Nieuwe koers nog niet uit de verf in CAO's

Bijna een half jaar geleden spraken werkgevers en vakbonden af een 'nieuwe koers' in te slaan om het economisch herstel in Nederland te bevorderen. Bij de CAO-onderhandelingen is daarvan nog niet veel gebleken. Wel is er sprake van vergaande loonmatiging.

Anderhalf jaar geleden, toen de economie inzakte, bedacht het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) onmiddellijk een pakkende slogan: 'Nul is nodig, nul is genoeg'. Dat werd het richtsnoer van werkgevers voor nieuwe CAO's in 1993.

Voor dit jaar deed NCW-voorzitter drs. J.C. Blankert er enkele maanden geleden nog een schepje bovenop. 'Nul is te veel', luidde het nieuwe parool. Maar deze week had diezelfde voorzitter er opeens genoeg van. Fixatie op de nullijn leidt af van de echte problemen, aldus de NCW-voorman. Werkgevers en werknemers kunnen nog zo dicht op de nullijn kruipen, zolang zij de regelingen voor inkomensderving bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en ouderdom niet versoberen, blijven zij gevangenen van een 'doormodderscenario'.

De strekking van deze NCW-boodschap is minder opmerkelijk dan de timing. De werkgevers wantrouwen al langer het enthousiasme dat het kabinet aan de dag legt als het over de nullijn gaat. Dat zou immers vooral zijn ingegeven door de wens de koppeling tussen lonen enerzijds en uitkeringen en ambtenarensalarissen anderzijds te herstellen. En dat vinden de werkgevers sinds heugenis juist een aftands mechanisme.

Nee, het moment waarop het NCW de teugels laat vieren - of “met de geldbuidel rammelt”, zoals de Dienstenbond FNV gisteren signaleerde - springt meer in het oog. De CAO-machinerie draait dezer weken immers nog op volle toeren. Gisteren werd het pleit beslecht bij Heineken en Philips, maar er staat nog een hele trits contracten open, waaronder de zuivelindustrie, textielindustrie, NS, supermarkten, ziekenhuizen, banken en verzekeringsmaatschappijen. Stuk voor stuk CAO's waarvan de onderhandelaars Blankerts ontboezeming met gemengde gevoelens zullen hebben aanhoord.

Nog geen half jaar geleden sloten werkgevers en werknemers een sociaal pact dat bedoeld was om 'doormodderen' te beëindigen. Zij spraken af 'een nieuwe koers' in te slaan, omdat het inzicht was gerijpt dat economisch herstel zonder structurele aanpassingen niet of nauwelijks kans zou maken. Meer differentiatie en maatwerk in (collectieve) arbeidsvoorwaarden achtten zij wenselijk èn noodzakelijk, wilde Nederland althans op een nette manier blijven meetellen in de wereld.

Cruciaal in 'een nieuwe koers' was de passage over de loonvorming. Concreet bonden werkgeversorganisaties en vakcentrales hun CAO-onderhandelaars op het hart dat de ruimte voor collectieve loonsverhogingen “uiterst beperkt en soms zelfs nul” was. Waar zij nog enige ruimte aantroffen, moesten ze “uitdrukkelijk bezien” of die niet gebruikt kon worden voor werkgelegenheidsmaatregelen. Verder werd aanbevolen het gat tussen wettelijk minimumloon en laagste loonschalen in CAO's op te vullen met (aanloop)schalen. Tenslotte kregen de onderhandelaars het advies de reeds voor 1994 afgesloten CAO's nog eens kritisch te bezien en eventuele loonsverhogingen te vervangen door “andersoortige afspraken”.

Wie een tussenstand opmaakt, valt in de eerste plaats op dat de 'nieuwe koers' de traditionele rolverdeling overhoop heeft gehaald. De bonden hebben niets meer te eisen, dat doen de werkgevers. Zij hebben het initiatief volledig naar zich toegetrokken. Voor CAO-coördinator C. van de Knaap van de vakcentrale CNV reden om zich zorgen te maken. “Er wordt met zo'n gretigheid naar flexibilisering gekeken, dat we ons afvragen of werkgevers niet een beetje misbruik van de situatie maken. De balans slaat door, het evenwicht lijkt zoek.”

