Jerry Goossens

Jerry Goossens: De lokroep van de mossel. Uitg. Kwadraat, 154 blz. Prijs: ƒ 24,90.

In Utrecht is het goed over eigentijdse ledigheid schrijven. Ronald Giphart doet het in zekere zin, Rob van Erkelens zeker. Nu voegt zich een andere Utrechtenaar in dat gezelschap: Jerry Goossens, die debuteert met de roman De lokroep van de mossel. Hoofdpersoon is de drankzuchtige en aan zijn geslachtsdrift overgeleverde David Deconinck, die probeert een 'zuiver' bestaan op te bouwen. Paradoxaal genoeg is de enige methode die effectief lijkt een chemische: het hormoonremmende middel Frenanchil. Ook dat werkt uiteindelijk niet; mede door die pil komt Deconinck op een erg onheroïsche manier aan zijn einde.

De titel is gebaseerd op een flauw grapje ('Wat is de lokroep van de mossel?' 'Neuken!'), maar de roman zelf is minder flauw. Het is weliswaar het zoveelste portret van een zich permanent verdovende, lege 'generatie', maar Goossens behandelt dit gegeven met wat meer humor en venijn dan bijvoorbeeld de loodzware Van Erkelens. En een vleugje satire is bij dit thema wel eens een verademing. Bovendien wordt het verhaal in de proloog ('Tita Tovenaar') in een gepast breder kader geplaatst; deze generatie is wèl uit de reageerbuizen van de jaren zeventig tevoorschijn gekomen.

    • Gertjan van Schoonhoven