Restauratie Delftse monumenten

DELFT, 29 APRIL. De gemeenteraad van Delft heeft gisteren besloten tien miljoen gulden uit te trekken voor de restauratie van een aantal monumenten: het stadhuis, de toren van de Oude Kerk en de drie gemeentelijke musea, het Lambert van Meerten (keramiek), het Nusantara (Indonesië) en het Prinsenhof (onder andere het graf van Willem van Oranje). Het ministerie van binnenlandse zaken heeft daarbij 3,6 miljoen toegezegd ter stimulering van de werkgelegenheid. Aanleiding tot de restauraties is de viering in 1996 van het 750-jarig bestaan van Delft.

De drie musea, die sinds 1988 onder één directie vallen, willen dan een gezamenlijk tentoonstelling houden van schilderijen van Delft door Oude Meesters. Om bruiklenen te kunnen krijgen is verbetering van de klimaatbeheersing en de beveiliging vereist.

Daarnaast wil het Prinsenhof de binnenplaats overkappen met een doorzichtige glazen constructie naar een ontwerp van het Delftse bedrijf Octatube van Mick Eekhout, ontwerper van onder andere de glazen zaal voor het Nederlands Philharmonisch Orkest in de Beurs van Berlage. Volgens directeur D. Lokin van het Prinsenhof is het plan een paar jaar geleden ontstaan als oplossing voor de ruimtenood die jaarlijks ontstond tijdens de Delftse Antiekbeurs. De bouw van deze lensvormige glazen huif van 25 meter lang en 17 meter breed, die op tien stalen kolommen steunt, zou ongeveer 2,2 miljoen gulden kosten.

De Monumentencommissie gaf eind 1992 haar fiat aan het ontwerp, maar trok dat weer in toen de Antiekbeurs medio vorig jaar bekendmaakte, met de PAN in Amsterdam te zullen fuseren. Het college van B & W heeft ondanks de bezwaren van deze commissie verklaard het plan nog te steunen en is in principe bereid er 6,6 ton aan bij te dragen.

Ook zonder de antiekbeurs heeft het museum de 440 vierkante meter ruimte die met de glazen overkapping gewonnen zouden zijn, hard nodig, zegt Lokin: “We willen hier permanent tentoonstellingen van moderne kunst houden. Nu moeten we voor grote thema-tentoonstellingen vaak uitwijken naar kerken in de omgeving. Bovendien wordt het gebouw veel beter bruikbaar: niet alleen wordt het beter toegankelijk voor gehandicapten, maar kunnen we ook groepen ontvangen voor bijvoorbeeld lezingen en concerten. De binnenplaats zal een eigen toegang krijgen, waardoor zij apart te exploiteren is.” Het museum hoopt nog dit najaar de overige financiering te hebben gevonden.