Moed is in Zwitserland een misdaad; Het labyrint van Friedrich Durrenmatt

De Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt had geen goed woord over voor zijn landgenoten. Hij noemde ze laf en intellectueel arm. De spot die Dürrenmatt over het land van 'Dirnen' en dronkaards uitstortte is nu gedempt in een warme omhelzing. In Zürich en Bern zijn grote tentoonstellingen over zijn werk.

Schweizerisches Literaturarchiv Bern. Querfahrt - das literatrische Werk. T/m 30/7. Kunsthaus Zürich. Das zeichnerische und malerische Werk. T/m 23/5. Catalogus: Friedrich Dürrenmatt, Schriftsteller und Maler, 320 blz. Ca. ƒ 54,-

De Zwitserse heiligverklaring van Friedrich Dürrenmatt komt, vier jaar na zijn dood, onverwacht. Zijn leven lang woonde 'der grosse Friedrich' in Zwitserland, maar het land was hem in geestelijk opzicht te benauwd. In Bern en Zürich is sprake van een ware Dürrenmatt-explosie. Twee grote tentoonstellingen zijn gewijd aan zijn literaire en schilderkunstige werk. Door de straten rijden Dürrenmatt-trams, in de felle, expressieve kleuren die hij in zijn schilderkunst gebruikte.

Over Zwitserland meldde Dürrenmatt niets dan slechts. Het zo zuivere en sneeuwwitte land zou zwart zien van het zwarte geld. Zwitserland heeft tijdens twee wereldoorlogen zijn handen vuil gemaakt juist door ze 'sauber' te houden. De treinen van Hitler reden door Hitler-tunnels en verbonden Zwitserland met het industriegebied van Noord-Italië. Dat kwam de Zwitsers goed uit. Door niets te doen en geen verzet te bieden, vormden ze het meest willoze volkje onder nazi-Duitsland.

“Moed was een misdaad,” staat in het autobiografische werk Labyrinth, “willoosheid in het belang van de staat. Onze lafheid redde ons, niet onze moed - die had ons vermoedelijk vernietigd.” Tot vlak voor zijn dood verweet hij de Zwitsers in politiek opzicht hun terughoudendheid. Het is alsof ze met afgewend hoofd de gebeurtenissen in de wereld voorbij laten gaan. Dit geestelijke isolement heeft Zwitserland weliswaar tot een welvarende natie gemaakt, maar arm in moreel en intellectueel opzicht. Ongetwijfeld schuilt in de talrijke schranspartijen in zijn boeken en toneelstukken veel verborgen venijn over de aard van zijn landgenoten. Dürrenmatt beschrijft het eten en drinken van zijn personages zo plastisch, dat zich de geur van wildbraad losmaakt van het papier. Vrouwen, en dat waren natuurlijk de Zwitsere vrouwen, vergeleek hij graag met 'Himalaya's van vlees'.

Internationale

De spot en haat die de schrijver over Zwitserland heeft uitgestort lijkt gedempt in een warme omhelzing. Het Literaturarchiv in Bern stelt handschriften tentoon, foto's, omslagen van vertaalde boeken van over de hele wereld en ook het sieraad van Dürrenmatts bureau: een speeldoosje waarop Karl Marx de Internationale zingt en danst. In elke hoek staat een monitor waarop Dürrenmatt te zien en te horen is in een van de vele interviews. Zijn zachte, langzame stem begeleidt de bezoeker. Elders spelen Jacqueline Bisset en Jon Voight in de film Der Richter und sein Henker (De rechter en zijn beul) naar de gelijknamige detective, die Dürrenmatt op slag wereldberoemd maakte. Het is een kille scène: Voight als politieman duwt Bisset bijna over de vangrail langs de snelweg het ravijn in. Hij is verliefd op haar: om haar heeft hij een collega gedood. In een ander zaaltje dendert de trein voorbij, die in Der Besuch der alten Dame door het slaperige stadje Güllen raast. Langs de wand hangen hier foto's van de actrices die de titelrol in dit stuk hebben gespeeld. De oude dame is een godin der wrake. Ooit werd zij verlaten door haar geliefde. Nu is ze teruggekomen om hem te laten doden door een van de inwoners van Güllen. Maar wie stelt zich beschikbaar? Ze looft een miljard uit. Ze zegt: “De wereld heeft mij tot hoer gemaakt, nu maak ik van de wereld een bordeel.”

