In vrede

Als je dood bent maakt het niet uit hoe je ligt. Dat weet ik niet zeker, maar dat neem ik aan en dat wil zeggen dat ik begraafplaatsen beoordeel op hun betekenis voor wie er rondloopt.

Sommige van deze plaatsen, die de doden voor ons bewaren, behoren tot de mooiste van het land, plaatsen met rust en bedachtzaamheid. De grootste rust, de diepste bedachtzaamheid gaat uit van een veldje met een Engelse vliegtuigbemanning of een hoekje met diaconessen. Allemaal dezelfde steen, dezelfde belettering - hier is iedereen gelijk.

In het bos bij Rozendaal liggen de doden van een religieuze orde: onder een bed van aarde, gemarkeerd met een houten paaltje. Geen naam, geen nummer, niets, zwijgen.

Maar ook op deze plaatsen dringt het rumoer van de wereld door. Kleurig marmer en exorbitante vormen rukken op. Er zijn mensen, kunstenaars eigenlijk, die campagne voeren om van een graf beeldende kunst te maken, een ultieme uiting van eigenheid. Mijn God! Zo afkerig van anonimiteit? Zo bang voor de vergetelheid? Als je in de dood nog niet berusten kunt, waarin of hoe dan wel?

Een boom lijkt me genoeg. Een boom die er vijftig jaar over doet om met zijn wortels je kist te kraken, en dan nog eens vijftig jaar over het omarmen van je gebeente. Ik bedoel: ik zou het prima vinden als iemand met deze gedachte aan mijn graf kwam staan.

    • Koos van Zomeren