Lubbers vindt Van Thijn te ver gaan in kritiek

DEN HAAG, 29 APRIL. Minister-president Lubbers vindt dat PvdA-minister Van Thijn (binnenlandse zaken) “over de schreef” is gegaan met zijn uitlatingen over CDA-minister Hirsch Ballin (justitie). “In de onderlinge verhoudingen vind ik dit niet van herengedrag getuigen”, aldus de CDA-premier gisteren tijdens zijn persconferentie na afloop van de ministerraad.

In een vraaggesprek met Het Parool beschuldigt Van Thijn zijn collega Hirsch Ballin van “fundamentalistische uitspraken” over de gevaren van een kabinet zonder het CDA: de paarse coalitie.

Van Thijn heeft bovendien kritiek op de houding van de minister van justitie tijdens het debat in de Tweede Kamer over het opheffen van het Interregionaal Rechercheteam; de zogeheten de IRT-affaire. Volgens Van Thijn, oud-burgemeester van Amsterdam, heeft Hirsch Ballin te veel met de beschuldigende vinger naar de Amsterdamse politie gewezen. Ook hekelt hij het solistisch optreden van zijn collega. “Zijn teksten hebben me zeer onaangenaam verrast. Dat was geen voorbeeld van een optimale samenwerking. (...) Het antwoord van Hirsch Ballin was een volkomen eigen broedsel.”

Van Thijn zegt het “heel moeilijk” te vinden om met Hirsch Ballin - nummer drie op de kandidatenlijst van het CDA - door te gaan in een nieuw kabinet. De PvdA-minister sluit zich aan bij de D66-lijstrekker Van Mierlo en VVD-leider Bolkestein. Na het IRT-debat drongen de fracties van VVD, D66 en GroenLinks aan op het vertrek van Hirsch Ballin en Van Thijn.

“Als je een zo eenzijdige blik hebt op je collega en je hart wilt luchten in een interview, dan vind ik dat je uit je bol gaat”, zei Lubbers. Het vraaggesprek deed de premier denken aan een interview in de jaren zeventig van de toenmalige minister van defensie Vredeling met het weekblad Vrij Nederland. De PvdA-minister haalde toen fors uit naar zijn collega's in het kabinet Den Uyl. Lubbers was toen minister van economische zaken. “Dat de minister zijn collega onderuit de zak geeft, vind ik niet verstandig”, zei Lubbers over Van Thijn.

Van Thijn reageerde laconiek op de uitlatingen van Lubbers. “De premier valt op zijn persconferentie elke week wel een PvdA'er aan. Vandaag was ik aan de beurt.”

Lubbers verwijt Van Thijn dat hij er “met terugwerkende kracht” blijk van geeft niet uit de voeten te kunnen met de inhoud van het rapport-Wierenga over het IRT. Volgens Lubbers is het het goed recht van Van Thijn om daar achteraf een ander oordeel over te hebben en zich expliciet op te stellen achter de betrokken politiefunctionarissen. Lubbers: “Maar als hij ontevreden is over de gang van zaken moet hij de schuld daarvan niet bij Hirsch Ballin leggen.”

Pag.3: Lubbers looft beleid van Hirsch Ballin

Lubbers roemde de minister van justitie als “een buitengewoon waardevolle minister” “een buitengewoon erudiete, evenwichtige man”. Over de omstreden uitlatingen van Hirsch Ballin over ouders met een mongooltje zie Lubbers: “Ik ga niet zeggen dat dat het ideale woordgebruik is geweest”. Vorige week zei de CDA-minister op een partijbijeenkomst dat “nooit de sfeer mag ontstaan dat ouders met een mongooltje als kind zich als het ware moet excuseren dat ze 't kind niet hebben laten wegmaken”.

Volgens Van Thijn is deze uitspraak “het absolute dieptepunt in de campagne”. Volgens de PvdA-minister is van onzorgvuldigheid geen sprake. Hij wees erop dat Hirsch Ballin zijn opmerking op papier had staan. “Hij diswalificeert andersdenkenden vanaf een papiertje. Dat is gewoon terdege voorbereid.”

Gisteren bood Hirsch Ballin zijn verontschuldigingen aan voor het feit dat hij mensen heeft gekwetst. Tegelijkertijd zei hij verontwaardigd te zijn over de interpretatie die aan zijn woorden zijn gegeven. Van Mierlo, Bolkestein en Kok toonden zich tevreden met het excuus. “Het siert hem, als hij op deze wijze op zijn woorden terugkomt”, zei de PvdA-leider.