Geen ruzie

Terrasje in de Weense zon. Het is de laatste dag in juli 1991 en behoorlijk warm. Gentleman-zakenman onderuitgezakt op een barok ijzeren stoeltje, één been op tafel, het andere op de grond daarnaast in gestage zwaaibeweging om het telkens openvallend kruis enige koelte toe te wuiven, biertje in het knuistje, overhemd slordig open en linksonder uit de broek hangend. Kunt u het zich voorstellen? Vijf relaties van ABN AMRO in stijve streepjespakken zitten giechelend om hem heen op krukjes. Tussen twee slokken bier snuift en snottert onze gentleman-zakenman in een telefoon die een van de relaties gedienstig heeft aangedragen. 'Hoeveel? Een paar honderd duizend stukjes had ik toch gezegd! Wat zeg je? Vier miljoen heb je er verkocht? Maken we geen ruzie over. Weg is weg. Ik wist niet dat ik er zoveel had. Heb ik nog een mooi prijsje gekregen? Koers in mekaar gedonderd? Mooi zo! Groeten aan Groenink. Als ie me nodig heeft kan ie me hier bellen'.

Nou, ze hebben hem gebeld. Meer dan het lief was. Eerst Groenink, de bankdirekteur, toen Van Outersterp, de commissaris voor de notering, toen die lui van de economische controledienst, toen de curator want de tent was failliet, toen Van Nierop, de officier van justitie en toen was het niet leuk meer. In de dagbladen hebben we uitvoerig kunnen lezen hoe Van den Nieuwenhuyzen, Albada Jelgersma en Melchior vervolgd zijn wegens misbruik van voorwetenschap en hoe ze prompt, na het met veel tam-tam opgezette en gevoerde proces, zijn vrijgesproken.

In de krant hebben we ook kunnen lezen wat er allemaal aan die gedenkwaardige 31ste juli vooraf is gegaan. De handel in HCS-aandelen was op verzoek van HCS vijf dagen geschorst geweest. Toen, in de nacht van 30 op 31 juli een tumultueuze vergadering bij de AMRO-bank op de Herengracht. Onder de krachtige leiding van Groenink riepen 15 mensen door elkaar en zeiden allemaal wat anders. Over één ding was men het eens: als er niet onmiddellijk een substantiële kapitaalinjectie kwam zou HCS op de fles gaan. In een persbericht de volgende morgen werd melding gemaakt van de penibele toestand waarin HCS verkeerde. Medegedeeld werd vervolgens dat HCS overeenstemming had bereikt met haar grootaandeelhouders (Van den Nieuwenhuyzen en Albada Jelgersma) en haar belangrijkste bankiers over een versterking van het garantievermogen. Die versterking zou tot stand komen onder meer door een gegarandeerde plaatsing van nieuwe door HCS uit te geven aandelen met een opbrengst van circa 127,5 miljoen gulden. Over de modaliteiten van de emissie zouden nog nadere berichten komen. Blijkbaar is Van den Nieuwenhuyzen vervolgens naar Wenen vertrokken om van daar zijn verkooptransakties telefonisch te begeleiden. Waarom verkocht Van den Nieuwenhuyzen op zo'n grote schaal? De hoeveelheid verkochte stukken was volgens Van den Nieuwenhuyzen een beetje uit de hand gelopen maar de bedoeling was in elk geval de koers te laten dalen, zodat de emissie tegen een lagere koers zou kunnen plaatsvinden.

Mijn tante Dorothea had dadelijk door dat dit niet goed zat. Wie doet dat nou, vier miljoen aandelen verkopen vanaf een terrasje in Wenen als je zelf de volgende dag voor een nog veel groter bedrag aan een emissie gaat deelnemen! Mijn tante Dorothea voelt dit soort dingen altijd heel zuiver aan. Ze zit zelf in een beleggingsclubje met een paar vriendinnen maar zoiets zou ze nooit doen. Ze was dan ook zeer voldaan toen de officier van justitie tot strafvervolging overging.

We weten intussen dat het de officier niet gelukt is. Misbruik van voorwetenschap moest hij aantonen. Hij moest de rechtbank ervan overtuigen dat Van den Nieuwenhuyzen en zijn zakenvrienden gehandeld hadden in HCS-aandelen terwijl ze over geheime, koersgevoelige informatie beschikten. Maar dat stuitte al dadelijk af op het persbericht want daar stond alles in. Bijna alles ten minste. De officier had nog een paar bijzonderheden gevonden die niet gepubliceerd waren maar daarvan kon het geheime en koersgevoelige karakter niet worden aangetoond.

In het degelijk geformuleerde vonnis van de rechtbank valt één punt op. Volgens de rechtbank is niet alleen vereist dat de (geheime) informatie koersgevoelig is maar ook dat het duidelijk moet zijn of de koers zal dalen of stijgen wanneer deze informatie openbaar wordt. Dat is mooi bedacht maar het staat niet in de wet. Het lijkt me ook niet juist. Stel bijvoorbeeld dat een insider weet dat de vennootschap grote voorzieningen zal treffen om een voorgenomen herstructurering te financieren. De ervaring leert dat het openbaar worden van een dergelijk feit de ene keer tot een neerwaartse, de andere keer tot een opwaartse koersbeweging leidt. Zou deze voorwetenschap niet onder de delictsomschrijving vallen?

De officier is intussen in hoger beroep gegaan. Hij zal dit laatste punt zeker aansnijden. Het zal hem niet baten. Overduidelijk is dat de details waarom het gaat niet geheim en niet koersgevoelig waren.

    • P. van Schilfgaarde