Vreemd, dit stuk wordt in Nederland nog maar zelden opgevoerd. Het is alsof de Zwitser hier is doodverklaard, in navolging van Brecht, die andere marxist. Dat is onbegrijpelijk, want de karakters in Dürrenmatts werk kenmerken zich door een flinke psychologische diepgang. De schrijver bezondigt zich nooit aan het epische, vervreemdende theater van Brecht. Evenmin was hij een zo verklaard aanhanger van het marxisme als Brecht. Dürrenmatt beleed zijn kritiek op de maatschappij nooit rechtstreeks, maar gaf aan rebellie een mythologische bedding.

Labyrint

In alle genres en kunstvormen die hij beoefende, van poëzie tot polemiek, van toneel tot gouache, van Krimi tot satire, duikt het woord 'labyrint' op. Hij ziet de mens als een verdwaalde in de doolhof die de wereld is. Dürrenmatt voelde een diepe verbondenheid met de Minotaurus, de stier die in het labyrint van Minos door Theseus werd gedood. Hij identificeerde zich met die stier, opgesloten in het hart van een wereld zonder vluchtwegen, bedreigd en opgejaagd. Dit beeld geldt als metafoor voor al Dürrenmatts werk. De Minotaurus beschreef en schilderde hij als een ontroerend wezen met een menselijk gezicht, waarin ogen vol angst en moedeloosheid.

Dürrenmatts toneelstukken kregen in de jaren zeventig en tachtig zo vaak vernietigende recensies, dat ze vroegtijdig van het repertoire verdwenen. Zijn liefde voor het theater veranderde daardoor in afschuw. Zijn laatste roman Durcheinandertal werd genadeloos negatief besproken. Al tijdens zijn leven werd hij als 'verouderd' beschouwd, een cynische moralist die er niet voor terugdeinsde zich uit te spreken over het lot van de wereld.

Dürrenmatt is geen schrijver voor schrijvers, hij verwierp literatuur die uit literatuur voortkwam. Esthetiek lapte hij aan zijn laars; hij was er niet op uit om mooie kunst te maken of om te ontroeren. Hij beschouwde het als zijn taak de mensen angstdromen en groteske toekomstvisioenen voor te toveren. “Mijn kunst,” schrijft hij in het nawoord op zijn bekendste toneelstuk Der Besuch der alten Dame, “ontstaat uit de wereld, uit de ervaring, uit mijn verhouding tot de wereld.” Dit is Dürrenmatt ten voeten uit. Ernstig en tegelijk naïef, met een morele opvatting van kunst. Hij speelde geen innerlijke, zacht gestemde viool. Hij roerde de trom.

Bern, stad van 'Nebel, Regen, Dirnen und Betrunkenen', ligt hoog op een heuvel, door de rivier de Aare in een lus gevangen. Van de huizen zijn de luiken dicht. De straten heten er 'Gasse'. Donkere gaanderijen strekken zich aan weerskanten van de stegen uit. De gewelven drukken de voetganger terneer. Hoe eenvoudig Bern ook is aangelegd, met drie hoofdstraten en enkele smalle zijstraten, het is tegelijk de stad van het verdwalen. De arcaden zijn donkere gangen. Toen de jonge Friedrich als veertienjarige vanuit het dorp Konolfingen in Emmental waar hij in 1921 werd geboren, naar Bern verhuisde, was dit voor hem 'de grote stad', en ze was hem een verschrikking. Hij voelde zich verloren. De mensen verschansten zich in hun woningen of gingen ongezien hun weg onder de booggewelven. “De stad omsloot me met zwijgende armen,” schrijft Dürrenmatt, “de ogen van haar stenen gezicht waren leeg.”

