OPG hoeft geen medicijnen te leveren aan Dijk

UTRECHT, 29 APRIL. De farmaceutische groothandel OPG mag apotheker R.J.J. Dijk in Amsterdam weigeren geneesmiddelen te leveren. Dat heeft de president van de Utrechtse rechtbank, mr. L. Schuman gisteren bepaald in een kort geding dat Dijk tegen de Onderlinge Pharmaceutische Groothandel in Utrecht had aangespannen.

De OPG, met veertig procent van de markt in handen de grootste geneesmiddelengroothandel in Nederland, liet Dijk op 25 februari weten hem niet meer te zullen bevoorraden, omdat de apotheker betrokken is bij 'postorderfarmacie'. De postorderfarmacie is opgezet door het Arnhemse bedrijf Linea Pharma in samenwerking met zorgverzekeraar Géové (Velp) en PTT Post. Verzekerden van Géové kunnen hun recepten opsturen naar Linea, waarna de PTT binnen 24 uur de medicijnen aan huis bezorgt. Volgens de wet heeft Linea daarbij een apotheker nodig.

Veel apothekers en groothandels (de OPG is een beursgenoteerde coöperatie van apothekers) verzetten zich tegen de verspreiding van geneesmiddelen per post omdat zij menen dat dit “de kwaliteit van het farmaceutisch handelen van de Nederlandse apotheker schaadt en een goed distributiesysteem in gevaar brengt”.

Dijk heeft echter een overeenkomst met OPG die erin voorziet dat de aankoop van zijn apotheek in Amsterdam is gefinancierd door OPG op voorwaarde dat hij tot het jaar 2001 tachtig procent van zijn voorraad bij deze groothandel betrekt. De advocaat van Dijk, mr. M.A.J. Kunst uit Arnhem, vindt dat OPG aan die afspraak moet worden gehouden. Zij wijst erop dat de OPG heeft besloten tot het staken van de levering, toen de Amsterdamse afdeling van de apohekersorganisatie KNMP Dijk 'in de ban' had gedaan, omdat hij meewerkt aan de postorderfamacie. Ook de twee andere grote groothandels - Brocacef en Interpharm - weigeren Dijk te leveren.

Mr. Kunst heeft aangevoerd dat de inspectie voor de volksgezondheid de postorderfarmacie nauwlettend in de gaten houdt en dat op de kwaliteit van de voorziening nooit iets aan te merken is geweest. Na een jaar experimenteren in Den Haag en omgeving is het systeem zelfs zo succesvol gebleken dat is overgegaan tot landelijke distributie. Een interdepartementale werkgroep die onlangs rapport uitbracht over de geneesmiddelensector juicht de nieuwe distributievorm toe, aldus mr. Kunst. Zij verwijt de OPG elke nieuwkomer op de markt toetreding te willen belemmeren en beticht het bedrijf van misbruik van zijn marktpositie.

Mr. J.R.A. Schoonderbeek, raadsvrouw van de OPG, meent dat Dijk zich niet heeft gehouden aan de afspraak dat hij tachtig procent van zijn voorraad zou afnemen bij OPG.

Mr. Schuman is gevoelig gebleken voor het argument van mr. Schoonderbeek, dat de OPG zich richt naar de opvatting van de KNMP, die 2.300 apothekers vertegenwoordigt en die zijn aangesloten bij de cooperatie OPG. De mening houdt in dat postorderfarmacie niet kan worden gezien als het 'bevorderen in het algemeen van de beroepsuitoefening van de apotheker.' De president acht het terecht dat de OPG 'in de stoffelijke belangen van haar leden wil voorzien' en dus niet wil leveren aan de postorderfamacie.