Het draait nu om ons imago

Ze spinnen garen bij de achteruitgang van de christen- en sociaal-democraten. Maar zijn de kleine christelijke partijen (RPF, GPV en SGP) en GroenLinks ook werkelijk het alternatief voor CDA en PvdA?

Natuurlijk had Leen van Dijke, de nieuwe lijsttrekker van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), de hele avond willen blijven. Maar het televisieprogramma Nova had een beroep op hem gedaan. Hij had zich nog “serieus afgevraagd” of “de eer van God” met zijn optreden op televisie zou zijn gediend. Maar hij dacht van wel, en daarom verliet Van Dijke (38) dinsdagavond een uur eerder dan voorzien een verkiezingsbijeenkomst in de Rehobothkerk in Rotterdam.

De RPF van Van Dijke is in de opiniepeilingen de grootste stijger van de drie kleine christelijke partijen. Als de peilingen gelijk krijgen, zal de RPF op 3 mei van één naar drie à vier zetels gaan. Daarmee haalt de partij meer stemmen weg bij het CDA dan GPV en SGP, die volgens de opiniepeilers respectievelijk van twee naar drie en van drie naar vier zetels stijgen.

De opmars van de RPF heeft veel te maken met het open karakter van de partij. De RPF is toegankelijk voor “iedereen die gelooft in God, de Goddelijke Vader van Jezus Christus”, zoals Van Dijke het uitdrukt, terwijl het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) aan bepaalde kerkelijke richtingen zijn gebonden. GPV-leider G.J. Schutte (54) is weliswaar zelfs “blij met niet-christelijke stemmers”, voor de partij “het teken dat Gods Woord van publieke betekenis is”, maar de vele orthodox-katholieken die zich de laatste tijd tot het GPV wenden, kunnen geen lid worden.

De SGP groeit haars ondanks. De felle strijd over de rol van de vrouw in de politiek heeft de partij veel nieuwe leden bezorgd. “Niet zozeer omdat die mensen vonden dat de partij een goede beslissing had genomen, maar omdat ze dachten: die partij zit in een worsteling, daar moeten de schouders onder”, zegt fractieleider B.J. van der Vlies (51). Ook veel boeren bekeren zich tegenwoordig tot de SGP, die van de drie kleine christelijke partijen het mildst is in haar uitspraken over milieumaatregelen in de landbouw.

Maar het meest heeft de voorsprong van de RPF toch te maken met de manier waarop de partij campagne voert. Vorig jaar al begon de RPF een grote ledenwerfactie, die 3.000 nieuwe leden opleverde. De partij adverteert vaker in Trouw, in EO-visie en op radio en tv dan in het verwante Reformatorisch Dagblad. Daarbij komt een stijl van optreden die lijkt op die waarmee de EO de NCRV inmiddels in grootte is gepasseerd.

Voor de Zeeuw Van Dijke, nu nog werkzaam in de hout- en bouwmaterialenhandel, is politiek “een produkt verkopen”. “Als commerciële man”, zegt hij, “weet ik dat je je produkt moet aanbevelen, maar dat het pas verkoopt als je er zelf in gelooft.” Het is een kwestie van imago, stelde hij onlangs in een interview met het SGP-jongerenblad Ons Contact. “Eerst komt je imago, dan kun je je verhaal kwijt. Een goed imago kan bruikbaar zijn als vehikel voor je verhaal.”

Die aanpak heeft er toe geleid dat op de kandidatenlijst voor de verkiezingen de kandidaten voor de RPF met hun voornaam staan vermeld. Dat doet zelfs het CDA niet. Met een gemiddelde leeftijd van ongeveer 35 jaar vormen de vier kanshebbers van de RPF volgens Van Dijke “een jonge, dynamische ploeg”. Het draaiboek voor de verkiezingen beveelt ze aan als “enthousiaste en stimulerende sprekers”. Ook op lokaal niveau telt de partij opvallend veel jonge leden.

