als je het goed doet (maar het kan niet fout gaan), heb je nu niets meer of minder dan oranje onder en oranje boven!

    • Philip Mechanicus