Nederlandse bloementelers helpen India

India koestert hoge verwachtingen van zijn ontkiemende bloementeelt, vooral van zijn rozen. De Indiërs missen echter ervaring. Bedrijven van 's werelds grootste bloemennatie, Nederland, staan de Indiase kwekers bij.

BANGALORE, 29 APRIL. De eerste vliegtuigladingen met Indiase exportrozen zijn de afgelopen maanden al op de grote bloemenveiling van Aalsmeer aangekomen. Ze gingen grif van de hand. “Vooral rond Valentijnsdag hebben we uitstekende zaken gedaan”, zegt directeur Thomas K. Joseph van het bedrijf Harrisons Malayala in Bangalore.

Het komende seizoen denkt hij tussen oktober en maart elke maand zo'n 250.000 rozen naar Nederland te sturen. Tegen die tijd moeten de inspanningen van de afgelopen paar jaar ook de eerste serieuze winsten gaan opleveren.

Joseph is niet de enige die hoog gespannen verwachtingen heeft van de Indiase bloementeelt. Kranten spreken niet anders dan in jubelende termen over de rooskleurige vooruitzichten in deze sector. Heeft India immers niet talrijke streken met een voortreffelijk klimaat voor bloementeelt? En is het land niet bezig in hoog tempo de jarenlange lethargie van zich af te schudden op economisch terrein?

Tientallen bedrijven die nooit iets met bloemen te maken hebben gehad, vinden deze branche plotseling interessant en stappen erin. De wildste cijfers doen de ronde over de winstkansen. Soms wekt India de indruk een zelfde bloemenroes te beleven als Nederland enkele eeuwen geleden met tulpen. Het grenzeloze vertrouwen in de tulp leidde toen tot de financiële ondergang van velen.

De huidige generatie Nederlandse bloemen-deskundigen beziet het Indiase enthousiasme met de nodige scepsis. “De Indiërs komen als laatsten op een markt, die al hoog is ontwikkeld en goed bediend”, vindt Stan Elkhuizen van het Zoetermeerse bloemenbedrijf Flodac. “Ze zullen dubbel hun best moeten doen om op deze markt te penetreren.”

Niettemin ziet ook Flodac wel degelijk mogelijkheden in India. Het verleent technische bijstand aan Indiase bedrijven in Bangalore en New Delhi en zal ook de marketing van hun rozen voor zijn rekening nemen. Komende herfst, zo is de bedoeling, komen de eerste rozen naar Nederland. Een derde project bij de westelijke stad Pune staat eveneens op stapel. “Maar we zijn uiterst voorzichtig en willen vooral niet overhaast te werk gaan”, aldus Elkhuizen.

Helemaal nieuw is de bloementeelt voor India niet. De indiërs hebben altijd veel bloemen gebruikt voor huwelijken, religieuze feesten en als offer voor hun goden. Indiase meisjes tooien zich graag met bloemen in het haar. Niemand was echter ooit op de gedachte gekomen dat er goed geld viel te verdienen aan de uitvoer van bloemen naar het buitenland. Door de gebrekkige infrastructuur en de talrijke handelsbarrières was dat ook lange tijd onmogelijk.

Inmiddels groeit de sector echter snel. Het afgelopen jaar voerde India in totaal voor 200 miljoen rupees (12 miljoen gulden) aan planten en bloemen uit. Het aandeel van snijbloemen was nog gering. Het accent ligt sterk op rozen. Andere bloemen zijn te kwetsbaar en leveren niet genoeg op. Over een paar jaar moet de uitvoer zijn vervijfvoudigd, zo is de bedoeling. Tegen die tijd zullen snijbloemen het leeuwedeel vormen van de export. Vergeleken met Nederland is India ook dan nog een dreumes: Nederland exporteert nu al voor ruim zeven miljard gulden aan snijbloemen en planten.

De weg naar bloemenrijkdom is voor de Indiërs nog met doornen bezaaid. De huidige infrastructuur is niet berekend op het snelle transport van een kwetsbaar produkt als bloemen. Het aantal koelruimtes is beperkt en de douane zorgt vaak voor urenlange vertragingen. De bloemen staan intussen te verkommeren in de hitte.

Bovendien heeft een stad als Bangalore ondanks zijn gunstige klimaat de grote handicap dat er nauwelijks internationale vluchten zijn. Directe vluchten naar het middelpunt van de bloemenwereld, Aalsmeer, zijn er niet. “Schrijft u toch vooral dat de KLM snel gaat vliegen tussen Bangalore en Amsterdam”, zegt T.A. Viswanathan van de officiële Indiase landbouworganisatie APEDA. De Indiase luchtvaartmaatschappij Air India heeft zich tot dusverre evenmin erg geïnteresseerd getoond in het bloemenvervoer.

Ook laat de kwaliteit van de bloemen te wensen over. Indiase rozen zijn beroemd om hun sterke geur maar ze verwelken snel. Nederlandse rozen daarentegen zien er majesteitelijk uit en blijven lang goed, al ruiken ze niet zo krachtig. Indiase firma's hebben nu contracten gesloten met bedrijven als Flodac en Moerheim om rozen met Nederlandse technologie te telen. Een handvol andere bedrijven uit Nederland staat op het punt hetzelfde te doen. “De Nederlandse technologie is de beste ter wereld”, zegt Viswanathan. De rozen van Harrisons Malayalam zijn overigens gekweekt met hulp van Franse experts.

Een ander obstakel vormen de invoerrechten van 15 procent die de Europese Unie heft op bloemen uit India. Sommige andere ontwikkelingslanden die ook in bloemen doen zoals Colombia en Kenia zijn daarvan vrijgesteld. De Indiërs klagen dat een dergelijke discriminatie niet te pas komt in het post-GATT-tijdperk. “Als die invoerheffing wordt opgeheven, kunnen we een belangrijke mededinger worden op de wereldmarkt”, meent C.S. Sampath van Lakshmi Flori-tech, dat met het Nederlandse Flori-tech samenwerkt en deze herfst eveneens aan de gang wil met de uitvoer van rozen.

De meeste Indiërs twijfelen er geen seconde aan dat ze een groot bloemenland zullen worden. Met een schuin oog kijken kijken ze alvast naar de rest van Azië, waar de bloemenmarkt de laatste jaren in hoog tempo is gegroeid. Er bestaan ver gevorderde plannen voor een nieuwe bloemenveiling in Singapore, die Azië en mogelijk ook de westkust van Amerika moet voorzien van bloemen. Volgend jaar opent deze rivaal van Aalsmeer vermoedelijk al zijn poorten.

Joseph bulkt van het zelfvertrouwen. Hij stelt vast dat het economische tij is gekeerd ten gunste van Azië. “In Singapore zullen de prijzen lager zijn dan in Aalsmeer”, verklaart hij. “Als Nederland niet uitkijkt en de Aziatische markt ontwikkelt zich, dan zou dat al binnen een jaar of drie, vier de Nederlanders een deel van hun marktaandeel kunnen gaan kosten.”

Dergelijke uitspraken brengen Elkhuizen en zijn collega's, die op het ogenblik nog tweederde van de markt voor snijbloemen controleren, niet van hun stuk. “We laten ons niet gek maken dat een land als India het overneemt”, stelt Elkhuizen nuchter vast. “Wij hebben er eeuwen overgedaan voor het bij ons gesmeerd liep. In India kan het nog jaren duren voor ze echt meetellen.”

    • Floris van Straaten