Voor een belangrijk deel valt dit te herleiden tot de slechte economische situatie. De vakcentrales mikten op compensatie op het immateriële vlak: meer erkenning voor de vakbeweging binnen ondernemingen. Bestuurder L. de Waal van de vakcentrale FNV projecteerde in het verlengde van de 'nieuwe koers' zelfs een heus “zeggenschapsoffensief”. Maar in de praktijk valt daarvan (nog?) weinig te bespeuren. “Het is nergens tot ontsteking gekomen”, aldus Van der Knaap.

Bij nauwkeuriger inventarisatie van de eerste resultaten van de 'nieuwe koers' valt verder op dat de aanbeveling over het openbreken van oude, in 1994 doorlopende CAO's nagenoeg volledig is genegeerd. Het ging daarbij om een groot aantal contracten (voor bijna de helft van de 3,5 miljoen werknemers die onder CAO's vallen), die gemiddeld voor dit jaar 1,6 procent loonsverhoging bevatten. Van de grotere contracten is alleen de CAO voor de 20.000 werknemers bij bedrijfsverenigingen herzien, waardoor geld beschikbaar kwam om de lopende reorganisatie soepeler te laten verlopen.

Ook met de (aanloop)schalen loopt het geen vaart. Op papier moet daar in veel CAO's volop ruimte voor zijn. Zo liggen de laagste CAO-schalen in de schoonmaakbranche bijna 130 gulden boven het wettelijk minimum (2.163 gulden), terwijl het verschil in de horeca ruim 300 gulden bedraagt. (Misschien dat het met de naleving van deze contracten juist daarom niet zo best is gesteld.) Bij de bedrijfstak-CAO's is de bouwnijverheid overigens koploper met een 'gat' van bijna 700 gulden.

Daarentegen lijkt het er op dat het advies om de initiële loonstijging tot het uiterste te beperken massaal wordt opgevolgd. In bedrijven en branches waar het niet goed gaat, komen meestal éénjarige contracten met loonbevriezing tot stand. In het beroepsgoederenvervoer is dit jaar zelfs sprake van loonsverlaging. Waar het wat beter gaat, vinden de onderhandelaars elkaar eerder in tweejarige contracten, met meestal geen collectieve loonsverhoging in 1994 en met in totaal 1 à 2 procent loonsverhoging in de loop van het volgende jaar.

Soms is er enige ruimte gevonden voor een collectieve loonsverhoging in dit jaar, zoals bij Servo, Niemeijer, Nerefco en Gasunie; soms werd het een eenmalige uitkering om het koopkrachtverlies af te zwakken (onder andere Gist Brocades). Daarnaast wordt veelvuldig gebruik gemaakt van van de verruimde fiscale faciliteiten voor spaarloon- en winstdelingsregelingen.

Al met al resulteert dit in het lopende jaar in een aanzienlijke loonmatiging. Gingen de contractlonen vorig jaar nog gemiddeld met 3,5 procent omhoog (bij een inflatie van 2,6 procent), dit jaar, zo is de verwachting, zullen de lonen uiteindelijk gemiddeld ongeveer 1,5 procent stijgen (bij gelijkblijvende inflatie). Nochtans is minister De Vries (sociale zaken) ontevreden. De actuele stijging met 18.000 werklozen per maand maakt volgens hem de noodzaak van een nullijn, ook volgend jaar, “schrijnend duidelijk”. Maar op voorhand liet NCW-voorzitter Blankert al weten dat “niet realistisch” te vinden.

Werkgelegenheidsafspraken in het kielzog van de 'nieuwe koers' bieden een divers beeld. In de grafische industrie en de metaal- en elektrotechnische industrie ging de meeste aandacht uit naar behoud van de VUT. In beide sectoren sneuvelt de relatief dure regeling voor VUT met 40 dienstjaren. In de voedings- en genotmiddelenindustrie blijkt fondsvorming in trek. Zo steken Sara Lee/DE, Unilever en de suikerverwerkende industrie de komende twee jaar samen meer dan 8,5 miljoen gulden in speciale projecten voor het scheppen van nieuwe banen. En wat bij Heineken faliekant mislukte, zagen de bonden bij de Bijenkorf en Vroom & Dreesmann gehonoreerd: korter werken in combinatie met de invoering van een vierdaagse werkweek voor de meeste fulltimers.

