Een jurk van stromend water; Joan Jonas, de moeder van de performance

De performances van de Amerikaanse kunstenares Joan Jonas balanceren tussen circus-voorstellingen en symbolisch geladen rituelen. Jonas, van wie in het Stedelijk Museum zes performances zijn gereconstrueerd, ziet overeenkomsten met de symboliek en het rituele karakter van sprookjes. “Sprookjes leren kinderen hoe ze met goed en kwaad moeten omspringen, hoe ze moeten overleven.”

Couplet 2. T/m eind juni in het Stedelijk Museum Amsterdam. Voorstelling 'Revolted by the thought of known places': vanaf 1 juni in het Holland Festival, Westergasfabriek Amsterdam. Bij de première verschijnt een catalogus over het oeuvre van Joan Jonas.

Er hangt een geur van theater in het Stedelijk Museum. Op de begane grond staan de requisieten uitgestald die de performance- en videokunstenares Joan Jonas gebruikte in haar voorstellingen. Een mintgroene Charleston jurk, een masker van een hondekop, muziekdoosjes, een glazen bol met een landschapje erin, een Chinese lappenpop, waaiers van pauweveren en een vlijmscherp mes liggen verspreid over de zes zalen. Deze props, hulpmiddelen zoals Jonas ze noemt, zijn onderdelen van de zes belangrijkste performances die de kunstenares de afgelopen 25 jaar uitvoerde. Ze worden nu voor het eerst gereconstrueerd in de overzichtsexpositie van Jonas' oeuvre. Per zaal wordt een performance weergegeven door de video-opnamen ervan af te spelen, dia's van de voorstelling op de vier wanden te projecteren, decors te herbouwen en de destijds gebruikte muziek te laten horen. Zo hoopt men de toeschouwer onder te dompelen in de sfeer van de oorspronkelijke opvoering, maar of het geheel dezelfde uitwerking zal hebben als een live-optreden van Jonas, is de vraag. Dit experiment maakt deel uit van Couplet 2, een bundeling van kleine tentoonstellingen onder één dak waarin directeur Rudi Fuchs onderlinge relaties of juist contrasten tussen verschillende kunstenaars(generaties) wil aangeven.

Eén van de thema's van Couplet 2 is het lichamelijke aspect van het kunst maken, dat aan bod komt in onder meer werk van Günther Brus, Brice Marden, foto's van Peter Hujar en vooral in de performances van Jonas. Het oeuvre van Joan Jonas (New York 1936) wordt door kunstenaars als Richard Serra, Lawrence Weiner en Robin Winters geprezen om zijn originaliteit en inventiviteit. Jonas wordt wel beschouwd als de moeder van de performance-kunst. Vanaf eind jaren zestig ontwikkelde zij een poëtische variant van deze kunstvorm die balanceert tussen een circus-voorstelling en een symbolisch geladen ritueel.

“Psychologische aspecten van de performance interesseren me niet zo, de concrete voorwerpen die ik gebruik krijgen de nadruk,” zegt Jonas die is opgeleid als beeldhouwer en haar toneelbeelden als sculpturale ruimtes beschouwt. “De props hebben weliswaar een intieme betekenis voor me, maar ik benut ze zoals een goochelaar zijn attributen gebruikt, in een ritueel waarbij de veranderende materie mentale transformaties tot uitdrukking brengt.”

Navelstaarderij

Bij Jonas heeft de performance niet van doen met de individuele expressie of zelfs navelstaarderij waarin deze kunstvorm aan het eind van de jaren zeventig soms ontaardde. Zij wil beelden maken die meer algemene, archetypische associaties wekken. De interpretatie laat ze over aan het aanwezige publiek. Daarom haalt Jonas vaak mythologische verhalen aan, of laat zich beïnvloeden door poëzie, door sprookjes en sagen. Hoewel Jonas zelf altijd optreedt in haar voorstellingen en in die zin body art bedrijft, is haar werk sterk conceptueel van karakter. Tijd, ruimte, geluid en licht worden steeds opnieuw op hun werking onderzocht.

In de reconstructie van de performance Mirage (luchtspiegeling) bijvoorbeeld, die Jonas in 1978 in het Filmarchief in New York uitvoerde en die nu in het Stedelijk is opgesteld, staat een wit filmscherm centraal. De kunstenares laat het oprolbare vlak van formaat veranderen, gebruikt het om er een schimmenspel op te spelen met de video-monitor als lichtbron, benut het als tekenscherm en projecteert er tenslotte een filmpje van een vulkaanuitbarsting op, waar ze als in een droom naar toe holt terwijl het visioen niet dichterbij komt. Geluiden van toeters en reggae- en folkmuziek versterken het zintuiglijke effect dat de toeschouwer ondergaat.

