Energieplan-Lubbers raakt in stroomversnelling

BRUSSEL, 29 APRIL. Na tweeëneenhalf jaar onderhandelen heeft Charles Rutten, voorzitter van de Intergouvernementele conferentie voor het Energie Handvest (plan-Lubbers), een compromisvoorstel voor een internationaal bindend verdrag aan alle 50 betrokken landen voorgelegd dat een nieuwe impuls moet geven aan de energiewinning in Oost-Europa.

De samenwerking op energiegebied tussen de Westerse industrielanden, Japan en Australië met Oost-Europa die met dit verdrag wordt beoogd, moet volgens Rutten “een katalysator worden voor economische groei in het Oosten, de integratie van de Midden- en Oosteuropese landen in de wereldeconomie versnellen en bijdragen aan de politieke stabiliteit van deze nieuwe democratische samenlevingen”.

Rutten zei dit gisteren in Brussel bij de presentatie van het ontwerp-verdrag. Hij heeft een dringend beroep gedaan op alle landen die in 1991 het Energie Handvest in de Haagse Ridderzaal ondertekenden, om “deze brede politieke implicaties goed te overwegen”. “Als we nu zouden falen in het bereiken van overeenstemming, betekent dat een signaal in de verkeerde richting, een geweldige terugslag”, aldus de ex-ambassadeur bij de EU. In zijn brief schrijft Rutten dat in de eerstvolgende vergadering van de Intergouvernementele conferentie voldoende steun moet blijken, anders zal hij een voorstel doen tot consultaties op hoog politiek niveau over de vraag of het nog wel zinvol is het werk voort te zetten.

Het Energie Handvest kwam tot stand nadat de Europese Commissie in 1990 een initiatief hiertoe van premier Lubbers overnam. Het is bedoeld als een politiek en juridisch raamwerk om het Westerse bedrijfsleven te stimuleren tot investeringen in de energiesector in Oost-Europa, in ruil voor langdurige exportcontracten. Als met name de enorme Russische reserves aan olie, kolen en aardgas met Westers kapitaal en technologie sneller worden geproduceerd en er minder energie verloren gaat, verdient het land de deviezen die het nodig heeft voor hervormingen en kan het buurlanden helpen. Ook speelt in het plan-Lubbers een belangrijke rol dat het Westen voor zijn energievoorziening op langere termijn minder afhankelijk wordt van het Midden-Oosten.

Rutten verwacht dat een zeer grote meerderheid van de 50 landen het nieuwe verdrag zal goedkeuren, hoewel ze er niet alle onderdelen in zullen vinden die ze gevraagd hebben. Als dat zo is kan het verdrag nog deze zomer worden getekend en binnen een jaar in werking treden. “Ik denk dat verreweg de meeste landen het met mij eens zijn dat het hoog tijd is om een nieuwe arena voor Oost-West samenwerking te creëren.”

Het ontwerp-verdrag dat onder Ruttens leiding is opgesteld, geeft een gedetailleerde juridische uitwerking van alle politieke afspraken die in het Handvest werden vastgelegd. De twee hoofdpijlers zijn de bescherming van buitenlandse investeringen in Oost-Europa op basis van 'nationale behandeling' - dat wil zeggen: buitenlandse investeerders hebben dezelfde rechten en plichten als nationale ondernemingen - en er wordt vrije toegang verleend tot de energiemarkten, zonder enig onderscheid tussen de belanghebbenden. Van bevoordeling van nationale ondernemingen bij het verlenen van concessies en vergunningen kan dus geen sprake zijn.

Het verdrag bepaalt dat de 'nationale behandeling' zal gelden voor de periode nadat beslissingen over een investering zijn genomen. Na een overgangsperiode, die is bedoeld om de landen in Oost-Europa tijd te geven voor deze omschakeling, wil Rutten in een tweede, aanvullend verdrag vastleggen dat het principe ook voor de periode voorafgaande aan de beslissing zal gelden. Het enige land dat zich daar nu nog tegen verzet is Noorwegen, zei Rutten. Noorwegen wil het recht behouden om zijn staatsoliemaatschappij bepaalde voordelen te gunnen. Rutten hoopt echter dat de toetreding van Noorwegen tot de Europese Unie de regering in Oslo tot inkeer zal brengen.

Andere belangrijke onderdelen van het verdrag regelen het vrije verkeer van energieprodukten en verdiend kapitaal, vrije toegang tot de bronnen nadat vergunningen zijn verleend, de nationale souvereiniteit over de energiereserves en een internationale arbitrageregeling. Volgens Rutten biedt het verdrag Westerse investeerders veel bescherming en biedt het ook een oplossing voor het gebrek aan een goede energiewetgeving en de onzekere politieke ontwikkelingen in een aantal Oosteuropese landen. Rusland wil de bepalingen van het verdrag overnemen in zijn energiewetgeving.