De verwarrende ervaringen van de verlaten, duistere stad lieten Dürrenmatt niet los. In zijn herinneringen staat: “Uit het overzichtelijke dorp, uit de vertrouwde sluipwegen door de korenvelden, dennen en wouden, raakte ik het spoor bijster in het onoverzichtelijke, waaruit geen weg naar buiten liep. Het labyrint werd werkelijkheid.” Naar de geborgenheid van de kindertijd heeft Dürrenmatt zijn leven gezocht. Zijn huis aan het meer van Neuchâtel was voor hem een schuiloord. Hij reisde zo weinig mogelijk. Aan de werktafel schreef hij aan een omvangrijk oeuvre. Zeventien meter manuscript, zes meter correspondentie. Alles in een steil handschrift. Daarnaast maakte hij honderden litho's en een kleine zestig schilderijen in olie- en waterverf.

Troost

Friedrich Dürrenmatt heeft lang geaarzeld tussen literatuur en schilderkunst. Uiteindelijk koos hij voor de literatuur, zonder het schilderen te verzuimen. Het schilderen bood hem troost en rust na de geconcentreerde arbeid van het schrijven. De schilderkunst heeft hij voor de buitenwereld verborgen gehouden. Zijn openbare stem was de literaire. Bevond hij zich in zijn atelier, dan leefde hij op en was hij weer het verwonderde en fantasierijke kind van vroeger. De eerste tekeningen van Friedrich als dertienjarige getuigden van 'een groot inlevings- en voorstellingsvermogen'. Zo luidde het oordeel in 1934 van enkele kenners.

Om deze mening te toetsen, moest ik Bern verlaten en door het golvende Berneroberland naar Zürich reizen. Keer op keer dook de trein het donker in van tunnels. Ik moest denken aan Dürrenmatts onheilspellende verhaal De tunnel waarin een trein door een schacht neerstort in het diepst van de aarde, en daar te pletter slaat. Dan volgt de laconieke slotregel: “God liet ons vallen en zo storten we nu dus op hem af.” De trein en de inzittenden hebben God gevonden op de plaats die het eindpunt is van alle dingen.

Met enige opluchting - want voor je het weet verandert de werkelijkheid in een verhaal - bereik ik Zürich. Het is er wereldser dan in Bern. In het neo-klassieke Kunsthaus leidt een brede trap naar de grootste expositie die ooit is gegeven van Dürrenmatts schilderwerk. Ik klim mee met een fotoserie vanaf zijn vroegste kindertijd tot vlak voor zijn dood. Evenals in Bern is de expositie in Zürich met gevoel voor theater opgezet. In een tunnelachtige, halfduistere, met zwart fluweel beklede corridor hangen de litho's en schilderijen. Het is of de beelden uit de nacht te voorschijn komen. Op de litho's tekende Dürrenmatt met duizelingwekkende precisie en in duizenden lijntjes visionaire taferelen. Titels als Kreuzigung, Apocalypse, Götter, Hölle en Labyrinth II geven aan waar zijn obsessies liggen. Bij de wereldondergang, het einde der tijden, bij het verblijf van de mensen op aarde alsof zij personages zijn in een nachtmerrie. Dürrenmatt zegt te scheppen vanuit zijn persoonlijke ervaringen en in de schilderkunst geen voorbeelden te hebben. Toch zijn er reminiscenties aan Picasso, Munch, de Italiaanse etser Piranesi en Albrecht Dürer. En zou Dürrenmatt het werk van Lucebert hebben gekend? Of andersom?

Toen hij als jongeman filosofie studeerde, woonde hij op een zolderkamer in Bern. De schuine wanden en de zoldering beschilderde hij met helse taferelen: orgieën, een bloedende Christus-kop, een scène uit de Goddelijke Komedie, mensen verwrongen tot karikaturen. Wild, puur en van grote omvang. Heel dramatisch ook, met veelbetekenende symbolen. Dürrenmatt beschikte over de grote greep. Deze Berner Mansarde is getrouw gereconstrueerd. Ik treed door een zwart gordijn binnen en ben aan alle kanten omringd door kleur en beweging. De schilder woonde letterlijk in zijn werk; het was zijn dak boven het hoofd, zijn muur tegen wind en regen.

Levensgenieter

Mooi of oogstrelend zijn de schilderijen en litho's niet te noemen. Ze hebben op de toeschouwer een verontrustend effect. Koketterie is Dürrenmatt vreemd; hij is eerder een Grübler met humor, een levensgenieter op de rand van de afgrond, een waarheidszoeker die het pathos niet schuwt, een zoeker naar God die tegelijk niet meer kan geloven in God.