Jonas maakt sindsdien altijd gebruik van een video-camera die tijdens de voorstellingen voor publiek de performance synchroon op een monitor afbeeldt. Het monitorscherm beschouwt Jonas als een elektronisch tekenvel waarop de voorwerpen en gebaren in de ruimte zich aftekenen. Op deze manier kan zij controleren of het gebodene aantrekkelijk blijft voor de toeschouwers en bovendien een dialoog voeren met haar verdubbelde ik op het scherm. Dat deed ze voor het eerst in 1972 in Organic Honey. Op een videoscherm in het Stedelijk Museum is te zien hoe de kunstenares een masker van een verleidelijk vrouwengezicht opzet waarmee ze haar alter ego schept dat ze Organic Honey noemt en dat haar de durf geeft om op te treden voor een publiek.

Een inspiratiebron voor haar werkwijze is volgens Jonas de conceptuele kunst - bij het witte filmscherm denk je onwillekeurig aan de witte schilderijen van Robert Ryman. Verder noemt ze door de samenwerking tussen verschillende kunstdisciplines zoals die destijds in New York voorkwam (onder meer bij componist Philip Glass, danser Merce Cunningham en beeldend kunstenaar Robert Rauschenberg) en het Japanse Noh theater. Dit is een abstract, choreografisch soort toneel waarin zelfstandige objecten, dans en muziek vermengd worden. Jonas vergelijkt het resultaat met een haiku, een 'samenballing van beelden en gedachten'. De spiegel, een terugkerend symbool van een vermenigvuldigde werkelijkheid of toegang tot een andere wereld, komt veel voor in haar werk en ontleende ze aan verhalen van Borges.

“Een performer houdt ervan zichzelf gereflecteerd te zien,” zegt Jonas. “De spiegel heeft dezelfde functie als de direct reproducerende monitor: die van tegenspeler.” Ze geeft toe dat die fascinatie voor de eigen beeltenis vrouwelijk is: de behoefte om via een zorgvuldig opgebouwd uiterlijk macht uit te oefenen op je omgeving.

Sprookje

Terwijl Jonas in de jaren zeventig de registraties van performances bewerkte tot videofilms, concentreert ze zich de laatste tien jaar steeds meer op zelfstandige video-produkties. Ze ging kleur gebruiken, waardoor de films minder streng werden, en kwam op het idee sprookjes te visualiseren. Het toneelbeeld voor The Juniper Tree (de Jeneverbes) van de gebroeders Grimm dat in het Stedelijk is opgesteld, bestaat uit een vernuftig, door Jonas ontworpen huisje van stokken en touwen dat als een marionet van vorm kan veranderen en een metafoor is voor de verandering die de personages ondergaan.

“Sprookjes zijn leerstukken, ze beschrijven de condition humaine en leren kinderen hoe ze met goed en kwaad moeten omspringen, hoe ze moeten overleven,” aldus Jonas, die benadrukt dat de symbolistische, indirecte verteltrant en het rituele karakter van sprookjes overeenkomt met haar eigen werkwijze. Doordat ze bestaande personages ging uitbeelden, leek haar eigen rol in de performances steeds meer op die van een actrice. Ze beschouwt het als 'een opluchting om meer los te komen van mijn eigen preoccupaties'; wel bleef ze tijdens de opvoeringen tekeningen maken, die nu in het museum zij aan zij met de requisieten geëxposeerd worden.

Het voorlopige eindpunt is Volcano Saga uit 1989, gebaseerd op een IJslandse sage. Voor het eerst treedt de kunstenares niet zelf op als performer, maar huurde ze professionele acteurs in zoals de Engelse Tilda Swinton, bekend uit de films van Derek Jarman. In deze video komen special effects voor die een droomachtige sfeer creëren, zoals de scène waarin Swinton een jurk draagt van stromend, helderblauw water. Zulke visuele vondsten doen denken aan MTV, het tv-kanaal met video-clips dat Jonas omschrijft als 'de meest poëtische, abstracte vorm van televisie' van dit moment. Wat haar eigen werk betreft is ze meer geïnteresseerd in de interactieve mogelijkheden van de computer, waarbij de kijker zelf het verloop van het verhaal kan beïnvloeden: “Want ik blijf toch een performer die een publiek nodig heeft.”

Op de bovenverdieping van het Stedelijk is een zaal ingericht met een kopie van het decor dat Jonas ontwierp voor de Holland Festival-produktie Revolted by the thought of known places die in juni in première gaat. Zij schreef ook het scenario en ze is de regisseur van dit samenwerkingsproject met Toneelgroep Amsterdam. Het is geënt op de Ierse sage in dichtvorm over koning Sweeney Astray die na een veldslag krankzinnig wordt en als uitgestotene rondzwerft. Jonas beschouwt het verhaal als een parabel voor het kunstenaarschap. Hoewel alle personages worden gespeeld door acteurs (Elisabeth Anderson is de verteller, Pierre Bokma de ongelukkige koning) representeren ze, net als in de performances, delen van de kunstenares zelf zodat Jonas toch aanwezig is in het stuk. Hoe de opvoering, waarin ook dans en muziek worden verweven, eruit zal zien kan zij nog niet zeggen: “Een toneelstuk regisseren is net zoiets als een schilderij maken. Je weet misschien dat het over de zee zal gaan, maar hoe die zee eruit ziet, of hij groen is, of blauw of zwart - ik heb er geen voorstelling van.”