Het bij GPV en SGP ontbrekende draaiboek is bedoeld als “steuntje in de rug” bij de verkiezingen. Zo staat erin hoe een verkiezingsbijeenkomst eruit moet zien. Benodigd zijn onder andere “een sprekende uitnodiging die dwingt om te komen”, een telefoonactie om de genodigden “te benaderen vooral te komen” en in de loop van de avond ten minste drie verzoeken om lid te worden.

Zo gaan GPV en SGP niet te werk. Ook zij hebben de afgelopen weken gefulmineerd tegen de zondagsarbeid van Brinkman en de “mooie woorden zonder daden” van Hirsch Ballin. Maar tegelijk waarschuwen ze voor “het libertijnse beleid van D66” en pleiten ze regelmatig voor voortzetting van de huidige coalitie.

Het verdriet GPV en SGP oprecht dat de grootste christelijke partij in Nederland zo afkalft. Schutte vindt dat “het CDA ervoor zou moeten kiezen opnieuw christelijk te worden”. Ook Van der Vlies is van mening dat het CDA zijn christelijke karakter heeft verloochend, maar benadrukt daarbij dat hij “mensen in hun oprechte bedoelingen niet wil kwetsen”. Voor Schutte en Van der Vlies betekent de teloorgang van het CDA in de eerste plaats dat er christelijke stemmen naar D66 en VVD gaan.

Van Dijke pleit echter voor het bestaansrecht van een andere christelijke partij. Hij “acht het niet uitgesloten” dat zo'n partij groter zou kunnen worden dan het CDA, net zoals de EO groter is geworden dan de NCRV. “Een christen die op een van ons stemt, weet wat er met zijn stem gebeurt. Wie op het CDA stemt, helpt misschien een moslim of een agnost de Tweede Kamer in.”

Inmiddels heeft Van Dijke GPV en SGP benaderd met de vraag of ze niet meer bij de RPF betrokken willen worden. Veel lopen de standpunten immers niet uiteen. De drie partijen zijn tegen euthanasie en abortus provocatus, tegen de gelijke behandeling van homoseksuelen, voor het huwelijk, tegen buitenshuis werkende moeders en voor strengere milieumaatregelen. Het verschil tussen de partijen zit vooral in “het geestelijke klimaat”, zoals Van der Vlies het uitdrukt. De SGP gaat verder dan de andere partijen waar het de positie van de vrouw en de rol van de overheid als “dienares van God” betreft. Het GPV staat scheiding van kerk en staat voor. Beide partijen hebben een veel duidelijker van het CDA afwijkende achterban dan de RPF, die is ontstaan uit onvrede met de toenmalige ARP.

De SGP voelt weinig voor meer samenwerking. In de verkiezingskrant van de SGP-jongeren schrijft Van der Vlies: “Ik weet nog een partij, zal iemand zeggen: de RPF. Een moderne uitstraling. Zeker, maar wat zit erachter? Wordt onvoorwaardelijk vastgehouden aan Schrift en belijdenis? Hebben alle geboden van de Heilige Wet des Heeren betekenis voor het openbare leven?”

Schutte heeft minder afwijzend op de oproep van Van Dijke gereageerd, maar veel zal waarschijnlijk afhangen van de stijl van optreden van de verdrievoudigde, of misschien zelfs verviervoudigde RPF. In de Tweede Kamer worden GPV en SGP gewaardeerd om hun tamelijk zakelijke, goed doorwrochte en consequente inbreng. De vraag is of de RPF onder Van Dijke dat ook zal lukken.

Eén vorm van samenwerking zal door de komst van Van Dijke hoe dan ook ophouden. Tot nu toe gingen Schutte, Van der Vlies en ex-RPF-leider Leerling samen met de auto als een Kamerdebat 's avonds uitliep en zij de trein naar Utrecht niet meer konden halen. Schutte woont in Zeist, Van der Vlies in Maartensdijk en Leerling in Huizen. Maar Van Dijke woont in Middelburg.