Wat opvalt is de enorme beweging die van het werk uitgaat. Er vallen blokken graniet op voortrazende paarden. Mensen tuimelen uit de hemel loodrecht naar de aarde. Twee treinen zijn op een brug boven een kloof tegen elkaar geklapt en de passagiers storten de diepte in als in de hellemond. Op de gouache Hades uit 1987 drijven de hoofden van de overledenen als schimmige toneelmaskers over de Styx voorbij. Een jaar later maakte Dürrenmatt de gouache Todesengel, waarin een nachtzwarte engel als een vampier aanvalt op de nek van een arm boertje. Zijn spade is op de akker gevallen. Er vliegen trouwens veel zwarte doodsvogels door de immer grauwe hemelen bij Dürrenmatt.

Zo minutieus-verfijnd als de litho's zijn, zo breed geborsteld, met hevige krachtige penseelstreken, zijn de schilderijen. Bij Dürrenmatt is het of hij aus einem Guss de taferelen neerzette. We kijken in een droomwereld. Nachtmerrie en surrealistisch toekomstvisioen liggen in Dürrenmatts droombeelden dicht bij elkaar. Ergens schrijft Dürrenmatt dat de wereld een kruitvat is, waarin het niet verboden is een lucifer af te strijken. Hetzelfde besef van te leven op een vulkaan die elk moment kan uitbarsten, is in de schilderijen terug te vinden. Had de kunstenaar de explosieve beelden niet met kracht op het doek gedwongen, dan was hij zelf geëxplodeerd.

Het is veelzeggend dat voor het raam van zijn werkkamer een telescoop stond, waarmee hij urenlang de nachtelijke hemel afspeurde, turend naar de sterren. Dan besefte hij hoe eindeloos nietig de mens is in het heelal. Aan dit besef gaf hij in zijn literaire en schilderkunstige werk uitdrukking. Het was zijn boodschap aan de wereld, hoe ouderwets verheven dat ook klinkt. Hij gebruikte woorden, toneelspelers en verf om die boodschap uit te dragen. “Schildert een schilder omwille van de kleur?” vraagt hij zich af. “Hij schildert omdat kleuren bestaan. De kleuren zijn de enige mogelijkheid zich te uiten. Ik schrijf omdat er toneelspelers bestaan, omdat toneelspelers mijn middel zijn om mezelf tot uitdrukking te brengen. De mens is voor mij een geheim en daarom ook de toneelspeler. Een toneelspeler is meer dan de vertolker van een rol, hij is een mens op het toneel. Dankzij de toneelspeler wint het toneel het van de literatuur.”

's Avonds speelt in het Schauspielhaus Zürich Der Besuch der alten Dame. Hier ging het stuk in 1956 in première, geregisseerd door de auteur zelf. De oude dame heet Claire Zachanassian. Meteen na binnenkomst in een koets die het midden houdt tussen een bruidsbed en een doodskist jaagt ze de brave inwoners van het slaperige Güllen met haar striemende, dan weer flemende stem de stuipen op het lijf. Ze wil de liefdesplaatsen van vroeger bezoeken. Steeds meer besluipt haar het verdriet om haar verraden liefdesgeluk. Alleen de dood van haar minnaar kan Claire Zachanassian redden. Het is 'ein böses Stück'.

Dürrenmatt beschouwde het als een komedie over mensen die weigeren zich aan de wereld aan te passen. Wie zich wel aanpast, weet niet wat hij doet. Want de wereld is een geheim, net als de mensen. Een rebelse houding heeft Dürrenmatt aldoor nagestreefd.

Nu is hij in luttele jaren tijd tot koning van Zwitserland gekroond. Zijn werk, die mengeling van mythe, engagement, religie en angst, dient de Zwitsers als hedendaagse bijbel. “Waarover men niet kan spreken, daarover moet men spreken,” herdichtte Dürrenmatt een uitspraak van Wittgenstein. Dat is de roekeloze moed van iemand die veel te zeggen heeft omdat hij aldoor bang is nooit uit het labyrint te komen van het zwijgen, het niet kunnen zeggen van wat gezegd moet worden. Het schonk Dürrenmatt troost, zei hij eens, dat er geen troost is.

    • Kester Freriks