Een balspel met hoofden; Thriller over Mexicaanse kunstroof

Walter Abish: Eclipse Fever. Uitg. Faber & Faber, 335 blz. Prijs ƒ 53,80.

“Die Amerikaanse dieven van pre-columbiaanse kunst, ze roven ons hele land leeg,” zo klaagt de vader van Mercedes, een van de vrouwelijke hoofdpersonen, op de laatste pagina van Walter Abish' nieuwe roman Eclipse Fever. Zijn verzuchting heeft betrekking op een krantebericht over een vermoorde kunsthandelaar, en weinig vermoedt hij hoe intiem die gebeurtenis raakt aan datgene wat zijn dochter en schoonzoon is overkomen. Het is ook de vraag of menig lezer het nog weet, want Eclipse Fever is geconstrueerd als een hechte thriller die een fikse concentratie vereist en waarvan de verschillende verhaallijnen pas laat hun onderlinge verband tonen.

Wat de drie belangrijkste lagen van het boek, dat gesitueerd is in een Mexicaans heden, gemeen hebben is de getroubleerde relatie van het huidige Mexico tot de machtige noorderbuur. Dan gaat het over historie versus hebzucht, frustratie versus arrogantie, behoefte versus rijkdom, contrasten die we terugvinden op alle drie de niveaus van het verhaal. Daar is om te beginnen de literaire criticus Alejandro, die in het begin van de vertelling zijn vrouw Mercedes op het vliegtuig naar Boston zet, wetend dat ze daar een verhouding heeft met de befaamde Noordamerikaanse auteur Jurud wiens werk ze vertaalt.

Juruds dochter, de zestienjarige Bonny, is van huis weggelopen en komt via enkele omzwervingen in Mexico terecht in de kringen van de louche pre-columbiaanse kunsthandel. Ze moet haar argeloosheid ten opzichte van dat land bijna met de dood bekopen als ze door angstige Indiaanse jongens van een Azteekse piramide wordt gegooid.

En ten slotte is daar Preston Hollier, een wat schaduwachtige Amerikaanse entrepreneur die kolonialistisch aandoende projecten onderneemt waarbij hij probeert de Mexicaanse kritische intelligentsia zich te laten encanailleren, en verzuimt de politieke realiteit van het land naar waarde te schatten.

Abish (wiens How German is it eerder ook in het Nederlands verscheen) weeft de drie plots met grove steken tot een literair macramé waarin pas halverwege tekening komt: het is vanaf dan een intelligent opgebouwde thriller, die mooie scènes bevat maar wat te nadrukkelijk een gooi doet naar het dodelijke predikaat 'interessant'. De pretentie van literair vakmanschap glinstert overal wat te duidelijk door de oppervlakte heen, en de dialogen zijn te nadrukkelijk exercities in verbale showessayistiek.

De verwijzingen naar het pre-columbiaanse zijn talloos; dat Mercedes een hedendaagse uitgave is van La Malinche, de Indiaanse concubine van Cortès, en daarmee de 'verraadster' van wie alle Mexicanen cultureel gesproken afstammen, is een analogie die nog grotendeels voor rekening van de lezer komt. Maar daarbij laat Abish het niet. “De Azteken,” zo laat hij een Amerikaanse samenvatten, “waren geobsedeerd door het balspel, mensenoffers en de dood, drie concepten die nauw verweven waren in de Mexicaanse geest.” Zowel de manier waarop Bonny wordt verminkt als de wijze waarop het lijk van Pech wordt achtergelaten (op een balkon onder de brandende zon) verwijst rechtstreeks naar die Azteekse praktijken. En toen ik bovenstaande gelezen had was het wachten alleen nog maar op een hedendaagse balspelscène: en ja hoor, het duurt dan nog maar tot pagina 216 tot Alejandro zich lelijk blesseert in een ridicule voetbalwedstrijd waarvan functie, omstandigheden en al het overige in de mist blijven hangen. Het is allemaal wat te opgelegd kortom, te veel gericht op de goede literaire verstaander.

Op het eind blijkt er iets gemeenschappelijks aan de gebeurtenissen waarmee het boek naar zijn ontknoping loopt, want op een beslist niet toevallige manier krijgt alles wat Noordamerikaans is het lid op de neus. Pech, de louche Amerikaanse kunsthandelaar wordt vermoord; Preston Hollier wordt door Alejandro verraden (bij een onduidelijke geheime dienst die hem heeft ontvoerd) en kan zijn activiteiten alleen nog maar voortzetten als hij de Mexicaanse politiek voortaan financieel laat delen in zijn winsten. En het allerlaatste hoofdstukje heet niet voor niets Coming Together; Mercedes en Alejandro hebben dan hun Noordamerikaanse allianties afgezworen en gaan voor het eerst als paar op bezoek bij Mercedes' ouders. Mexico sluit de rijen, kortom.

Het is misschien bizar om in een zo nadrukkelijk 'literair' ambachtelijk werk als dit een moraal te zien, maar de resistentie van het 'eigen' Mexicaanse, vis à vis de penetratie vanuit het noorden, is hiermee in elk geval veelzijdig verbeeld. Het is het - zorgvuldig voorbereide - slot dat dit boek tot iets bijzonders maakt, al had ik Abish in de daaraan voorafgaande hoofdstukken wat meer van de beheersing en subtiliteit toegewenst die hij daar tentoonspreidt.

    • Jan Donkers