In schril contrast hiermee staan de problemen in een ander deel van de dienstensector, dat net zo min als KBB en V&D veel heeft te duchten van Oosteuropese 'beren' of Aziatische 'tijgers': het goed florerende bank- en verzekeringswezen. Hier staken de bonden vorige week hun nek uit voor verregaande flexibilisering van arbeidstijden en invoering van een kortere (vierdaagse) werkweek met vier jaar lang loonbevriezing. “Nul is nodig, nul is genoeg”, riepen ze Blankert na, in de hoop de aanhoudende afbraak van werkgelegenheid in deze branches (als gevolg van technologische ontwikkelingen, fusies en reorganisaties) te temporiseren. Maar ze vonden, tot dusver, geen enkel gehoor bij de werkgevers. Ze zijn de 'nieuwe koers' uit het Najaarsakkoord “volledig kwijt”, schreef de Dienstenbond FNV gisteren in een venijnige brief. Aan wie anders dan aan NCW'er Blankert.

Enkele belangrijke nieuwe CAO's

DSM

9.500 werknemers

Looptijd:1-4-94 tot 1-4-96

Loon:1-4-951 pct, 1-7-950,5 pct, 1-12-95ƒ 300 eenmalig

Werk:Geen gedwongen collectieve ontslagen bij reorganisaties in 1994 en 1995

VUT:Werknemers kunnen vrijwillig sparen voor uittreden met 62 jaar (Oudere DSM'ers die uittraden vielen onder zgn. Mijnwerkersregeling die dit jaar vervalt)

Diversen:Met ingang van 1995 wordt voor de ongeveer 2.600 werknemers in volcontinudienst een volledige vijfploegendienst ingevoerd op basis van gemiddeld 33,6 uur per week

SUIKERVERW. IND.

14.000 werknemers

Looptijd:1-1-94 tot 1-1-96

Loon:1-1-951 pct

Werk:Bedrijven storten beide jaren 0,5 pct van de loonsom in speciaal fonds voor scheppen van werkervaringsplaatsen. In totaal wordt dat een bedrag van ruim 3,5 miljoen gulden

VUT:Vanaf 60 jaar. Werkgevers betalen tot 1996 extra VUT-kosten. Studie naar alternatief

Diversen:verruiming van mogelijkheden van werken in deeltijd

UNILEVER

4.500 werknemers

Looptijd:1-3-94 tot 1-3-96

Loon:1-3-951 pct 1-10-950,5 pct

Werk:Unilever steekt 3 miljoen gulden in speciaal fonds voor scheppen van banen

VUT:Vanaf 60 jaar. Met ingang van 1996 wordt flexibele pensionering en flexibele VUT vanaf 56 jaar ingevoerd

Diversen:Vakantietoeslag wordt verhoogd van 7,5 naar 8 procent.

KON. BIJENKORF

26.000 werknemers, van wie ongeveer de helft in deeltijd

Looptijd:1-2-94 tot 1-2-96

Loon:Geen collectieve loonsverhoging; uurloon van deeltijders gaat op 1-2-95 met 0,35 pct omhoog

Werk:KBB steekt beide jaren 0,5 miljoen gulden in speciaal werkgelegenheidsfonds

VUT:Vanaf 60 jaar en studie naar alternatief

Diversen:Met ingang van feb 1995 wordt gemiddelde wekelijkse arbeidsduur teruggebracht van 36 naar 35 uur, waarbij voor voltijd-werknemers in uitvoerende functies in winkels, distributiecentra en bakkerijen een vierdaagse werkweek wordt ingevoerd

METAALINDUSTRIE

170.000 werknemers

Looptijd:1-3-94 tot 1-6-96

Loon:1-3-950,75 pct 1-1-960,75 pct

Werk:Geen nieuwe afspraken

VUT:Vanaf 60 jaar; gefaseerde afschaffing van VUT voor werknemers met 40 dienstjaren; premie gemaximeerd op 8 pct van de loonsom

Diversen:Verruiming van de mogelijkheden om flexibeler te werken

Joke Mat in Emmerhout, een nieuwbouwwijk in Emmen met vooral laagbouw. Meer dan de helft wordt verhuurd door woningbouwcorporaties.

    • Joop Meijnen